Mr. P.J. (Pieter) Oud

foto Mr. P.J. (Pieter) Oudvergrootglas

Staatsman, geschiedschrijver, staatsrechtgeleerde en voorman van de VDB en de VVD . Begon zijn loopbaan als kandidaat-notaris en belastingontvanger en was al op jonge leeftijd een vooraanstaand en veelzijdig Tweede Kamerlid. Trad in 1933 met Marchant toe tot het crisiskabinet-Colijn en voerde als minister van Financiën een strak bezuinigingsbeleid. In 1938 burgemeester van Rotterdam (tot 1952). Na de oorlog korte tijd lid van de PvdA , maar voelde zich daarin toch niet thuis en richtte met Stikker in 1948 de VVD op. Werd daarvan de onbetwiste politieke leider. Sprak met een wat hoge, zachte stem, maar had in de Kamer veel gezag door zijn kennis van het staats- en parlementsrecht. Kon overigens ook vilein uit de hoek komen en gold als autoritair. Schreef standaardwerken over de parlementaire geschiedenis.

VDB , VVD
in de periode 1917-1963: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, partijvoorzitter, burgemeester van Rotterdam, politiek leider, minister van staat

Voornamen (roepnaam)

Pieter Jacobus (Pieter)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Purmerend, 5 december 1886

overlijdensplaats en -datum
Rotterdam, 12 augustus 1968

levensbeschouwing
Hervormd: vrijzinnig

niet-kerkelijke levensbeschouwing
vrijmetselaar

Partij/stroming

partij(en)
  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), van 1908 tot 9 februari 1946
  • PvdA (Partij van de Arbeid), van 9 februari 1946 tot 3 oktober 1947 (schriftelijk bedankt)
  • VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 24 januari 1948

Hoofdfuncties/beroepen

  • kandidaat-notaris, van 1907 tot 1 juni 1909
  • surnumerair Registratie en Domeinen, gedetacheerd bij ministerie van Financiën, van 1 juni 1909 tot 1 januari 1912
  • belastingontvanger, dienstvak Registratie en Domeinen te Texel, van 1 januari 1912 tot 15 april 1914
  • belastingontvanger, dienstvak Registratie en Domeinen te Ommen, van 16 april 1914 tot 26 mei 1933 (op non actief vanaf 1917, vanaf 1921 rang: inspecteur van financiën)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 juni 1917 tot 26 mei 1933 (1917-1918 voor het kiesdistrict Den Helder)
  • minister van Financiën, van 26 mei 1933 tot 24 juni 1937
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1937 tot 8 november 1938
  • fractievoorzitter VDB Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1937 tot 15 oktober 1938
  • burgemeester van Rotterdam, van 15 oktober 1938 tot 10 oktober 1941 (benoemd bij K.B. van 10 oktober 1938; ontslag op eigen verzoek)
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 juli 1939 tot 1 september 1941
  • burgemeester van Rotterdam, van 7 mei 1945 tot 1 juni 1952 (officieel herbenoemd per 16 oktober 1946)
  • fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1948 tot 15 mei 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 5 juni 1963
  • buitengewoon hoogleraar staats- en administratiefrecht, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1952 tot 1 december 1957

ambtstitel
  • minister van staat, van 9 november 1963 tot 12 augustus 1968

gevangenschap/internering
geïnterneerd te Sint-Michielsgestel, juni 1942 (korte tijd vanaf 4 juni)

Activiteiten

als parlementariër
  • Financieel woordvoerder van de VDB-Tweede Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met onderwijs, militaire aangelegenheden en marine
  • Interpelleerde in 1919 minister Bijleveld over het personeelsvraagstuk bij de marine
  • Interpelleerde in 1920 minister De Vries over de onzekerheid op belastinggebied, ontstaan door de verklaringen van de Minister van Financiën
  • Interpelleerde in 1925 minister Van Swaaij over de reorganisatie van het Staatsbedrijf der P.T.T.
  • Interpelleerde in 1926 minister Van der Vegte over de ramp met de loodsschoener "Terschelling II" op 25 november 1925
  • Interpelleerde in 1931 minister Ruijs de Beerenbrouck over de uitvoering van de Tarwewet
  • Interpelleerde in 1932 minister Terpstra over de voornemens van de regering met betrekking tot het stichten van scholen in de Wieringermeer
  • Bracht in 1932 samen met F.E.H. Ebels via een initiatiefwetsvoorstel de Crisis-Pachtwet tot stand. Deze wet opende voor pachters de mogelijkheid om bij het vervallen van een pachttermijn om pachtverlaging te vragen via bemiddeling van de kantonrechter. Was een minnelijke schikking tussen pachter en verpachter niet mogelijk, dan besliste een crisis-pachtcommissie, waarin naast de kantonrechter twee landbouwdeskundigen zaten.
  • Het overnemen door de regering van een door hem ingediend amendement op het wetsvoorstel inzake de Soevereiniteitsoverdacht Indonesië (over het zelfbeschikkingsrecht van minderheden) zorgde ervoor dat de VVD vóór stemde en dat het voorstel een tweederde meerderheid kreeg
  • Hield zich als VVD-Kamerlid behalve met algemene politieke vraagstukken vanaf 1952 bezig met justitiële en staats- en bestuursrechtelijke onderwerpen. Voerde onder meer ook het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake de AOW.
  • Als oudste in jaren verschillende malen fungerend voorzitter van de Tweede Kamer

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 1925 als enige van zijn fractie vóór het initiatiefwetsvoorstel-Westerman over invoering van Frans in het lager onderwijs
  • Behoorde in 1960 tot de zes leden van zijn fractie die tegen een (verworpen) amendement-Blaisse/Berkhouwer stemden om in de Loterijwet voor de voetbaltoto geen maximumprijs vast te stellen

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Had een groot aandeel in de bezuinigingspolitiek ('aanpassingspolitiek') van de kabinetten-Colijn, nadat zich op de begrotingen voor 1934 en 1935 ernstige tekorten hadden voorgedaan. Was verantwoordelijk voor het besluit om de crisisuitgaven (met uitzondering van de landbouw) ten laste te laten komen van de gewone begroting. Om te trachten het evenwicht op de begroting te herstellen, werden bezuinigingen doorgevoerd bij onder meer onderwijs, de gemeenten, de ambtenarensalarissen en wegenaanleg. Verder werden enkele accijnzen verhoogd en kwam er een crisisinkomstenbelasting.
  • Maakte in 1935 een einde aan de paleis-stadhuiskwestie rond het Paleis op de Dam in Amsterdam. Amsterdam deed afstand van het Paleis als stadhuis en het Rijk gaf de stad een bijdrage van f 10 miljoen voor de bouw van een nieuw stadhuis.
  • Diende in 1935 een wetsvoorstel in tot vermindering van de uitgaven met f 77 miljoen (de 'Bezuinigingswet 1935'). Deze wet werd, na een tussentijdse crisis, aanvaard. De wet leidde onder meer tot verlaging van de salarissen van ambtenaren, invoering van een capitulantenstelsel bij defensie (onderofficieren gaan na enkele jaren over naar de burgerlijke overheid) en invoering van een ander financieringsstelsel van de ouderdomsverzekering.
  • Zijn wetsvoorstel om de uit drie personen bestaande Algemene Rekenkamer om te vormen tot een eenhoofdige Rekenkamer werd in januari 1936 door de Tweede Kamer met 43 tegen 31 stemmen verworpen
  • Verdedigde tot 27 september 1936 handhaving van de Gouden Standaard. Nadat op die dag tot devaluatie was overgegaan van de gulden, sloot hij voor twee dagen de beurs (dit werd uiteindelijk anderhalve dag). Er kwam een egalisatiefonds om de koers van de gulden te kunnen beïnvloeden en er kwam een uitvoerverbod op goud.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1933 de Omzetbelastingwet 1933 tot stand, waarbij omzetbelasting werd geheven volgens een stelsel van eenmalige heffing bij levering van goederen door fabrikanten en bij invoer.
  • Bracht in 1933 de Wet tot heffing van een couponbelasting tot stand. Hierdoor werd de opbrengst van effecten belast.
  • Bracht in 1934 de Tariefmachtigingswet tot stand. Deze bepaalde dat een tariefsverhoging direct na indiening bij de Staten-Generaal voorlopig in werking kon treden. Daarnaast kon het invoerrecht voor bepaalde goederen worden gewijzigd onder voorwaarde dat direct daarna een wetsvoorstel tot bekrachtiging daarvan werd ingediend.
  • Bracht in 1934 de Wet heffing van een belasting naar het vermogen van instellingen van de doode hand. Stichtingen en andere rechtspersonen, maar ook kerkgenootschappen, worden hierdoor belast over hun vermogen.
  • Bracht in 1936 samen met Colijn een wet tot stand tot instelling van een Defensiefonds van f 53 miljoen om de materiële achterstand bij defensie versneld in te kunnen halen.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Was eind jaren dertig sympatisant van de Oxford-beweging (morele herbewapening)
  • Zijn vader was tabaks-, wijn- en effectenhandelaar en wethouder van Purmerend
  • Broer van de architect J.J.P. Oud

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Financiën, augustus 1939 (tijdens de formatie-De Geer)
  • burgemeester van Amsterdam, 1945

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Om de Democratie" (1929)
  • "Honderd jaren: Hoofdzaken der Nederlandsche staatkundige geschiedenis, 1840-1940" (1946, herdruk 1954)
  • "Het jongste verleden: Parlementaire geschiedenis van Nederland, 1918-1940" (zes delen, 1946-1951)
  • "Het constitutionele recht van het Koninkrijk der Nederlanden" (2 delen, 1947, suppl 1953)
  • "Handboek voor het Nederlandse gemeenterecht" (3 delen, 1956-1963)

literatuur/documentatie
  • N. Arkema e.a., "Mr. P.J. Oud gezien door tijdgenoten" (1951)
  • A.W. Abspoel, "Van Binnen- en Buitenhof" (1956), 24
  • H.J.L. Vonhoff, "Bewegend verleden, een biografische visie op prof.mr. P.J. Oud" (1969)
  • J.L. Heldring, "Oud, Pieter Jacobus (1886-1968)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 436
  • H.J.L. Vonhoff, "P.J. Oud - De vroege laatbloeier", in: W.J.A. van den Berg e.a. (red.), "Kopstukken van de VVD. 16 Biografische schetsen" (1988), 20
  • G.W.B. Borrie, "Het leven als een te voltooien bouwwerk. Vijf portetten van Vrijmetselaren" (2001)
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
  • Wie is dat? 1938, 1956

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.