Kabinetsformatie 2010

De kabinetsformatie van 2010 stond in het teken van de grote interne verdeeldheid van het CDA over een toekomstige samenwerking met de PVV . In eerste instantie zetten de christendemocraten zich in voor een samenwerking tussen de VVD , PvdA , D66 en GroenLinks . Nadat onderhandelingen over deze coalitie op niets uitliepen, brachten oud-premier Ruud Lubbers en Ivo Opstelten als informateurs CDA, VVD en PVV tot elkaar. Deze onderhandelingen leidden tot samenwerking van VVD en CDA in het minderheidskabinet-Rutte I . Naast een regeerakkoord werd er een gedoogakkoord gesloten met de PVV. Tijdens de formatie werd de Koningin enkele keren voor voldongen feiten geplaatst.

Overzicht

datum

wat

wie

tot en met

dagen

9 juni 2010

Tweede Kamerverkiezingen

     

12 juni 2010

Benoeming informateur

U.­Rosenthal

25 juni 2010

14

26 juni 2010

Benoeming informateur

H.D. Tjeenk Willink

5 juli 2010

10

5 juli 2010

Benoeming informateurs

J.­ Wallage en U. Rosenthal

20 juli 2010

16

21 juli 2010

Benoeming informateur

R.F.M. Lubbers

3 augustus 2010

14

4 augustus 2010

Benoeming informateur

I.W. Opstelten

4 september 2010

32

7 september 2010

Benoeming informateur

H.D. Tjeenk Willink

13 september 2010

7

13 september 2010

Benoeming informateur

I.W. Opstelten

7 oktober 2010

25

30 september 2010

Coalitieakkoord 'Vrijheid en verantwoordelijkheid'

M.­ Rutte en M.J.M. Verhagen

   

30 september 2010

Gedoogakkoord met PVV

     

7 oktober 2010

CPB analyse financieel kader

     

7 oktober 2010

Eindverslag informateur

I.W. Opstelten

   

7 oktober 2010

Benoeming formateur

  • M. 
    Rutte

14 oktober 2010

8

14 oktober 2010

Beëdiging nieuwe bewindslieden

Koningin Beatrix

   
 

Totale duur formatie

   

127

Verloop van de formatie

Verkiezingsuitslag

Op 9 juni werden er Tweede Kamerverkiezingen gehouden. De VVD werd de grootste partij en behaalde 31 zetels. Opvallender was misschien nog de enorme winst van de PVV. Deze partij ging van 9 naar 24 zetels. Het CDA verloor fors; 20 zetels. Lijsttrekker Balkenende kondigde op de verkiezingsavond aan het partijleiderschap neer te leggen en de politiek te verlaten, waarna Maxime Verhagen fractievoorzitter werd.

Informatie-Rosenthal

Op 10 juni ontving koningin Beatrix haar vaste adviseurs. Op 11 juni benoemde zij de VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Uri Rosenthal tot informateur. Rosenthal kwam vier dagen later met een voorstel om een kabinet te vormen met een minimale meerderheid (76 zetels), bestaande uit de grootste partij (VVD), de grootste winnaar (PVV) en het CDA als 'lijmpartij'.

Verhagen ging hier echter niet mee akkoord, omdat hij niet vond dat een CDA-deelname gepast was. Informateur Rosenthal probeerde na het mislukken van deze coalitie een 'Paars-plus-coalitie' te smeden, waarin de VVD, PvdA, GroenLinks en D66 zitting zouden nemen. Mark Rutte zag echter geen heil in Paars-plus. PvdA-fractievoorzitter Job Cohen wilde geen midden-kabinet van VVD, CDA en PvdA. Op 24 juni bracht informateur Rosenthal zijn eindverslag uit. Zijn opties (VVD/PVV/CDA; Paars-plus, VVD/PvdA/CDA) om een meerderheidskabinet te vormen, bleken op niets uit te lopen.

Informatie-Tjeenk Willink

Koningin Beatrix benoemde daarna Herman Tjeenk Willink tot informateur. Hij moest overzicht brengen in de moeizame formatie. Tijdens het Tweede Kamerdebat van 30 juni 2010 bleek dat een hernieuwde poging van Mark Rutte om een kabinet over rechts te vormen, mislukte.

Het CDA herhaalde namens Verhagen wederom dat de verkiezingsuitslag het CDA dwong tot een bescheiden positie en dat VVD en PVV er samen uit moesten komen. Tjeenk Willink zette intussen in op een nieuwe formatiepoging met de VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Op 5 juli adviseerde hij de koningin in zijn eindverslag om twee informateurs, een van de VVD (Rosenthal) en een van de PvdA (oud-fractievoorzitter Jacques Wallage ) aan te wijzen.

Informatie-Rosenthal/Wallage

Tjeenk Willink had de vastgelopen onderhandelingen uit het slop weten te trekken, waardoor op 5 juli Rosenthal en Wallage koden starten met de formatie van een meerderheidskabinet bestaande uit de VVD, PvdA, GroenLinks en D66. Vijftien dagen later constateerden Rutte en Cohen dat de VVD en de PvdA elkaar niet konden vinden op het gebied van het financieel-economische beleid. Beide partijen konden het niet eens worden over de hoogte van de te voeren bezuinigingen. D66 en GroenLinks sloten zich bij dat oordeel aan.

Informatie-Lubbers

Rutte wierp zich op om, net als Kok in 1994, een conceptregeerakkoord te schrijven op basis waarvan een coalitie kon worden gevormd. Koningin Beatrix besliste echter anders en benoemde op 22 juli oud-premier Ruud Lubbers tot informateur.

Het was zijn taak om 'haar op zeer korte termijn te informeren over de mogelijkheden die thans reëel aanwezig zijn voor de vorming van een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal en die daarom inhoudelijk nader onderzocht dienen te worden en daarbij aan te geven op welke wijze deze mogelijkheden worden beproefd'. Lubbers had daarmee de vrijheid om alle meerderheidsvarianten na te gaan waarvoor steun zou bestaan.

Informateur Lubbers gaf aan dat partijen onderling met elkaar moesten gaan praten over de formaties. Nadat Paars-plus mislukte, stelden de fractievoorzitters voor om het wederom over rechts te proberen. Op 28 juli voegde Rutte, Verhagen en PVV-leider Geert Wilders de daad bij het woord en spraken informeel met elkaar.

Lubbers drong daarbij aan om een rechtskabinet of een minderheidskabinet te overwegen. De informele gesprekken verliepen voorspoedig en op 30 juli werd bekend dat VVD, PVV en CDA wilden onderhandelen over de vorming van een minderheidskabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van PVV. Op deze manier zou het meningsverschil over de islam van de partijen geen grote invloed op het gevoerde beleid hebben.

Op 3 augustus bracht Lubbers eindverslag uit, waarin hij de Koningin adviseerde om VVD-voorzitter Ivo Opstelten te benoemen tot informateur. De fractievoorzitters van VVD, CDA en PVV hadden laten weten tot een globaal akkoord te zijn gekomen.

Informatie-Opstelten

Op 4 augustus werd Opstelten benoemd tot informateur. Hij moest 'komen tot een stabiel kabinet van VVD en CDA dat met steun van de PVV kon rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal'. De officiële onderhandelingen over dit kabinet begonnen op 9 augustus. Na deze onderhandelingen begonnen partijprominenten van het CDA zich te roeren.

Op 26 augustus sprak Lubbers zich uit tegen een samenwerking van het CDA met de PVV. Vier dagen later sprak CDA'er Jan Schinkelshoek zich uit tegen een samenwerking met de PVV. Ook Cees Veerman vroeg om de voorgestelde samenwerking met de PVV te heroverwegen. Hierdoor zag de CDA-fractie zich begin september 2012 genoodzaakt om tot een standpuntbepaling te komen. Van de CDA-fractie werd duidelijk dat Kathleen Ferrier en Ad Koppejan twijfelden aan de samenwerking.

Op 4 september liet Wilders weten onvoldoende zekerheid te hebben over de volledige medewerking van de CDA-fractie aan het minderheidskabinet. Op 1 september had mede-onderhandelaar Ab Klink aangegeven een samenwerking met de PVV als onwenselijk te zien. Deze kritiek deed Wilders eraan twijfelen of het CDA wel helemaal achter de samenwerking met de PVV stond. Hij wilde van Verhagen weten of alle fractieleden zich onvoorwaardelijk zouden binden aan de samenwerking.

Dit was een garantie die niet gegeven kon worden, waardoor een breuk ontstond. Hierna ontstond een hernieuwde poging van andere partijen om opnieuw te komen tot een Paars-pluskabinet. Op 6 september 2010 liet Klink weten met 'onmiddellijk ingang' uit de Tweede Kamer te stappen.

Informatie-Opstelten

Dezelfde dag begon een nieuwe consultatieronde. De dag erna gaf Wilders aan om de afgebroken onderhandelingen weer op te pakken. Op 13 september werd Opstelten door de Koningin wederom tot informateur benoemd met de opdracht om de onderhandelingen tussen de VVD, CDA en PVV te leiden.

Op 30 september bereikten VVD, CDA en PVV onder leiding van informateur Opstelten een akkoord over een ontwerp-regeer- en gedoogakkoord . In het gedoogakkoord stonden afspraken tussen de drie partijen over een totaal bezuinigingspakket van 18 miljard euro en afspraken over zorg, veiligheid en asielbeleid. Bovendien zou het aantal Kamerleden moeten worden teruggebracht.

De CDA-fractie gaf wel aan het eindoordeel over de akkoorden op te zullen schorten na het raadplegen van het CDA-congres. Op 2 oktober gaf het CDA-congres de fractie het advies mee om de formatie op basis van de gesloten akkoorden voort te zetten. Toch bleven veel partijcoryfeeën moeite houden met de deelname van het CDA aan een coalitie met daarin de PVV. Onder anderen de oud-premiers Piet de Jong en Dries van Agt waren tegen, evenals minister Hirsch Ballin .

Drie dagen later, op 5 oktober, besloot de CDA-fractie unaniem in te stemmen met het regeer- en gedoogakkoord. Wilders had andermaal de verzekering nodig van Verhagen dat de gehele CDA-fractie achter de akkoorden stond.

Formatie-Rutte

Rutte werd op 7 oktober benoemd tot formateur. Een dag later ontving hij de eerste kandidaat-ministers. Op 14 oktober was het minderheidskabinet- Rutte I een feit. Rutte was de eerste liberale premier sinds Cort van der Linden .

Regeerakkoord

Het regeerakkoord van VVD en CDA , de basis voor het kabinet-Rutte I , legde de nadruk op de gelijkwaardigheid en vrijheid van alle burgers, versterking van de Nederlandse concurrentiepositie en investeren in 'de kenniseconomie'. Ook de verbetering van ouderenzorg kwam veelvuldig aan bod in het akkoord. Er moest meer blauw op straat komen (3000 extra agenten) en er werd zelfs een dierenpolitie ingevoerd.

Het regeerakkoord stond los van het gedoogakkoord , waarin de bezuinigingen van de onderwerpen waarover alledrie de partijen tot consensus konden komen, werden benoemd en toegelicht. In dit akkoord stonden voornamelijk de afspraken op het gebied van immigratie, integratie, asiel en veiligheid centraal. De PVV kon, als gedoogpartner, wel tegen andere voorstellen uit het regeerakkoord van de VVD en CDA stemmen.

Betrokken personen

De informateurs

I.W. (Ivo) Opstelten

VVD-bestuurder, minister en partijvoorzitter, die was gevormd in de gemeenteadministratie en daarna op 28-jarige leeftijd aan een indrukwekkende loopbaan begon als burgemeester. Na een onderbreking van vijf jaar als topambtenaar op Binnenlandse Zaken werd hij in 1992 eerste burger van Utrecht en ruim zes jaar later van het voorheen 'rode bolwerk' Rotterdam. Was een krachtig, maar soepel handhaver van gezag. Daarna nog waarnemer in Tilburg en vanaf 2008 voorzitter van de VVD. Politieke peetvader van Mark Rutte en na de formatie van diens eerste kabinet , waarin hij een groot aandeel had, minister van Veiligheid en Justitie. Voerde voortvarend een nieuwe Politiewet in. Kwam in het kabinet-Rutte II minder uit de verf en moest voortijdig aftreden. Rasbestuurder met een fors postuur en sonore basstem, die amicaal en prettig in de omgang is.

H.D. (Herman) Tjeenk Willink

Politicus van PvdA-huize met veel gezag als topadviseur en kritisch beschouwer van het bestuur. Topambtenaar ministerie van Algemene Zaken, die optrad als secretaris van achtereenvolgende kabinetsformateurs en jarenlang adviseur was van de minister-president. Regeringscommissaris reorganisatie rijksdienst. Hoogleraar bestuurswetenschappen. Als PvdA'er lid en voorzitter van de Eerste Kamer. Bepleitte een actievere rol voor de Eerste Kamer bij de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving. Bijna vijftien jaar vicepresident Raad van State en in die positie de voornaamste adviseur van de koningin bij kabinetsformaties. Zelf informateur in 1994 , 1999, 2010 en opnieuw in 2017 . Is sinds 2012 minister van staat .

U. (Uri) Rosenthal

VVD-politicus en bestuurskundige, die een belangrijke rol speelde tijdens de formatie 2010 en daarna minister van Buitenlandse Zaken werd in het kabinet-Rutte I . Autoriteit op het gebied van veiligheids- en crisismanagement en oprichter van COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement BV. In Rotterdam en Leiden hoogleraar bestuurskunde en elf jaar Eerste Kamerlid voor de VVD, waarvan vijf jaar fractievoorzitter. Ondernam in 2010 met Wallage tevergeefs pogingen om een Paars kabinet te vormen, met GroenLinks als vierde partij. Zijn ministerschap verliep moeizaam. Had geen al te goede relatie met zijn ambtenaren en kreeg onder meer te maken met de terechtstelling van een Nederlandse onderdane in Iran. Verdedigde deelname aan missies in Afghanistan, Libië en Zuid-Soedan.

J. (Jacques) Wallage

PvdA-bestuurder en politicus die van jongs af aan politiek actief was. Socioloog uit een joods middenstandsgezin. Werd al op jonge leeftijd wethouder van Groningen. In de Tweede Kamer aanvankelijk onderwijsspecialist en woordvoerder Zuid-Afrikabeleid. Goed, spreekvaardig debater. Als staatssecretaris in het derde kabinet-Lubbers , eerst van onderwijs en daarna van sociale zaken, bracht hij belangrijke wetgeving in het Staatsblad, zoals de Wet op de basisvorming en de Wet voorzieningen gehandicapten. Onderhandelde in 1994 over de vorming van het eerste paarse kabinet. Na een vierjarige periode fractievoorzitter te zijn geweest, werd hij burgemeester van Groningen. Stond als zodanig ruim tien jaar goed aangeschreven. Is nu honorair hoogleraar.

R.F.M. (Ruud) Lubbers

Christendemocraat die twaalf jaar minister-president was en daarmee de langstzittende premier. Werd in 1973 als jonge ondernemer minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl . Na zijn ministerschap en een jaar 'gewoon' Kamerlid voorzitter van de CDA-fractie. Was vier jaar steunpilaar van het kabinet-Van Agt/Wiegel . Na het mislukte kabinet-Van Agt/Den Uyl werd hij in 1982 premier en CDA-leider. Voerde in kabinetten met de VVD een 'no-nonsense'-beleid dat zorgde voor economisch herstel en vermindering van de staatsschuld. Leidde het CDA in 1986 naar verkiezingswinst en wist die in 1989 te consolideren. Werd daarna premier van een kabinet met de PvdA. Een meester in het vinden van compromisteksten, die vaak tot stand kwamen op zijn werkkamer, het torentje. Na zijn premierschap ontging hem het voorzitterschap van de Europese Commissie en de functie secretaris-generaal van de NAVO. Werd later wel onverwacht Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar trad in 2005 voortijdig terug. Harde werker, manager.

De formateur

M. (Mark) Rutte

Mark Rutte (1967) is sinds 14 oktober 2010 minister-president en minister van Algemene Zaken. Hij is sinds 2006 politiek leider van de VVD en in 2006, 2010, 2012 en 2017 lijsttrekker van zijn partij. In 2006- 2010 was in de Tweede Kamer fractievoorzitter van de VVD. De heer Rutte was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.

De fractievoorzitters bij de onderhandelingen

M. (Mark) Rutte

Mark Rutte (1967) is sinds 14 oktober 2010 minister-president en minister van Algemene Zaken. Hij is sinds 2006 politiek leider van de VVD en in 2006, 2010, 2012 en 2017 lijsttrekker van zijn partij. In 2006- 2010 was in de Tweede Kamer fractievoorzitter van de VVD. De heer Rutte was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.

G. (Geert) Wilders

Geert Wilders (1963) is sinds november 2006 politiek leider van de PVV. Hij is sinds 25 augustus 1998 (met een korte onderbreking in 2002) Tweede Kamerlid. Aanvankelijk was hij dat voor de VVD, maar op 2 september 2004 werd hij een onafhankelijk Kamerlid. In 2017 was hij voor de vierde keer lijsttrekker. De heer Wilders was medewerker van de afdeling Verdragen bij de Ziekenfondsraad, wetstechnisch medewerker van de Sociale Verzekeringsraad en beleidsmedewerker en speechschrijver van de VVD-Tweede Kamerfractie. In 2010 zat hij enige tijd in de gemeenteraad van Den Haag.

M.J.M. (Maxime) Verhagen

CDA-voorman, die het tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Balkenende IV en vicepremier in het kabinet-Rutte I bracht, maar die in 2012 afzag van het politiek leiderschap. Zoon van een Limburgse gedeputeerde. Als (jong) historicus werd hij fractiemedewerker en, in 1989, Europarlementariër, alvorens in 1994 de overstap te maken naar de CDA-Tweede Kamerfractie. Ontpopte zich als vaardig woordvoerder asielbeleid en buitenlandse en Europese zaken. Toen Balkenende in 2002 premier werd, nam hij het fractievoorzitterschap over. Als diens secondant schuwde hij harde uithalen naar tegenstanders niet ('Met Bos bent u de klos'). Genoot van het ministerschap van BZ, maar mede vanwege rugklachten werd hij in 2010 minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. In 2010 vurig verdediger van de samenwerking met de PVV . Stond bekend als emotioneel en slim en als strateeg. Sinds 2013 is hij voorzitter van Bouwend Nederland.

Hun secondanten

E.I. (Edith) Schippers

Edith Schippers (1964) was van 14 oktober 2010 tot 26 oktober 2017 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet-Rutte I en het kabinet-Rutte II . In 2003-2010 was zij Tweede Kamerlid voor de VVD. Daarvoor was mevrouw Schippers secretaris gezondheidszorg en arbeidsmarkt en secretaris ruimtelijke ordening van VNO-NCW en fractiemedewerker van de VVD. In de Kamer was zij woordvoerster volksgezondheid en ontwikkelingssamenwerking. Van maart 2006 tot oktober 2010 was mevrouw Schippers vicefractievoorzitter. Zij was tevens lid van de parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel. Van 28 maart tot 29 mei 2017 was mevrouw Schippers informateur.

B. (Barry) Madlener

Barry Madlener (1969) is sinds 20 september 2012 lid van de Tweede Kamerfractie van de PVV . Hij was van 14 juli 2009 tot 20 september 2012 lid van het Europees Parlement voor de PVV. In de periode 30 november 2006-14 juli 2009 was hij al eerder Tweede Kamerlid. De heer Madlener is makelaar en was in de periode 2002-2007 gemeenteraadslid van Leefbaar Rotterdam. Bij de Europese verkiezingen van 2009 was hij lijsttrekker van de PVV. In de Tweede Kamer houdt hij zich bezig met economische zaken.

A. (Ab) Klink

Op Goedereede geboren CDA-ideoloog, Kamerlid en minister. Socioloog, die als directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, nauw samenwerkte met Jan Peter Balkenende en als ambtenaar van Justitie met Piet-Hein Donner . Werd in 2003 Eerste Kamerlid en maakte in februari 2007 de overstap naar het kabinet-Balkenende IV , waarin hij minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport was. Pleitbezorger van eigen verantwoordelijkheid en marktwerking in de zorg. Kwam met een rookverbod voor de horeca. Na de verkiezingen van 2010 werd hij als Tweede Kamerlid en secondant bij de formatie voornaamste tegenstander van samenwerking met de PVV; een opstelling die hem tot dissident maakte en tot zijn snelle vertrek leidde. Sinds mei 2011 is hij deeltijd-hoogleraar zorg, arbeid en politieke sturing aan de VU en in 2014 trad hij toe tot de directie van zorgverzekeraar VGZ.

A.Th.B. (Ank) Bijleveld-Schouten

Ank Bijleveld (1962) is sinds 26 oktober 2017 minister van Defensie in het kabinet-Rutte III . Zij was van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Balkenende IV . Mevrouw Bijleveld was Tweede Kamerlid voor het CDA in de periode 1989-2001 en in 2010. Zij was enige jaren vicefractievoorzitter en in 2010 betrokken bij de onderhandelingen tijdens de kabinetsformatie. Eerder werkte zij bij de gemeente Hengelo (Ov.), was zij raadslid in Enschede en was zij actief bij het dekenaat van Enschede. Van 1 januari 2001 tot 22 februari 2007 was zij burgemeester van Hof van Twente en van 1 januari 2011 tot 26 oktober 2017 commissaris van de Koning(in) in Overijssel.

Overige fractievoorzitters

M.J. (Job) Cohen

Beminnelijke bestuurder die als 'verbinder' populair werd als burgemeester van Amsterdam, maar die als politiek leider van de PvdA minder goed uit de verf kwam. Was hoogleraar in Maastricht en stapte vanuit de wetenschap over naar het kabinet-Lubbers III waarin hij staatssecretaris voor het hoger onderwijs werd. Was daarna fractievoorzitter in de Eerste Kamer. In het tweede kabinet-Kok als staatssecretaris belast met asielbeleid. Wist toen een strengere Vreemdelingenwet door het parlement te loodsen. Was bij de verkiezingen van 2003 PvdA-kandidaat voor het premierschap. Toen hij begin 2010 Wouter Bos opvolgde als PvdA-leider leidde dat tot enthousiasme in eigen kring, maar zijn kwaliteiten lagen meer op bestuurlijk terrein dan in de (harde) Haagse politiek. In 2012 trok hijzelf de conclusie dat hij de hoge verwachtingen niet had waargemaakt. Hij is nu voorzitter van Cedris, de organisatie van socialewerkplaatsbedrijven.

A. (Alexander) Pechtold

Alexander Pechtold (1965) is sinds 30 november 2006 lid van de Tweede Kamerfractie van D66 . Hij is fractievoorzitter en politiek leider van D66. De heer Pechtold was van 31 maart 2005 tot 3 juli 2006 minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Hij was in de periode 2003-2005 burgemeester van Wageningen. Hij is opgeleid als kunsthistoricus en werkte onder andere bij een veilinghuis. Van 1997 tot 2002 was hij wethouder in Leiden. De heer Pechtold was vanaf eind 2002 tot 2005 voorzitter van D66. Hij was enige jaren woordvoerder Europese zaken en onderwerpen rond het koninklijk huis. Verder is hij voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties .

F. (Femke) Halsema

Femke Halsema (1966) is sinds 12 juli 2018 burgemeester van Amsterdam. Werd in 1998, een jaar na haar breuk met de PvdA, Tweede Kamerlid voor GroenLinks en in 2002 daarvan als opvolger van Paul Rosenmöller de politiek leider. Stuurde aan op een vrijzinnig-linkse koers, maar wist in 2010 geen kabinetsdeelname te bewerkstellingen voor haar partij. Verliet in januari 2011 de politiek. Zij begon haar loopbaan na haar studie criminologie in Utrecht als universitair onderzoeker en was daarna stafmedewerker van de Wiardi Beckman Stichting . Na haar vertrek uit de Haagse politiek was zij in Tilburg bijzonder hoogleraar politiek in de 21e eeuw, publiciste en documentairemaker.

De vaste adviseurs van de Koningin

P.R.H.M. (René) van der Linden

CDA-politicus en volbloed Europeaan, die zijn lange politieke loopbaan begon bij de KVP-jongerenorganisatie en eindigde als voorzitter en prominent lid van de Eerste Kamer. Was ambtenaar in Brussel en werd vanaf 1977 in de CDA-Tweede Kamerfractie Europa- en landbouwspecialist. Kreeg in Limburg, waar men sprak van 'Us Reneke', altijd veel voorkeurstemmen. In 1986 staatssecretaris voor Europese Zaken in het kabinet-Lubbers II . Moest twee jaar later noodgedwongen opstappen vanwege de uitkomst van de Paspoortenquête . Keerde kort daarna terug in de Tweede Kamer, waarvan hij tot en met 1998 lid bleef. Als Eerste Kamerlid voorzitter van de commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties en in 2009-2011 Kamervoorzitter. Was in 2005-2008 tevens voorzitter van het parlement van de Raad van Europa.

G.A. (Gerdi) Verbeet

Amsterdamse sociaaldemocrate uit een onderwijsgezin. Was zelf ook enige tijd lerares, maar koos uiteindelijk voor een politiek-ambtelijke carrière. Zo organiseerde zij campagnes voor de overheid gericht op vergroting van het aantal vrouwen in leidinggevende functies in het onderwijs. Later was zij politiek adviseur van staatssecretaris Netelenbos en van PvdA-fractievoorzitter Melkert . In 2001 werd zij lid van de Tweede Kamer waar zij zich onder meer bezighield met ouderenbeleid en sportbeleid. Tijdens haar in december 2006 aangevangen Kamervoorzitterschap zette zij zich in voor het verkleinen van de kloof tussen Kamer en kiezers, waarbij haar onderwijservaring goed te pas kwam. Een zekere coulance tegenover Kamerleden die de grenzen van het betamelijke opzochten, leidde soms tot kritiek. Haar ontspannen en representatieve houding zorgden er evenwel voor dat waardering de overhand kreeg.

H.D. (Herman) Tjeenk Willink

Politicus van PvdA-huize met veel gezag als topadviseur en kritisch beschouwer van het bestuur. Topambtenaar ministerie van Algemene Zaken, die optrad als secretaris van achtereenvolgende kabinetsformateurs en jarenlang adviseur was van de minister-president. Regeringscommissaris reorganisatie rijksdienst. Hoogleraar bestuurswetenschappen. Als PvdA'er lid en voorzitter van de Eerste Kamer. Bepleitte een actievere rol voor de Eerste Kamer bij de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving. Bijna vijftien jaar vicepresident Raad van State en in die positie de voornaamste adviseur van de koningin bij kabinetsformaties. Zelf informateur in 1994 , 1999, 2010 en opnieuw in 2017 . Is sinds 2012 minister van staat .


 

Meer over


 

Bent u als journalist of wetenschapper op zoek naar statistische gegevens over Kamerleden of bewindspersonen, bijvoorbeeld gemiddelde leeftijd, ervaring, herkomst, beroep, m/v, of per politieke partij? PDC, partner van het Montesquieu Instituut, kan deze gegevens onder voorwaarden beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek en journalistieke publicaties. Neem voor meer informatie contact op met PDC .

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.