Drs. J.A. (Joop) Bakker

foto Drs. J.A. (Joop) Bakkervergrootglas

ARP-bestuurder en voortvarende zakenman die uitstekend met mensen kon omgaan. Was in 1963 burgemeester van Hoogeveen tijdens de boerenrellen in Hollandscheveld. Op voorspraak van zijn studievriend Jelle Zijlstra werd hij staatssecretaris van Economische Zaken in kabinet-Marijnen en daarna ook in kabinet-Cals . Minister van Economische Zaken in kabinet-Zijlstra en van Verkeer en Waterstaat in kabinet-De Jong , tevens viceminister-president. Zorgde voor de eerste wetgevende maatregelen tegen waterverontreiniging. Wars van gewichtigdoenerij bestuurde hij ontspannen het land.

ARP
in de periode 1963-1972: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister, viceminister-president

Voornamen (roepnaam)

Johannes Age (Joop)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Bolsward, 27 mei 1921

overlijdensplaats en -datum
Wassenaar, 3 oktober 2003

begraafplaats en -datum
Heeg, familiegraf, 8 oktober 2003

levensbeschouwing
Gereformeerd

Partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

Hoofdfuncties/beroepen

  • mede-eigenaar firma "J.A. Bakker en Zoon", fabrikant van bakkerijgrondstoffen te Bolsward, van 1949 tot 1955
  • lid gemeenteraad van Bolsward, van 2 september 1946 tot 1 maart 1955
  • wethouder (van onder andere financiën, verkeer, nutsbedrijven en personeel) van Bolsward, van 2 september 1946 tot 1 maart 1955
  • burgemeester van Andijk, van 1 maart 1955 tot 16 januari 1959
  • burgemeester van Hoogeveen, van 16 januari 1959 tot 1 september 1963
  • staatssecretaris van Economische Zaken (belast met de aangelegenheden betreffende middenstand en regionale industrialisatie), van 3 september 1963 tot 22 november 1966
  • minister van Economische Zaken, van 22 november 1966 tot 5 april 1967
  • minister van Verkeer en Waterstaat en viceminister-president, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 15 februari 1972
  • voorzitter Raad van Bestuur verzekeringsmaatschappij "AGO" (Algemene Friesche, Groot-Noordhollandsche en Olveh), van 1 januari 1972 tot 1 januari 1982

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Vaardigde in 1964 een AMvB uit met een verbod van collectieve verticale prijsbinding, waardoor concurrentie moest worden bevorderd
  • Bracht in 1964 een Industriespreidingsnota 1965-1968 uit. Het bestaande beleid om industrievestiging te spreiden, wordt voortgezet en versterkt. Doel daarvan is het bestrijden en voorkomen van structurele werkloosheid in bepaalde gebieden. De primaire ontwikkelingsgebieden zijn Noord-Nederland, de Kop van Noord-Holland, Zeeland en Oostelijk Noord-Brabant (uitgezonderd de regio Eindhoven). In de nota worden 20 kernen (o.a. Hoogezand, Drachten, Emmen, Den Helder, Terneuzen, Oss en Weert) genoemd die via subsidieregelingen steun krijgen bij industrievestiging. Daarnaast worden maatregelen getroffen om de infrastructuur, de woningvoorzieningen en de recreatiemogelijkheden te verbeteren. (7.703)
  • Stelde in 1966 het Ontwikkelingsfonds voor het Midden- en Kleinbedrijf in
  • Bereikte in januari 1967 als minister van Economische Zaken een akkoord met de oliemaatschappijen over opsporingsvoorwaarden bij het boren naar olie in het Nederlandse deel van de Noordzee. Er komt geen staatsdeelneming.
  • Maakte in 1967 als minister van Economische Zaken samen met staatssecretaris Van Son maatregelen bekend om de economische ontwikkeling in het Noorden van het land te bevorderen. Investeringen en vestiging van bedrijven wordt gestimuleerd en de mogelijkheden voor het verkrijgen van leningen worden vergroot. (9.001)
  • Bracht in 1967 de Nota verkeersveiligheid uit. Daarin worden maatregelen aangekondigd zoals de verplichtstelling van autogordels, periodieke keuring van voertuigen, invoering van reflecterende nummerborden, verbetering van het rijonderricht en verbeteringen in het wegennet. (9.262)
  • Verleende in 1967 en volgende jaren financiële steun aan de Nederlandse Spoorwegen, dat tot en met 1969 een tekort van f 454 miljoen had
  • Stelde in 1968 een interdepartementale commissie in die wetgeving moest voorbereiden over de bestrijding van geluidshinder rond vliegvelden
  • Bracht in 1968 een Rijkswegenplan uit, waarin de aanleg van 1900 km snelweg in de periode tot omstreeks 1983 wordt aangekondigd. Het plan omvat 78 bestaande of nieuwe rijkswegen en is gebaseerd op de voorstellen uit de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening. (9.300-B, nr. 8)
  • Bracht in 1968 de Nota inzake de hulpverlening bij verkeersongevallen uit. Daarin worden betere alarmering, bevordering van eerstehulpverlening en verbetering van kwaliteit en organisatie van het ambulancevervoer aangekondigd. (9.804)
  • Was in juni 1969 als minister voor Koninkrijksaangelegenheden, samen met staatssecretaris Van Es van Defensie (Marine), verantwoordelijk voor het zenden van Nederlandse mariniers naar Curaçao. Nadat in Willemstad ernstige onlusten waren uitgebroken, had de waarnemend Gouverneur van de Nederlandse Antillen om militaire bijstand gevraagd ter handhaving van orde en veiligheid en ter bescherming van personen en goederen. Legde hierover op 3 juni 1969 in de Tweede Kamer een verklaring af.
  • Bracht in 1969 de Nota waterhuishouding van Nederland uit. In 2000 moet de totale beschikbare hoeveelheid water voldoende zijn om te kunnen voorzien in de waterbehoefte. Er moeten spaarbekkens komen in onder andere het IJsselmeer en de Grevelingen. Er komt meer aandacht voor verzilting en vervuiling en in internationaal verband zal de vervuiling van de Rijn aan de orde worden gesteld. (9.987)
  • Diende in 1971 een wetsvoorstel in tot goedkeuring van een verdrag tegen omroeppiraterij door stations buiten nationaal gebied (11.373 )

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1964 als staatssecretaris van Economische Zaken samen met minister Veldkamp en staatssecretaris Bartels de Drank- en Horecawet (Stb. 386) tot stand, die bepalingen bevat over de uitoefening van het horecabedrijf, de verkoop van alcoholhoudende drank en de eisen waaraan horeca-inrichtingen moeten voldoen. De wet trad 1 november 1967 in werking. (6.811)
  • Bracht in 1968 als minister van Verkeer en Waterstaat samen met minister Witteveen de Wet tot tijdelijke steunverlening aan de NV Nederlandse Spoorwegen (Stb. 328) tot stand. De Staat stelt zich garant voor een lening van de N.S. op de kapitaalmarkt van in totaal f. 315 miljoen. (9.218)
  • Bracht in 1969 een wetje tot stand waarbij de Zuiderzeeraad werd opgeheven en de werkzaamheden daarvan overgingen in de Raad van de Waterstaat
  • Bracht in 1969 een wijziging (Stb. 468) van de Telegraaf- en telefoonwet 1904 tot stand, die de mogelijkheid bood voor het oprichten van centrale antennesystemen. Het wetsvoorstel was in 1965 ingediend door minister Suurhoff. (8.408)
  • Bracht in 1969 samen met staatssecretaris Kruisinga de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 536) tot stand die voor elk oppervlaktewater een beheerder aanstelt, zonder wiens vergunning geen verontreinigende stoffen mogen worden geloosd; uitgangspunt van de wet is: de vervuiler betaalt, en daartoe werden zuiveringsheffingen ingevoerd. Het wetsvoorstel was in 1964 ingediend door minister Van Aartsen en staatssecretaris Bartels. (7.884)
  • Bracht in 1970 de Wet Havenschap Vlissingen (Stb. 457) en in 1971 de Wet Havenschap Terneuzen (Stb. 252) tot stand. Hierdoor werden openbare lichamen in het leven geroepen voor het beheer van de havens en industrieterreinen bij Vlissingen en Terneuzen. De havenschappen waren onder meer bevoegd tot belastingheffing.
  • Bracht in 1971 samen met minister Lardinois de Deltaschadewet (Stb. 86) tot stand, die een schadevergoedingsregeling in het leven roept voor vissers die schade hebben geleden door afsluitingen krachtens de Deltawet en door afsluiting van de Lauwerszee. (9.974)
  • Bracht in 1971 een wijziging (Stb. 255) van de Postwet tot stand, waardoor nadere regels kunnen worden gesteld aan de plaats en omvang van brievenbussen. Bewoners van huizen die verder van de openbare weg afstaan, moeten een door de PTT geleverde buitenbus plaatsen. Hierdoor moet de zg. bijroute van de postbesteller worden beperkt en de kosten worden verlaagd. (10.162 )

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Bevriend met Jelle Zijlstra
  • Zijn echtgenote was eveneens econoom
  • Zijn zoon Age was bewindvoerder bij het IMF en hoogleraar financiële markten aan de Vrije Universiteit
  • Zijn vader was bakker, fabrikant van bakkersgrondstoffen en gemeenteraadslid van Ruinen

niet-aanvaarde politieke functies
  • regeringscommissaris voor de politie, september 1971

Publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • W. Aantjes, "Krachtige bestuurder, innemende persoonlijkheid. In memoriam Joop Bakker (1921-2003)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2004, 141
  • T.M. Schelhout e.a. (red.), "De afgescheidenen van 1834 en hun nageslacht" (Kampen, 1984)

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.