Mr. G.K. graaf van Hogendorp

foto Mr. G.K. graaf van Hogendorpvergrootglas

Gematigde Rotterdamse orangist en liberaal. Grondlegger van het Nederlandse staatsbestel. Ontwierp in de Bataafs-Franse Tijd een Grondwet. Die 'Schetsen' vormden de basis voor de Grondwet van 1814. Was zelf voorzitter van de Grondwetscommissies in 1813/1814 en 1815. Vormde in december 1813 met Van der Duyn van Maasdam het Voorlopig Bewind en maakte de weg vrij voor Soeverein Vorst (later koning) Willem I. Kwam later evenwel met die koning in conflict, waarbij hem zelfs de titel 'minister van staat' werd ontnomen. Origineel denker met een scherp verstand die zijn gedachten steeds aan papier toevertrouwde. Tamelijk ijdel.

regeringsgezind ten tijde van Willem I, financiële oppositie , orangist
in de periode 1814-1825: lid Algemeen Bestuur, lid Staten-Generaal, voorzitter Staten-Generaal, lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State, vicepresident Raad van State, voorzitter Grondwetscommissie 1813-1814, voorzitter Grondwetscommissie 1815, minister van staat

Voornamen

Gijsbert Karel

Personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 27 oktober 1762

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 5 augustus 1834

levensbeschouwing
Gereformeerd (Ned. Hervormd)

Partij/stroming

stroming(en)
orangist

Hoofdfuncties/beroepen

  • vaandrig en page regiment van prins Hendrik van Pruisen, van 1778 tot 1781
  • vaandrig (rang: luitenant) in Staatse dienst bij de Garde te voet, vanaf 1782
  • kapitein Hollandse Garde, vanaf 1785
  • pensionaris van Rotterdam, van 1787 tot 1795
  • koopman, chef handelshuis "Jacob Schuer" te Amsterdam, vanaf 1795
  • koopman firma "G.K. van Hogendorp & Co." te Amsterdam
  • ambteloos, tot november 1813
  • lid Algemeen Bestuur der Verenigde Nederlanden, van 20 november 1813 tot 2 december 1813 (met Van der Duyn van Maasdam)
  • secretaris van staat voor Buitenlandse Zaken, van 7 december 1813 tot 6 april 1814 (aanvankelijk nam Van der Duyn van Maasdam waar voor hem)
  • voorzitter Grondwetscommissie, van 21 december 1813 tot 2 maart 1814
  • vicepresident Raad van State, van 12 april 1814 tot 7 november 1816 (benoemd bij S.B. van 6 april 1814)
  • voorzitter Grondwetscommissie, van 22 april 1815 tot 13 juli 1815
  • lid Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden, van 2 mei 1814 tot 1 september 1815 (voor Holland)
  • voorzitter Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden, van 8 november 1814 tot 1 september 1815 (na januari 1815 veelal afwezig vanwege podagra)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 oktober 1815 tot 17 oktober 1825 (voor Holland)

ambtstitel
  • minister van staat, van 20 september 1815 tot 22 mei 1819

Activiteiten

als parlementariër
  • Stemde in 1817 en 1819 tegen de ontwerp-Wet op de middelen
  • Bestreed in 1818 als enige Noord-Nederlands lid de Blanketwet (straffen op overtreding van algemene maatregelen van bestuur)
  • Stemde in 1818 tegen diverse accijnsverhogingen
  • Behoorde in 1819 tot de vier Noord-Nederlandse leden die tegen de ontwerp-tienjarige begroting voor 1820-1830 stemden
  • Had een belangrijk aandeel in de verwerping in 1822 van een wetsvoorstel tot dekking van een groot aantal tekorten, bouw van defensiewerken en voltooiing van water- en landwegen en tot bouw van een paleis in Brussel voor de Prins van Oranje

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • In Rotterdam staat bij het beursgebouw een standbeeld van hem dat in 1867 werd vervaardigd door prof. J. Geefs. Het standbeeld stond oorspronkelijk in de Schielandstuin en later bij Museum Boymans-van Beuningen. Tussen 1946 en 1961 stond het weer in de Schielandstuin.
  • Zijn vader behoorde tot de Rotterdamse regentenklasse

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Eerste Kamer, 1816 (geweigerd)
  • lid Eerste Kamer, 1817 (geweigerd)

predicaten/adellijke titels
  • jonkheer, 28 augustus 1814
  • graaf, 20 september 1815

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Aequibili descriptione subsidiorum inter gentis foederatis" (dissertatie, 1786)
  • "Verhandeling over de noodzakelijkheid eener religie in den staat" (1787)
  • "Missive over het armenwezen" (1794)
  • "De Unie van Utrecht herzien" (1799)
  • "Verhandeling over den Oost-Indischen handel" (1801)
  • "Verklaring aan het Staatsbewind" (1801)
  • "Gedachten over 's lands finantiën"
  • "Brieven aan een participant in de Oost-Indische Compagnie" (1802)
  • "Bijdragen tot de huishouding van de staat" (1818-1829)
  • "De scheiding van Holland en België) (1830)
  • "Schets eener Constitutie" (1812) (drie versies)

literatuur/documentatie
  • O. van Rees, "Verhandeling over de verdiensten van Gijsbert Karel van Hogendorp als staatshuishoudkundige ten aanzien van Nederland" (1854)
  • S. Vissering, "Gijsbert Karel van Hogendorp", in: "De Gids", XIX (1855), 257-290
  • R. Fruin, "Gijsbert Karel van Hogendorp in 1813", in "De Gids", derde serie XXXIII (1868), 1-22
  • Th. Jorissen, "Gijsbert Karel van Hogendorp en Leopold van Limburg Stirum in de dagen van 17-21 november 1813. Wederlegging van dr. R. Fruin" (Groningen, 1869)
  • Th. Juste, "Les Etats Unies d'Amérique en 1783 -Le Comte de Hogendorp en le stadhouder Guillaume V", in: Bulletin de l'Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique", 27 (1869), 165-182
  • A. Struycken, "Gijsbert Karel van Hogendorp", in Die Haghe Bijdragen en Mededeelingen" (1900), 51-76
  • R. Fruin, "De jongelingsjaren van Gijsbert Karel van Hogendorp", in P.J. Blok e.a. "Verspreide geschriften", dl. 5 (1905)
  • H. de Peyster, "Journal de G.K. van Hogendorp pendant les troubles de 1787", in: BMHG XXVII (1906), 1-130
  • B. de Gaay Fortman, "Gijsbert Karel van Hogendorp en de grondwet van 1814" (1907)
  • Levensbericht door M. Siegenbeek, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1835, 7
  • H.Th. Colenbrander, "Brieven en Gedenkschriften van Gijsbert Karel van Hogendorp", in BMHG XXXI (1910), 232--246
  • C. van Vollenhoven, "Gijsbert Karel overzee", in: Rotterdamsch Jaarboekje, derde reeks IV (1926), 1-18
  • S.H. Scholl, "Het liberalisme bij mr. G.K. van Hogendorp, mr. J.R. Thorbecke en mr. S. van Houten" (1947)
  • L.G.J. Verberne, "Gijsbert Karel van Hogendorp in zijn Verklaaring aan het Staatsbewind, 1801", in: BGN V (1950), 31-62
  • A.J.T. Stakenburg, "Gijsbert Karel van Hogendorp, Wegwijzer naar nieuwe tijden" (1963)
  • H. Laman Trip-De Beaufort, "G.K. van Hogendorp. Grondlegger van het Koninkrijk" (1963)
  • J. Haak, "Het nationaal besef bij G.K. van Hogendorp", TvG LXXIX (1966), 407-417
  • H. van der Hoeven, "G.K. van Hogendorp. Conservatief of liberaal?" (dissertatie, 1976)
  • P.Ch.H. Overmeer, "De economische denkbeelden van Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834)", (dissertatie, 1982)
  • "Mr. Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (1762-1834). Stadspensionaris en staatsman", in: G.Ch. Kok, "Rotterdamse juristen uit vijf eeuwen" (2009), 65
  • D. Slijkerman, "De wonderjaren van Van Hogendorp. Gijsbert Karel van Hogendorp, wegbereider van Nederland" (2013)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 587

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.