Kabinetsformatie 1967

Tijdens de verkiezingen van 1967 raakten de confessionele drie partijen (KVP, CHU en ARP) voor het eerst hun meerderheid kwijt, onder andere door de opkomst van Boerenpartij en nieuwkomer D'66. Ook de PvdA leed een gevoelig verlies. Demissionair premier Zijlstra kreeg een informatieopdracht en stelde een beknopt programma op, vooral met financiële punten. Vervolgens zette de PvdA zichzelf buitenspel, waarna de weg naar een kabinet open lag voor de KVP, VVD, ARP en CHU. In eerste instantie leek ARP-leider Biesheuvel minister-president te worden, maar zijn formatiepoging strandde. De KVP schoof vervolgens Piet de Jong naar voren als formateur. Na voortvarend optreden lukte het hem om relatief snel een ministersploeg samen te stellen.

Verloop van de formatie

Informatie-Zijlstra

Na de verkiezingen van 1967 maakte de opstelling van de PvdA het voor de ARP en KVP eenvoudig om voor de VVD als regeringspartner te kiezen. Informateur Zijlstra (ARP) had weinig moeite om de PvdA buitenspel te zetten, omdat die partij alvorens de besprekingen met de KVP en de ARP haar voorkeur uitsprak voor een centrumlinks of centrumrechts kabinet. Dat weigerden de confessionele partijen en daarna haakte de PvdA zelf af. Dat opende de weg voor besprekingen tussen de KVP, ARP, CHU en VVD. Zijlstra ontwierp een beknopt programma op hoofdlijnen, waarmee de fracties vlot instemden (op 3 maart). In de ARP ontstond wel onrust over de keuze voor de VVD. Elf ARP-prominenten (zogenoemde 'spijtstemmers') keerden zich daar op 15 maart tegen.

Toen bleek dat Zijlstra niet zelf het premierschap op zich wilde nemen, maar zijn fractievoorzitter Biesheuvel naar voren schoof, liet de VVD aanvankelijk een veto horen. Biesheuvel lag namelijk niet goed bij de liberalen, omdat hij zonder moeite was overgestapt van het centrumrechtse kabinet-Marijnen naar het centrumlinkse kabinet-Cals. Bovendien bleef hij daarna het beleid van dat laatste kabinet verdedigen.

Vicepresident van de Raad van State Louis Beel wist de kou tussen de VVD en ARP'er Biesheuvel uit de lucht te halen, waarna de fractievoorzitters onder zijn leiding het ook vlot eens werden over de verdeelsleutel. De KVP kreeg zes ministers, de CHU twee en zowel de ARP (inclusief premier Biesheuvel) als de VVD drie.

Formatie-Biesheuvel

Vanaf het moment dat Biesheuvel als formateur zijn eigen ministers wilde uitzoeken, liep zijn formatiepoging vast. De fractievoorzitters gaven hem daar namelijk geen ruimte voor. Vooral zijn keuze voor Bakker op Economische Zaken was een breekpunt, aangezien de KVP een minister uit de sociaaleconomische driehoek wilde. De katholieke kandidaat, De Block, werd door Biesheuvel niet goed genoeg bevonden. Op 17 maart wilde Biesheuvel zijn opdracht teruggeven, maar de koningin zag nog mogelijkheden. Nadat KVP-kandidaten voor Economische Zaken en Sociale Zaken weigerden, mislukte de poging op 19 maart echter definitief.

Formatie-De Jong

Formateur De Jong (KVP) was vervolgens wat minder kritisch, onder meer door de afspraak dat ministerswisselingen tijdens de rit niet tot een crisis mochten leiden. Hij stelde zowel de fractievoorzitters als de kandidaten ultimata, waardoor de invulling van de posten nauwelijks tot problemen leidde, al haakten Aantjes en Grosheide (beiden ARP) om uiteenlopende redenen af.

Regeerakkoord

Het regeerakkoord van het kabinet-De Jong was in concept opgesteld door demissionair premier Jelle Zijlstra, en bestond vooral uit hoofdlijnen op financieel-economisch gebied. Het programma vormde de basis van de formatie van 1967 en stond nauwelijks ter discussie. Belangrijkste thema in het akkoord was de beheersing van de overheidsfinanciën.

Betrokken personen

De informateur

J. (Jelle) Zijlstra

Bekwame en gezagvolle econoom van ARP-huize. Werd al op jonge leeftijd, na hoogleraar aan de VU te zijn geweest, minister van Economische Zaken in het kabinet-Drees III en later in het kabinet-De Quay minister van Financiën. Ontwikkelde in die laatste functie een norm voor een trendmatig begrotingsbeleid. Hoewel hij zichzelf niet als politicus beschouwde, was hij tweemaal lijsttrekker van de ARP. Werd als premier van een interim-kabinet een populair politicus, mede door een oudejaarsconference van Wim Kan. Nadien president van De Nederlandsche Bank. Gold binnen de ARP als modern en pragmatisch. Later vooral een zuinige minister van Financiën en behoedzame bankpresident, die echter wel oog had voor sociale aspecten. Uitstekend spreker, die bijzonder helder ingewikkelde problemen kon uitleggen zonder vakjargon te gebruiken.

L.J.M. (Louis) Beel

Katholieke staatsman. Eén van de belangrijkste politici van na 1945. Begon zijn loopbaan als gemeenteambtenaar. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en als zodanig speelde hij een voorname rol bij de naoorlogse zuiveringen. Was als premier en Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon een vooraanstaande figuur in het moeizame proces van dekolonisatie. Voorstander van militair optreden (politionele acties) tegen de Republiek Indonesia. Na terugkeer uit Indië hoogleraar en in 1951 weer minister van Binnenlandse Zaken en in het kabinet-Drees III tevens vicepremier. Had een goede band met Drees. In de jaren vijftig en zestig als (in)formateur betrokken bij de vorming van diverse kabinetten, vooral van centrumrechtse signatuur. Belangrijk adviseur en vertrouweling van koningin Juliana. Gezagvol, inventief en doortastend politicus, die vaak als regelaar en 'bruggenbouwer' fungeerde. Ook een wat dorre jurist. Had als bijnaam 'de Sfinx'.

De formateur

B.W. (Barend) Biesheuvel

ARP-voorman, minister van Landbouw en premier. Afkomstig uit Haarlemmerliede en net als Colijn een boerenzoon. Kwam via de Christelijke boeren- en tuindersbond in de Kamer, waarvan hij al snel een gerespecteerd lid was. Werd in 1963 minister van Landbouw en Visserij en vicepremier. Na een mislukte poging een kabinet te vormen in 1967 fractievoorzitter. Pleitbezorger van christendemocratische samenwerking. In 1971 alsnog premier van een instabiel kabinet. Behaalde in november 1972 met zijn partij een goed verkiezingsresultaat, maar verdween korte tijd later vrij geruisloos uit de politiek toen zijn partij aanstuurde op een kabinet met de PvdA. Charismatisch en populair in eigen kring. Harde werker, pragmatisch maar ook soms humeurig. Werd vanwege zijn lange gestalte (bijna twee meter) 'mooie Barend' genoemd.

P.J.S. (Piet) de Jong

Katholieke onderzeebootcommandant die in de woelige jaren zestig op kordate wijze een kabinet leidde. Werd na staatssecretaris van Marine te zijn geweest (1959-1963) en na het ministerschap van Defensie (1963-1967) vrij verrassend premier, omdat een formatiepoging van Biesheuvel was mislukt. Goede, pragmatisch ingestelde bewindspersoon en teamleider. Beschikte over een typische, droge humor en relativeringsvermogen ('wij passen slechts op de winkel') en werd mede daardoor populair. Hoewel hij regeerde in een roerige tijd, was het door hem geleide kabinet het eerste naoorlogse kabinet dat zonder crisis de vier jaar volmaakte. Ondanks zijn populariteit wees de KVP hem in 1971 niet aan als lijsttrekker. Was daarna drie jaar Eerste Kamerlid en fractievoorzitter in de Senaat.

De fractievoorzitters bij de onderhandelingen

W.K.N. (Norbert) Schmelzer

Leider van de KVP in de jaren zestig. Pragmatisch en behendig politicus, die na een ambtelijke loopbaan snel carrière maakte in de politiek, mede dankzij de steun van KVP-voorman Romme. Werd na staatssecretariaten in de kabinetten-Drees, -Beel en -De Quay eind 1963 fractievoorzitter. Speelde als zodanig een hoofdrol in de naar hem genoemde 'Nacht'. Een door hem ingediende motie leidde toen (14 oktober 1966) tot de val van het door zijn partijgenoot Cals geleide kabinet. Leidde daarna nog tot 1971 zijn partij en werd vervolgens minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Biesheuvel. Charmante, innemende man, die echter veelal als ambiteus politicus werd gezien. Door de cabaretier Wim Kan werd hij vanwege zijn rol bij de kabinetscrisis van 1966 omschreven als 'een (gladde) teckel met een vette kluif in zijn bek'.

E.H. (Edzo) Toxopeus

In de periode 1963-1969 de gezaghebbende leider van de VVD als opvolger van Oud. Welsprekende, hoffelijke en aimabele zoon van een lutherse dominee. Aanvankelijk advocaat in Breda. Werd al na drie jaar in de Kamer minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Quay. Befaamd om de Toxopeusronde (loonsverhoging voor ambtenaren) die hij als minister begin jaren zestig doorvoerde. Voerde tevens de vrije zaterdag en het welvaartvaste pensioen voor ambtenaren in. Na zijn ministerschap in het kabinet-Marijnen teruggekeerd in de Tweede Kamer als fractievoorzitter. Werd in 1969 Commissaris van de Koningin in Groningen en daarna staatsraad en minister van staat.

B.W. (Barend) Biesheuvel

ARP-voorman, minister van Landbouw en premier. Afkomstig uit Haarlemmerliede en net als Colijn een boerenzoon. Kwam via de Christelijke boeren- en tuindersbond in de Kamer, waarvan hij al snel een gerespecteerd lid was. Werd in 1963 minister van Landbouw en Visserij en vicepremier. Na een mislukte poging een kabinet te vormen in 1967 fractievoorzitter. Pleitbezorger van christendemocratische samenwerking. In 1971 alsnog premier van een instabiel kabinet. Behaalde in november 1972 met zijn partij een goed verkiezingsresultaat, maar verdween korte tijd later vrij geruisloos uit de politiek toen zijn partij aanstuurde op een kabinet met de PvdA. Charismatisch en populair in eigen kring. Harde werker, pragmatisch maar ook soms humeurig. Werd vanwege zijn lange gestalte (bijna twee meter) 'mooie Barend' genoemd.

H.K.J. (Henk) Beernink

CHU-voorman na het vertrek van Tilanus in 1963. Combineerde lange tijd het Tweede Kamerlidmaatschap met de functie van gemeentesecretaris van Rijswijk (Z.H.). Zag in 1967 zijn loopbaan bekroond met het ministerschap van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Jong. Was kort na zijn aantreden als minister verantwoordelijk voor de vervanging van burgemeester Van Hall van Amsterdam. Liet veel werkzaamheden over aan zijn staatssecretaris en partijgenoot Van Veen. Stond bekend als conservatief 'law and order'-politicus en als schaker en sigarenroker. Maakte op het eerste gezicht een wat stugge, gesloten indruk. Betrouwbare, hardwerkende en relativerende politicus met zakelijke nuchterheid, die zijn achterban goed kende.

De vaste adviseurs van de koningin

J.P. (Jan) Mazure

Waterstaatsingenieur en 'amateur-politicus'. Drie jaar voorzitter van de Eerste Kamer. Rotterdamse onderwijzerszoon, die aan de TH in Delft voor de civiele richting koos. Na vijfentwintig jaar gewerkt te hebben in de natte waterstaat zwaaide hij over naar de droge waterstaat. Nuchtere socialist die begin jaren dertig bedankte voor de SDAP en na de oorlog lid werd van de PvdA. Was woordvoerder verkeer en waterstaat en volkshuisvesting in de Eerste Kamer tot hij in 1966 Kamerpresident werd. Behoorde in 1970 tot de oprichters van DS70. Zeer belezen ingenieur zonder poespas en enthousiast korfballer.

F.J.F.M. (Frans-Joseph) van Thiel

Bekende en populaire katholieke Tweede Kamervoorzitter in de jaren zestig. Hij vervulde dat ambt op vaderlijke wijze met veel (Brabantse) humor, tact en soepelheid. Tijdens zijn voorzitterschap vonden de 'Nacht van Schmelzer' en de discussies over de 'Drie van Breda' plaats. Onder zijn voorzitterschap werd bovendien de werkwijze van de Kamer gemoderniseerd en werd het Kamerwerk dichter bij de burgers gebracht (televisie-uitzendingen, hoorzittingen). Was afkomstig uit een Helmondse ondernemersfamilie. Werd in 1952 in het kabinet-Drees III de eerste minister van Maatschappelijk Werk en keerde in 1956 terug in de Tweede Kamer, waarvan hij namens de KVP eerder al vier jaar deel had uitgemaakt.

L.J.M. (Louis) Beel

Katholieke staatsman. Eén van de belangrijkste politici van na 1945. Begon zijn loopbaan als gemeenteambtenaar. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en als zodanig speelde hij een voorname rol bij de naoorlogse zuiveringen. Was als premier en Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon een vooraanstaande figuur in het moeizame proces van dekolonisatie. Voorstander van militair optreden (politionele acties) tegen de Republiek Indonesia. Na terugkeer uit Indië hoogleraar en in 1951 weer minister van Binnenlandse Zaken en in het kabinet-Drees III tevens vicepremier. Had een goede band met Drees. In de jaren vijftig en zestig als (in)formateur betrokken bij de vorming van diverse kabinetten, vooral van centrumrechtse signatuur. Belangrijk adviseur en vertrouweling van koningin Juliana. Gezagvol, inventief en doortastend politicus, die vaak als regelaar en 'bruggenbouwer' fungeerde. Ook een wat dorre jurist. Had als bijnaam 'de Sfinx'.


Meer over