Home > Hoge Colleges van Staat > Raad van State > Vicepresidenten van de Raad van State

Vicepresidenten van de Raad van State

De vicepresident van de Raad van State heeft de feitelijke leiding van dit Hoge College van Staat, het belangrijkste adviesorgaan van de regering. De vicepresident bekleedt tevens het voorzitterschap van de Afdeling Advisering van de Raad van State, die adviezen uitbrengt over onder meer wetsvoorstellen en verdragen. Verder is de vicepresident een belangrijk (persoonlijk) adviseur van het staatshoofd bij staatkundige kwesties.

Vicepresident

Bij de benoeming van huidige vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner in 2011 gold een nieuwe procedure, op basis van de Wet herstructurering Raad van State uit 2010. Hierbij was sprake van een open solliciatie en werd een advertentie geplaatst in de Staatscourant, onder opgave van een profielschets. Er kwamen 39 brieven binnen, waaruit een selectie werd gemaakt en waarna gesprekken plaatsvonden. Over de uiteindelijke voordracht werd overlegd met de Raad van State.

Omdat toenmalig minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), anders dan zijn collega's, gezien zijn leeftijd niet in aanmerking kwam voor benoeming, werd aan hem in oktober 2011 door de ministerraad de verantwoordelijkheid voor de benoemingsprocedure opgedragen. Dit versterkte overigens de speculaties over de benoeming van Donner, die algemeen vanaf het begin van de procedure (in de zomer van 2011) als voornaamste kandidaat beschouwd.

Op 16 december 2011 stemde de ministerraad in met de voordracht van Donner als nieuwe vicepresident.

Geschiedenis

Sinds in 1814 de Raad van State als advieslichaam van de regering werd ingesteld, is de Koning voorzitter. Daarnaast wordt een vicepresident benoemd. Aanvankelijk zat de Koning vaak zelf de vergaderingen voor. Hij was 'King in the Council'. De adviezen werden rechtstreeks aan hem gegeven. Voor koning Willem II gold overigens al dat hij slechts zelden voorzat, maar hij deed dat wel toen de Raad advies moest uitbrengen over de voorstellen tot Grondwetsherziening in 1848.

Als de Koning afwezig was, zat de vicepresident voor. Het (daadwerkelijke) voorzitterschap werd tussen 1829 en 1840 vaak waargenomen door de kroonprins, maar ook die werd toen geregeld vervangen door het oudste lid van de Raad van State. De vicepresident van de Raad van State zat in de jaren 1823-1842 ook de ministerraad voor, maar die vergaderde veel minder frequent dan de door de koning voorgezeten Kabinetsraad.

Vanaf 1848 was er veertien jaar geen formele vicepresident, ook toen zat het oudste lid de vergaderingen voor. Er kwam pas weer een vicepresident in 1862 toen de Wet op de Raad van State tot stand kwam. Het voorzitterschap van de Koning werd vanaf 1848 louter ceremonieel. Koning Willem III zat zelfs nooit daadwerkelijk de Raad voor, de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix deden dat alleen bij plechtige bijzondere vergaderingen.

Eerdere vicepresidenten

De eerste twee vicepresidenten waren Gijsbert Karel van Hogendorp en baron Mollerus. Beiden waren oranjegezinde staatslieden die een belangrijke rol speelden bij de totstandkoming van de grondwetten van 1814 en 1815. Van Hogendorp was daarvan zelfs de ontwerper. Tussen 1840 en 1848 was de conservatieve baron Van Doorn van Westkapelle vicepresident. Hij verloor die functie bij de liberale 'omwenteling van 1848. Van Doorn was de enige vicepresident die vanwege politieke redenen moest aftreden.

In 1862 benoemde het liberale kabinet-Thorbecke de antirevolutionair Aeneas Mackay tot vicepresident. Mackay was Tweede Kamerlid en een vertrouweling van de koning. Hij stond op goede voet met Thorbecke en werd door de liberale voorman als ideale intermediair beschouwd tussen koning en kabinet.

Na zijn overlijden in 1876 werd de gematigd conservatieve voormalige voorzitter van de Tweede Kamer Van Reenen tot vicepresident benoemd. Als vicevoorzitter leidde hij de Raad van State die in 1889 en 1890 enige tijd het koninklijk gezag waarnam (dat doet de Raad van State als college bij afwezigheid van een regent). Van Reenen overleed in 1893.

Na Van Reenen werden Van Panhuys, Schorer, Van Swinderen, Röell, Van Leeuwen en Van Lynden van Sandenburg benoemd. Zij waren, uitgezonderd Röell, allen oud-Commissarissen van de Koningin en tamelijk a-politieke figuren.

In 1933 werd de minister van Buitenlandse Zaken uit het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III, jhr. Frans Beelaerts van Blokland, tot vicepresident benoemd. Hij bleef dat tot zijn dood in 1956. Na een kort vicepresidentschap van dr. A.A.L. Rutgers (o.a. oud-Gouverneur van Suriname en lange tijd lid van de Raad van State) werd in 1959 oud-premier Louis Beel vicepresident. Hij zou in die functie tot 1973 een belangrijke rol spelen bij diverse kabinetsformaties. Sinds 1935 was de benoeming niet langer voor het leven, maar gold er een leeftijdsgrens (vanaf 1962 zeventig jaar).

Opvolger van Beel werd staatsraad en oud-CNV-voorzitter Marinus Ruppert. Hij was sinds 1959 lid van de Raad van State en speelde als (in)formateur in 1972-1973 een belangrijke rol bij de formatie van het kabinet-Den Uyl. Ruppert was in 1973 de eerste vicepresident die geen academische opleiding had genoten.

Zijn opvolger was in 1980 Willem Scholten. Scholten (CDA) was in 1978 tussentijds minister van Defensie geworden in het kabinet-Van Agt/Wiegel. Zijn benoeming was omstreden, omdat de Raad van State een voorkeur leek te hebben voor één van de zittende leden, de PvdA'er Jo van der Hoeven of de CDA'er Gerard Veringa. Scholten bleef vicepresident tot 1997.

De benoeming van zijn opvolger, de PvdA'er Herman Tjeenk Willink, was onomstreden. Tjeenk Willink had als voorzitter van de Eerste Kamer, regeringscommissaris voor de rijksdienst en als informateur al veel gezag opgebouwd.

 

naam

periode

pol. kleur

eerdere hoge funtie(s)

Raad van State

Donner

2012-heden

CDA

minister, Tweede Kamerlid

lid Raad van State (1997-2002)

Tjeenk Willink

1997-2012

PvdA

voorzitter Eerste Kamer, Eerste Kamerlid, regeringscommissaris, hoogleraar

 

Scholten

1980-1997

CDA

minister, staatssecretaris, Tweede Kamerlid

lid Raad van State (1976-1978)

Ruppert

1973-1980

ARP

Eerste Kamerlid, voorzitter CNV

lid Raad van State (1959-1973)

Beel

1958-1972

KVP

minister(-president), hoogleraar, Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Nederlands-Indië

lid Raad van State (1958, 1959)

Rutgers

1956-1958

ARP

Tweede Kamerlid, Gouverneur van Suriname

lid Raad van State (1936-1956)

Beelaerts van Blokland

1932-1956

CHU

minister, ambassadeur, topambtenaar BuZa

 

Van Lynden van Sandenburg

1928-1932

ARP

persoonlijk adviseur van de koningin, Tweede Kamerlid, Commissaris van de Koningin in Utrecht

 

Van Leeuwen

1914-1928

lib.

Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, burgemeester van Amsterdam, Eerste Kamerlid

 

Röell

1912-1914

lib.

Eerste en Tweede Kamerlid, voorzitter Tweede Kamer, minister

 

Van Swinderen

1903-1911

c.h.

Commissaris van de Koningin in Drenthe

 

Schorer

1897-1903

lib.

Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, burgemeester van Middelburg

 

Van Panhuys

1893-1897

lib.

Commissaris van de Koningin in Overijssel, burgemeester van Groningen, CdK in Groningen

 

Van Reenen

1876-1893

cons.

minister, voorzitter Tweede Kamer, burgemeester van Amsterdam, Tweede Kamerlid

 

Mackay

1862-1876

a.r.

Tweede Kamerlid

ambtenaar Raad van State

Van Doorn van Westcapelle

1840-1848

cons.

oud-minister, Secretaris van Staat

 

kroonprins Willem

1829-1840

 

opperdirecteur zaken van Oorlog

lid Raad van State (1814-1829)

Mollerus

1817-1829

 

minister, lid Wetgevend Lichaam

lid Raad van State (1816-1817)

Van Hogendorp

1814-1817

 

voorzitter Grondwetscommissie, voorzitter Staten-Generaal

 

Meer informatie