Troonredes bij demissionaire status

Het is diverse keren voorgekomen dat een troonrede werd voorgelezen, terwijl er een demissionair kabinet was. Na de kabinetscrises in 1982, 1989, 2010 en 2012 waren kort voor Prinsjesdag verkiezingen gehouden en was er nog geen 'missionair' kabinet gevormd. In 1956 en 1977 was de situatie vergelijkbaar met 2017 en 2021, want ook in die jaren was er sprake van een langdurige en moeizame formatie. In 2023 was er eerder dat jaar een crisis uitgebroken.

In 1972 was er, in tegenstelling tot de andere jaren, wel een 'missionair kabinet' (het kabinet-Biesheuvel), maar dat had een beperkte opdracht. Dat gold evenzeer in 2006 toen het derde kabinet-Balkenende III aan het bewind was. Beide kabinetten waren gevormd na een kabinetscrisis. Ondanks dat beide kabinetten formeel wel een missionaire status hadden, was de situatie destijds dermate bijzonder dat de Troonredes van die jaren ook opgenomen zijn.

Contentssopgave van deze pagina:


1.

2023

Vlak voor het zomerreces viel het kabinet-Rutte IV over het migratiebeleid. Er werden voor november 2023 Tweede Kamerverkiezingen uitgeschreven. De troonrede op 19 september bevatte vooral een terugblik op de periode onder koning Willem-Alexander en was verder tamelijk beleidsarm. Wel werden maatregelen aangekondigd om de bestaanszekerheid te vergroten.

2.

2021

Op 15 januari 2021 bood het kabinet-Rutte III ontslag aan naar aanleiding van de harde conclusies van het parlementair onderzoek kinderopvangtoeslag. Op 17 maart 2021 waren er nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. Het formatieprocess dat volgde op deze verkiezingen was dusdanig lang dat het kabinet Rutte-III nog steeds demissionair was ten tijde van de troonrede op 21 september 2021. Over deze situatie zei de Koning het volgende:

"De begroting die de regering vandaag aan u overlegt, staat in het teken van uitvoering van lopend beleid. Dat past bij de demissionaire status van een kabinet dat in januari van dit jaar zijn ontslag aanbood en daarmee verantwoordelijkheid nam voor de toeslagenaffaire. Grote nieuwe keuzes voor de langere termijn zijn aan een volgend kabinet. Tegelijkertijd ontslaat dat de zittende regering niet van de plicht te doen wat nodig is. Sommige onderwerpen zijn zo urgent, dat stilstand nu ons land onnodig achterop zou zetten. Daarom meent de regering er goed aan te doen in het lopende beleid voor komend jaar een aantal extra stappen te zetten, onder andere op het terrein van klimaat, rechtsstaat en wonigbouw."

3.

2017

Op 15 maart 2017 waren er Tweede Kamerverkiezingen en werd kabinet-Rutte II demissionair. De formatie was echter op 19 september nog niet volbracht. De troonrede bevatte de passage:

"Dat Prinsjesdag dit jaar plaatsvindt in een tijd van kabinetsvorming betekent dat terughoudendheid geboden is bij het indienen van nieuwe voorstellen. Dat ontslaat de regering niet van de plicht te doen wat in het landsbelang is. Bijsturing is altijd nodig om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen."

Uiteindelijk kwam het kabinet-Rutte III op 26 oktober 2017 tot stand.

4.

2012

Het kabinet-Rutte I was op 23 april 2012 ten val gekomen door onenigheid over het te voeren financieel-economisch beleid. 12 september waren er Tweede Kamerverkiezingen. Dat was zes dagen voor de troonrede werd voorgelezen. De demissionaire status van het kabinet werd niet gememoreerd. Er was alleen een verwijzing naar de aanstaande viering van 200 jaar Koninkrijk.

5.

2010

Op 21 september 2010 was de troonrede geschreven door het demissionaire vierde kabinet-Balkenende. Het kabinet was op 23 februari dat jaar gevallen en er waren op 9 juni vervroegde Tweede Kamerverkiezingen gehouden. In inleidende tekst van de troonrede stond daarom:

"Intensief wordt sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni gewerkt aan de totstandkoming van een nieuw kabinet. Lopende de kabinetsformatie past het huidige kabinet terughoudendheid bij het doen van beleidsvoorstellen voor het komende jaar."

7.

1989

Op 6 september werden vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden, nadat in mei het tweede kabinet-Lubbers was gevallen.

De troonrede uit het jaar 1989 begon aldus:

"Leden van de Staten-Generaal. Na de vervroegde verkiezingen is op 14 september de nieuw gekozen Tweede Kamer bijeengekomen. Met de vorming van een nieuw kabinet is een aanvang gemaakt. Deze uiteenzetting van het regeringsbeleid zal dus sober zijn."

Hoewel de uiteenzetting van het regeringsbeleid dus beperkt bleef, werd er wel dieper ingegaan op politiek minder gevoelige onderwerpen, zoals de veranderingen in de wereld door het (naderende) verdwijnen van het IJzeren Gordijn. Ook op de verdere Europese eenwording werd uitgebreid ingegaan. Thema's als milieu, de overheidsfinanciën, werkgelegenheid, inkomensbeleid en criminaliteitsbestrijding kregen ook aandacht, maar belangrijke politieke keuzes werden niet gemaakt.

Het nieuwe kabinet, het kabinet-Lubbers III van CDA en PvdA, kwam na een formatie van bijna 90 dagen tot stand.

8.

1982

Op 21 september 1982 las koningin Beatrix de troonrede voor, terwijl het derde kabinet-Van Agt een demissionaire status had. Op 8 september waren er vervroegde verkiezingen gehouden, nadat in mei het tweede kabinet-Van Agt van CDA, PvdA en D66, aan een interne crisis ten onder was gegaan.

De troonrede begon met de woorden:

"Een Troonrede, uitgesproken onder verantwoordelijkheid van een demissionair kabinet, kan geen beschrijving bieden van plannen en initiatieven waarmee de regering in het nieuwe parlementaire jaar vorm denkt te geven aan het te voeren beleid. Wel past een beschouwing over de problemen waarin ons land verkeert en een aanduiding van de maatregelen welke, met het oog op de ernst en de omvang van die problemen, naar het oordeel van het kabinet zonder verwijl moeten worden genomen om uitzicht te openen op economische herstel."

De formatie verliep vrij vlot. Nadat PvdA'er Van Kemenade als eerste informateur was opgetreden (de PvdA was de grootste fractie), werd onder leiding van mr. W. Scholten gewerkt aan vorming van een kabinet van CDA en VVD. Op 4 november rondde formateur Ruud Lubbers daarna de formatie succesvol af.

9.

1977

Na de verkiezingen van 25 mei 1977 begon PvdA-leider Joop den Uyl met de formatie. Zijn partij was als grote winnaar uit de verkiezingsstrijd gekomen (tien zetels winst en 53 Kamerzetels). Na de breuk in het kabinet-Den Uyl in maart 1977 waren de verhoudingen tussen PvdA en het nieuwe CDA verslechterd. Vooral de positie van CDA-leider Dries van Agt was voor de PvdA problematisch.

Een lange, moeizame formatie volgde. In juli liep Den Uyl vast op de regeling van de vermogensaanwasdeling. Nadat CDA'er Albeda dat probleem had weggewerkt, strandde Den Uyl in augustus voor de tweede maal. Toen was de abortuswetgeving het breekpunt. Opnieuw wist een CDA-informateur, Veringa, het geschil weg te werken.

Den Uyl en Veringa werden daarna samen informateur. Zij stelden onder meer samen de financieel-economische paragraaf op van het ontwerp-regeerakkoord, maar zouden later stukoplopen op de portefeuilleverdeling.

Op 8 september deed zich een bijzonder feit voor. CDA-leider Van Agt gaf zijn ministerschap op, omdat hij drie maanden na de verkiezingen moest kiezen tussen het ministerschap of het Kamerlidmaatschap (de Grondwet schreef dat toen nog voor). Anders dan bijvoorbeeld Biesheuvel in 1973 koos hij voor het Kamerlidmaatschap. De Gaay Fortman nam zijn Justitieportefeuille en het vicepremierschap van hem over.

Het vertrek van Van Agt was indirect merkbaar in de troonrede, want het kabinet-Den Uyl liet de koningin die rede openen met de zin:

"Leden der Staten-Generaal, De lange duur van de kabinetsformatie, na een verkiezingsuitslag die toch door velen als duidelijk is ervaren, wekt onder de huidige omstandigheden begrijpelijke bezorgdheid."

Die opmerking werd duidelijk gezien als een tik op de vingers van CDA-leider Van Agt. Tot totstandkoming van het tweede kabinet-Den Uyl kwam het uiteindelijk niet. Op 19 december vormden CDA en VVD het kabinet-Van Agt/Wiegel.

11.

1956

In 1956 waren er op 13 juni verkiezingen gehouden. De PvdA werd de grootste fractie en PvdA-leider en minister-president Drees kreeg het initiatief bij de formatie. Zijn poging om een brede coalitie te vormen, strandde echter. Behalve inhoudelijke geschilpunten, was ook de verhouding tussen met name PvdA en KVP sterk verslechterd.

Enige tijd werd geprobeerd een extraparlementair kabinet te vormen. Er was zelfs sprake van dat Drees zou worden vervangen door een wat verder van de politiek afstaande bestuurder, de Gouverneur van Suriname, Jan van Tilburg. Informateur W.F. de Gaay Fortman (ARP) trachtte een kabinet te vormen, zonder de PvdA. Op 15 september bleek echter dat die poging kansloos was.

Dat was de situatie op 18 september, de dag dat koningin Juliana de troonrede voorlas. Die troonrede was opgesteld onder verantwoordelijkheid van het derde kabinet-Drees.

De rede begon als volgt:

"Leden der Staten-Generaal, Ofschoon meer dan drie maanden zijn verlopen sinds de verkiezingen voor de Tweede Kamer werden gehouden, is het nog niet mogelijk gebleken te komen tot de vorming van een nieuw kabinet. Het demissionaire kabinet doet op mijn uitnodiging alles wat het in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk acht. Evenwel kunnen u onder deze omstandigheden geen plannen betreffende het in de toekomst te voeren beleid worden voorgelegd."

In de korte rede werd onder meer ingegaan op de aanstaande uitbreiding van het ledental van de Staten-Generaal, op de kwestie-Nieuw-Guinea, de samenwerking in Beneluxverband en op de algemene economische toestand.

De formatie mondde ten slotte, op 13 oktober, uit in vorming van het vierde kabinet-Drees.


Meer over