Mr. Ch. (Chris) van Veen

foto Mr. Ch. (Chris) van Veenvergrootglas

Bekwaam CHU-bewindsman met grote werkkracht, die van vele markten thuis was. Begon zijn mooie loopbaan met een mulo-diploma op de secretarie van Oude Tonge. In Rijswijk de rechterhand van gemeentesecretaris Beernink . Gemeentesecretaris van Hoogeveen en Groningen. Haalde in zijn vrije tijd de actes gemeenteadministratie en doctoraal rechten. Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Jong waar Beernink op het departement (net als voorheen in Rijswijk) veel aan hem overliet. Kreeg als minister van Onderwijs in de kabinetten-Biesheuvel te maken met heftige protesten tegen zijn bezuinigingen en lesgeldverhoging. Nadien een gewaardeerd voorzitter van het VNO en met FNV-voorman Wim Kok architect van het Akkoord van Wassenaar in 1982.

CHU
in de periode 1967-1993: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister, staatsraad in buitengewone dienst

Voornaam (roepnaam)

Christiaan (Chris)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Kootwijkerbroek (gem. Barneveld), 19 december 1922

overlijdensplaats en -datum
Wassenaar, 9 november 2009

levensbeschouwing
Hervormd

Partij/stroming

partij(en)
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

Hoofdfuncties/beroepen

  • leerling-ambtenaar (volontair) ter secretarie, gemeente Den Bommel (Z.H.), van 1939 tot 1940
  • ambtenaar ter secretarie, gemeente Oude Tonge (Z.H.), van 1940 tot 1944
  • werkzaam bij het Militair Gezag te Brussel, van 1944 tot 1945
  • ambtenaar ter secretarie, gemeente Rijswijk (Z.H.), vanaf 1945
  • chef afdeling algemene zaken (rang: referendaris), secretarie gemeente Rijswijk (Z.H.), tot 1 april 1960
  • gemeentesecretaris van Hoogeveen, van 1 april 1960 tot 1 oktober 1964
  • gemeentesecretaris van Groningen, van 1 oktober 1964 tot 10 mei 1967
  • staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (belast met het overheidspersoneelsbeleid, agglomeratiezaken en overheidsorganisatie), van 10 mei 1967 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971
  • minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 6 juli 1971 tot 11 mei 1973 (na het aftreden van minister De Brauw van 21 juli 1972 tevens belast met het wetenschappelijk onderwijs en het wetenschapsbeleid)
  • vicevoorzitter VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen), van 1 september 1973 tot 1 januari 1974 (in afwachting van aanstelling als bezoldigd voorzitter)
  • voorzitter VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen), van 1 januari 1974 tot 1 november 1984
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 1 februari 1985 tot 1 januari 1993 (benoemd bij K.B. van 31 oktober 1984)

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met 1. overheidspersoneelsbeleid; 2. agglomeratiezaken (bijzondere bestuursvormen); 3. efficiency, doelmatige organisatie van de rijksdienst en automatisering; 4. aangelegenheden betreffende het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf
  • Was als minister van Onderwijs en Wetenschappen tot 21 juli 1972 belast met: het onderwijsbeleid, met uitzondering van de rijksstudietoelagen en het personeelsbeleid (inclusief dat van het d.g. wetenschapsbeleid)

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Was als staatssecretaris verantwoordelijk voor het beleid inzake de spreiding van Rijksdiensten. Bracht daarover in 1967 samen met de ministers Beernink en Udink een beleidsbrief uit. Ter versterking van de regionale-economische structuur werd voorgesteld 15 rijksinstellingen buiten de Randstad te vestigen. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds zou naar Heerlen verhuizen en het Rijks Computer Centrum naar Apeldoorn. Stelde in oktober 1967 het Centraal Bureau Spreiding Rijksdiensten in. (9.395)
  • Bracht in 1968 de Nota betreffende het georganiseerd ambtenarenoverleg uit. Moderniseerde dit Georganiseerd Overleg en werd daarvan zelf voorzitter in plaats van een onafhankelijke voorzitter. (9.462)
  • In 1968 verwierp de Tweede Kamer met 82 tegen 39 stemmen het door hem verdedigde voorstel van wet inzake een afzonderlijke ziektekostenvoorziening voor ambtenaren (8.336)
  • Bracht de werktijd van het overheidspersoneel terug van 45 naar 42,5 uur
  • Diende in 1971 samen met minister Beernink een wetsvoorstel voorschriften met betrekking tot de gewesten in. Het wetsvoorstel voorzag in de mogelijkheid dat meerdere gemeenten samen tot vorming van een gewest konden besluiten. De centrale overheid zou daarbij vooral faciliterend en regulerend optreden; aan gemeenten zou worden overgelaten of er een gewest zou worden ingesteld en welke bevoegdheden dan aan het gewest zouden worden overgedragen. Gewesten zouden een dagelijks bestuur en een (vooralsnog indirect gekozen) gewestraad krijgen. Dit voorstel werd in 1979 door minister Wiegel ingetrokken. (11.246 )
  • Kwam in 1971 als minister van Onderwijs en Wetenschappen met voorstellen om de gemiddelde groepsgrootte in het beroepsonderwijs te verhogen, om het aantal lessen in het voortgezet onderwijs te verminderen, en om het schoolgeld te verhogen. Op 29 november 1971 werd hiertegen in de manifestatie O'71 in Utrecht massaal geprotesteerd. De protesten leidden evenwel niet tot aanpassing van de voorstellen.
  • Bracht in 1972 samen met de ministers De Brauw en Lardinois de Nota 'Op weg naar het hoger onderwijs nieuwe stijl' uit. Onder hoger onderwijs wordt verstaan 'wetenschappelijk onderwijs', 'hoger beroepsonderwijs', 'hoger technisch onderwijs' en 'lerarenopleidingen-nieuwe-stijl'. Er wordt een voorontwerp van wet aangekondigd, waarin onder meer de samenwerking tussen instellingen van hoger onderwijs zal worden geregeld en waarin regels worden opgenomen over toelating en studieduur, alsmede over de rechtspositie van het personeel. (11.697 )
  • Bracht in 1973 de Nota 'De nieuwe lerarenopleiding' uit. (12.376 )

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1972 de School- en Cursusgeldwet (Stb. 624) tot stand. Deze bepaalde dat het lager onderwijs vrij bleef van schoolgeldheffing, dat de schoolgeldplicht inging bij de aanvang van het voortgezet onderwijs en dat deze plicht gold voor de gehele periode waarin dat onderwijs werd genoten. Cursusgeld werd geheven bij onderwijs aan avondscholen, dag-avondscholen en cursussen. De inning van schoolgeld werd opgedragen aan de belastingdienst. (11.796 )
  • Bracht in 1972 de Wet erkenning instellingen schriftelijk onderwijs (Stb. 746) tot stand. Op basis van deze wet kunnen instellingen voor schriftelijk onderwijs in aanmerking komen voor erkenning, indien zij aan bepaalde eisen voldoen. Erkende instellingen zijn aan overheidstoezicht op de naleving van voorwaarden onderworpen. Het voorstel was in 1970 ingediend door minister Veringa. (10.658 )
  • Bracht in 1972 de Wet regeling van de titel "ing" (Stb. 759). Op grond van deze wet mogen afgestudeerden aan een hogere technische school of een hogere landbouwschool de titel 'ing.' voeren. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door minister Veringa. (11.271 )
  • Bracht in 1972 een wet tot wijziging van de Kleuteronderwijswet, de Lager-onderwijswet 1920 etc. tot stand over het uitsluiten van huwelijk als ontslaggrond (in het bijzonder onderwijs). Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend door minister Veringa. (10.973 )
  • Bracht in 1973 de Wet inzake vestiging van een Rijksuniversiteit te Rotterdam (Stb. 8) tot stand. De in 1913 gestichte Nederlandse Economische Hogeschool, die sinds 1963 een juridische en sociale en sinds 1966 een medische faculteit kende, werd hierdoor omgevormd tot Erasmus Universiteit Rotterdam. (12.058 )
  • Bracht in 1973 een wijziging (Stb. 432) van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs met betrekking tot theologische hogescholen tot stand. Deze wijziging maakt het mogelijk dat theologische hogescholen zoals die in Kampen en priesteropleidingen worden aangewezen als hogeschool in de zin van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs. Te verlenen doctoraten en getuigschriften worden daarmee gelijkgesteld aan die van universiteiten en hogescholen. De theologische hogescholen ontvangen rijkssubsidie. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door minister Veringa. (11.312 )

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Hij was een neef van scheepsbouwer Cornelis Verolme
  • Zijn vader was eigenaar van een hotel-restaurant ('Admiraal Tromp') in Oude Tonge. In 1944 ging het hotel verloren toen Oude Tonge onder water werd gezet.

Publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • NRC Handelsblad, 11 juli 1987
  • De Tijd, 8 september 1989
  • Het Financieele Dagblad, 9 mei 1990
  • E. van der Geest en Y. de Jong, "Architect van het poldermodel. Chris van Veen 1922-2009", Het Financieele Dagblad, 18 november 2009
  • "Bang uitgevallen was de man achter het Akkoord van Wassenaar niet. In memoriam Chris van Veen 1922-2009", Trouw, 18 november 2009
  • W. Kok, "De man van Wassenaar. Chris van Veen (1922-2009), in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2010, 141

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.