Mr. L. (Leo) de Block

foto Mr. L. (Leo) de Blockvergrootglas

KVP-bewindsman. Zoon van een generaal. Begon zijn loopbaan in het bankwezen en was topambtenaar op financiën en EZ, en daarna financieel directeur van de KLM. Staatssecretaris van Europese samenwerking in de kabinetten-Marijnen, -Cals en -Zijlstra. In dat laatste kabinet tevens staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Werd in 1967 vrij onverwacht minister van Economische Zaken in het kabinet-De Jong , nadat andere KVP-kandidaten hadden bedankt. Trad na drie jaar af na perikelen rond de btw en loon- en prijspolitiek. Met name op zijn prijsbeleid na de invoering van de btw werd veel kritiek geuit. Wist zich tegen die felle oppositie niet staande te houden. Was volgens zijn grootste opponent in de Kamer, Gerda Brautigam, te lief voor de politiek.

KVP
in de periode 1963-1970: staatssecretaris, minister

Voornaam (roepnaam)

Leo (Leo)

Personalia

geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 14 augustus 1904

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 4 januari 1988

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)
KVP (Katholieke Volkspartij)

Hoofdfuncties/beroepen

  • medewerker N.V. "Amsterdamsche Bank", van 1923 tot 1928
  • medewerker N.V. "Incasso-Bank", van 1928 tot 1945
  • medewerker Oostenrijkse Nationale Bank te Wenen, 1931 (als secretaris van prof. Bruins)
  • secretaris Nederlands Beheersinstituut, van 1945 tot september 1946
  • directeur N.V. "Incasso-Bank" te 's-Gravenhage, van 1946 tot 1947
  • directeur deviezenvoorziening, ministerie van Financiën, van oktober 1947 tot 1 januari 1953
  • plaatsvervangend thesaurier-generaal, ministerie van Financiën, van 1 januari 1953 tot 1 januari 1959
  • directeur-generaal industrialisatie en energievoorziening, ministerie van Economische Zaken, van 1 januari 1959 tot 1 september 1960
  • financieel directeur N.V. KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), van 1 september 1960 tot 1 september 1963
  • staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (belast met Europese samenwerking en vervoersaangelegenheden), van 3 september 1963 tot 5 april 1967
  • staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (belast met internationale vervoersaangelegenheden), van 22 november 1966 tot 5 april 1967
  • minister van Economische Zaken, van 5 april 1967 tot 7 januari 1970

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Was als staatssecretaris betrokken bij de onderhandelingen over de Europese landbouwpolitiek. Leidde in 1966 een vergadering van EEG-ministers over samenvoeging van de Europese instituties.
  • Bracht in 1964 een nota uit inzake de versterking van de controle door het Europees Parlement. Daarin wordt uitbreiding van de bevoegdheden van het parlement bepleit ten aanzien van het landbouwbeleid en de begroting. (7.754)
  • Wist in 1964 over akkoord te bereiken over vereenvoudiging van de grensformaliteiten voor het goederenvervoer in de Benelux
  • Sloot in 1964 een overeenkomst met de Turkse regering over de migratie, aanwerving en tewerkstelling in Nederland van Turkse arbeiders (7.883)
  • Bracht in 1966 samen met staatssecretaris Van Son de Nota betreffende de uitbreiding van de maatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling in het noorden des lands, in Zuid-Limburg en in andere stimuleringsgebieden uit (9.001)
  • Tijdens zijn ministerschap op Economische Zaken waren er (dreigende) bedrijfssluitingen in onder meer de scheepbouwsector (Verolme), de textielindustrie en strokartonindustrie
  • Bracht in 1967 samen met minister Roolvink een Nota betreffende de katoen-, rayon- en linnenindustrie uit. Hierin wordt ingegaan op de problemen in die sector, die gepaard ging met bedrijfssluitingen en werktijdverkorting. Getracht wordt via herstructering de KRL-industrie te versterken, met name in Twente en in de Achterhoek. Verder wordt herscholing bevorderd en komt er ondersteuning bij arbeidsbemiddeling. (9.139)
  • Bracht in 1968 samen met minister De Block en staatssecretaris Van Son de Nota inzake de sociaal-economische aspecten van het in de jaren 1969 t/m 1972 te voeren regionaal beleid uit (9.805)
  • Bracht in 1968 samen met staatssecretaris De Koster een overeenkomst met Groot-Brittannië en de Bondsrepubliek Duitsland tot stand over samenwerking in het ultracentrifugeproject (Urenco) (10.471 )
  • Kreeg als minister van Economische Zaken vanaf 1 januair 1969 te maken met de gevolgen van de invoering van de btw. De prijzen stegen hierdoor aanvankelijk fors. Greep daarna aanvankelijk in per bedrijfstak, maar stelde op 8 april een algemene prijsmaatregel in, die op 4 september werd vervangen door een nieuwe prijsbeschikking.
  • Bracht in 1969 samen met staatssecretaris Van Son de Tweede nota inzake de mijnbouw en de industriële herstructurering van Zuid-Limburg en de Nota inzake het Petro-chemische raffinaderij-project Limburg (N.V. DSM) uit. Versnelde de mijnsluitingen. (10.312 , 10.313 )

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1966 samen met minister Luns een wet tot stand tot goedkeuring van het op 8 april 1965 te Brussel ondertekende Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met Protocol betreffende de voorrechten en immunniteiten van de Europese Gemeenschappen (8.380)
  • Bracht in 1967 de Wet opsporing delfstoffen in het Staatsblad (Stb. 258), die regels geeft voor de concessieverlening voor boringen naar gas en olie op het vaste land en het IJsselmeer. Het wetsvoorstel was in 1965 ingediend door minister Den Uyl. (8.379)
  • Bracht in 1967 de wet (Stb. 412) inzake de inwerkingtreding van de AMvB betreffende gas- en oliewinning op de Noordzee tot stand. Het wetsvoorstel was in 1967 ingediend door minister Bakker. (9.020)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Zijn echtgenote was een tante van C.J.A. van Lede, voorzitter van het VNO
  • Zijn vader was officier (hoogste rang: luitenant-generaal)

Publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
Wie is dat? 1956

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.