Mr. P.J. (Pieter) Oud

foto Mr. P.J. (Pieter) Oudvergrootglas

Staatsman, geschiedschrijver, staatsrechtgeleerde en voorman van de VDB en de VVD. Begon zijn loopbaan als kandidaat-notaris en belastingontvanger en was al op jonge leeftijd een vooraanstaand en veelzijdig Tweede Kamerlid. Trad in 1933 met Marchant toe tot het crisiskabinet-Colijn en voerde als minister van Financiën een strak bezuinigingsbeleid. In 1938 burgemeester van Rotterdam (tot 1952). Na de oorlog korte tijd lid van de PvdA, maar voelde zich daarin toch niet thuis en richtte met Stikker in 1948 de VVD op. Werd daarvan de onbetwiste politieke leider. Sprak met een wat hoge, zachte stem, maar had in de Kamer veel gezag door zijn kennis van het staats- en parlementsrecht. Kon overigens ook vilein uit de hoek komen en gold als autoritair. Schreef standaardwerken over de parlementaire geschiedenis.

VDB, VVD
in de periode 1917-1963: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, partijvoorzitter, burgemeester van Rotterdam, politiek leider, minister van staat

voornamen (roepnaam)

Pieter Jacobus (Pieter)

personalia

geboorteplaats en -datum
Purmerend, 5 december 1886

overlijdensplaats en -datum
Rotterdam, 12 augustus 1968

levensbeschouwing
Hervormd: vrijzinnig

niet-kerkelijke levensbeschouwing
vrijmetselaar

partij/stroming

partij(en)
  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), van 1908 tot 9 februari 1946
  • PvdA (Partij van de Arbeid), van 9 februari 1946 tot 3 oktober 1947 (schriftelijk bedankt)
  • VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 24 januari 1948

hoofdfuncties en beroepen

  • kandidaat-notaris, vanaf 1907
  • surnumerair Registratie en Domeinen, gedetacheerd bij ministerie van Financiën, van 1909 tot november 1911
  • belastingontvanger, dienstvak Registratie en Domeinen te Texel, van 29 november 1911 tot 15 april 1914
  • belastingontvanger, dienstvak Registratie en Domeinen te Ommen, van 16 april 1914 tot 26 mei 1933 (op non actief vanaf 1917, vanaf 1921 rang: inspecteur van financiën)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 juni 1917 tot 26 mei 1933 (1917-1918 voor het kiesdistrict Den Helder)
  • minister van Financiën, van 26 mei 1933 tot 24 juni 1937
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1937 tot 8 november 1938
  • fractievoorzitter VDB Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1937 tot 15 oktober 1938
  • burgemeester van Rotterdam, van 15 oktober 1938 tot 10 oktober 1941 (benoemd bij K.B. van 10 oktober 1938; ontslag op eigen verzoek)
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 juli 1939 tot 1 september 1941
  • burgemeester van Rotterdam, van 7 mei 1945 tot 1 juni 1952 (officieel herbenoemd per 16 oktober 1946)
  • fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1948 tot 15 mei 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 5 juni 1963
  • buitengewoon hoogleraar staats- en administratiefrecht, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1952 tot 1 december 1957

ambtstitel
  • minister van staat, van 9 november 1963 tot 12 augustus 1968

gevangenschap/internering
geïnterneerd te Sint-Michielsgestel, juni 1942 (korte tijd vanaf 4 juni)

partijpolitieke functies

  • penningmeester BVPV (Bond van Vrijzinnige Propaganda Vereenigingen), vanaf 1908
  • propagandist VDB kiesdistrict Den Helder, van 1913 tot 1917
  • lid hoofdbestuur VDB, van 1915 tot 1919
  • secretaris VDB, van 1919 tot mei 1933
  • hoofdredacteur partijblad "De Vrijzinnige Democraat", van 1919 tot mei 1933
  • redacteur partijblad "De Opbouw"
  • fractiesecretaris VDB Tweede Kamer der Staten-Generaal, van april 1933 tot 26 mei 1933
  • politiek leider VDB, van 18 mei 1935 tot 15 oktober 1938
  • voorzitter VDB-studiecommissie Nederland en de internationale verhoudingen, vanaf juni 1937
  • secretaris VDB, 1938
  • lid hoofdbestuur PvdA, van 9 februari 1946 tot 3 oktober 1947 (medeoprichter)
  • voorzitter Comité van Voorbereiding voor een Democratische Volkspartij, van 7 oktober 1947 tot januari 1948
  • ondervoorzitter VVD, van 28 januari 1948 tot 8 april 1949 (medeoprichter)
  • politiek leider VVD, van 28 januari 1948 tot 16 mei 1963
  • voorzitter VVD, van 8 april 1949 tot 9 november 1963

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker VDB Tweede Kamerverkiezingen 1937
  • lijsttrekker VDB Provinciale Statenverkiezingen in Zuid-Holland, 1939
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 1948, van 16 mei 1948 tot 7 juli 1948
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 1952, van 13 januari 1952 tot 25 juni 1952
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 1956, van 14 januari 1956 tot 13 juni 1956
  • lijsttrekker VVD Tweede Kamerverkiezingen 1959, van 10 januari 1959 tot 12 maart 1959

nevenfuncties

  • voorzitter Vereniging tot bevordering van openbaar onderwijs "Volksonderwijs" (gedurende vele jaren)
  • lif Raad van Commissaris Noordhollandsche Brandwaarborgmaatschappij van 1816, van 1917 tot 14 augustus 1968
  • lid Staatscommissie onderzoek naar de bezetting en werkwijze van departementen van Algemeen Bestuur (bezuinigingscommissie-Rink), van 20 december 1920 tot 1 juli 1925
  • lid Vlootcommissie, van 1923 tot 1933
  • lid Legercommissie, omstreeks 1925 tot 1933
  • lid Ambtenarengerecht te 's-Gravenhage, van 1 maart 1933 tot 26 mei 1933
  • vicevoorzitter Staatscommissie inzake concentratie van scholen voor bijzonder lager onderwijs, van 4 februari 1936 tot 16 december 1936
  • lid College van Curatoren Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van 1938 tot 1941
  • voorzitter Raad van Commissarissen bankierskantoor N.V. "Staal & Co.", van 1938 tot 14 augustus 1968
  • voorzitter Provinciale Vereeniging van burgemeesters en gemeentesecretarissen in Zuid-Holland, omstreeks 1939
  • voorzitter VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), van 28 juni 1939 tot 1952 (onderbroken tijdens de oorlogsjaren)
  • ondervoorzitter Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1939
  • lid College van Curatoren Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1945 tot 1952
  • voorzitter Staatscommissie inzake de gemeentefinanciën, van 18 januari 1946 tot 8 november 1954
  • lid Pensioenraad, Nederlandse Hervormde Kerk, omstreeks 1946
  • voorzitter Union Internationale des Villes et Pouvoirs Locaux, van 1948 tot 1952
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Van Schaik), van april 1950 tot januari 1954
  • voorzitter Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1952
  • lid Staatscommissie inzake het kiesstelsel en wettelijke regeling der politieke partijen (Staatscommissie-Teulings), van februari 1953 tot december 1954
  • lid Staatscommissie inzake nadere Grondwetswijziging betreffende de buitenlandse betrekkingen (Staatscommissie-Kranenburg), van 1 oktober 1954 tot 1955
  • lid Raad van Commissarissen scheepvaartbedrijf "Van Nievelt Goudriaan & Co." te Rotterdam
  • lid commissie van advies aan de regering inzake ministeriële verantwoordelijkheid ten opzichte van leden van het koninklijk huis, 1966 (samen met Drees)

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter vaste commissie voor de Rijksuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1937 tot september 1938
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1938 tot november 1938
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1948 tot juni 1963
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Wederopbouwwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1948 tot februari 1950
  • voorzitter vaste commissie voor Privaat- en Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 februari 1953 tot 17 september 1953
  • voorzitter vaste commissie voor Justitie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1953 tot 5 juni 1963
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Wet Beroep Administratieve Beschikkingen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 9 december 1958 tot 13 maart 1963
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Provinciewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 mei 1959 tot oktober 1961
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp wijziging art. 1638w BW (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 september 1959 tot april 1960
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel wijziging van de Politiewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 mei 1960 tot mei 1961
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Rijkswet Cassatieregeling Nederlandse Antillen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1960 tot juni 1961
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Goedkeuring Verdrag inzake Staten- en Staatslozen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 25 oktober 1960 tot juli 1962
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Archiefwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 21 maart 1961 tot mei 1962
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 8 juni 1961 tot januari 1963
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Wijziging van de Octrooiwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 4 oktober 1961 tot maart 1963
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp tot wijziging van som voor kosten van het regentschap (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 20 maart 1962 tot september 1962
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp regeling toelage Eerste Kamerleden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1962 tot november 1962
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding wetsvoorstellen grondwetsherziening (troonopvolging, leeftijd actief kiesrecht) (Tweede Kamer der Staten-Generaal), vanaf 6 november 1962
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp toelage Voorzitter en onkostenvergoeding leden Eerste Kamer (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 6 november 1962
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp wijziging grondwettelijke bepaling inzake kiesrechtleeftijd (Tweede Kamer der Staten-Generaal), januari 1963
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Goedkeuring Benelux-Warenmerkenwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1963 tot maart 1963
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Goedkeuring Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid schade door n.s. Savannah (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 27 februari 1963 tot april 1963

comités van aanbeveling, erefuncties etc.
  • erevoorzitter VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), vanaf 1952
  • preses magnificus Bataafsch Genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte te Rotterdam

opleiding

voortgezet onderwijs
  • h.b.s., "Eerste Vijfjarige Hogere Burgerschool", Keizersgracht te Amsterdam, tot 1904
  • staatsexamen, 1912

academische studie
  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1912 tot 10 juli 1917

postacademisch onderwijs
  • notariaat te Purmerend, van 1904 tot 1907
  • studie registratie te Gorinchem, van 1907 tot 1909 (bij particulier)

activiteiten

als parlementariër
  • Financieel woordvoerder van de VDB-Tweede Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met onderwijs, militaire aangelegenheden en marine
  • Interpelleerde in 1919 minister Bijleveld over het personeelsvraagstuk bij de marine
  • Interpelleerde in 1920 minister De Vries over de onzekerheid op belastinggebied, ontstaan door de verklaringen van de Minister van Financiën
  • Interpelleerde in 1925 minister Van Swaaij over de reorganisatie van het Staatsbedrijf der P.T.T.
  • Interpelleerde in 1926 minister Van der Vegte over de ramp met de loodsschoener "Terschelling II" op 25 november 1925
  • Interpelleerde in 1931 minister Ruijs de Beerenbrouck over de uitvoering van de Tarwewet
  • Interpelleerde in 1932 minister Terpstra over de voornemens van de regering met betrekking tot het stichten van scholen in de Wieringermeer
  • Bracht in 1932 samen met F.E.H. Ebels via een initiatiefwetsvoorstel de Crisis-Pachtwet tot stand. Deze wet opende voor pachters de mogelijkheid om bij het vervallen van een pachttermijn om pachtverlaging te vragen via bemiddeling van de kantonrechter. Was een minnelijke schikking tussen pachter en verpachter niet mogelijk, dan besliste een crisis-pachtcommissie, waarin naast de kantonrechter twee landbouwdeskundigen zaten.
  • Het overnemen door de regering van een door hem ingediend amendement op het wetsvoorstel inzake de Soevereiniteitsoverdacht Indonesië (over het zelfbeschikkingsrecht van minderheden) zorgde ervoor dat de VVD vóór stemde en dat het voorstel een tweederde meerderheid kreeg
  • Hield zich als VVD-Kamerlid behalve met algemene politieke vraagstukken vanaf 1952 bezig met justitiële en staats- en bestuursrechtelijke onderwerpen. Voerde onder meer ook het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake de AOW.
  • Als oudste in jaren verschillende malen fungerend voorzitter van de Tweede Kamer

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 1925 als enige van zijn fractie vóór het initiatiefwetsvoorstel-Westerman over invoering van Frans in het lager onderwijs
  • Behoorde in 1960 tot de zes leden van zijn fractie die tegen een (verworpen) amendement-Blaisse/Berkhouwer stemden om in de Loterijwet voor de voetbaltoto geen maximumprijs vast te stellen

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Had een groot aandeel in de bezuinigingspolitiek ('aanpassingspolitiek') van de kabinetten-Colijn, nadat zich op de begrotingen voor 1934 en 1935 ernstige tekorten hadden voorgedaan. Was verantwoordelijk voor het besluit om de crisisuitgaven (met uitzondering van de landbouw) ten laste te laten komen van de gewone begroting. Om te trachten het evenwicht op de begroting te herstellen, werden bezuinigingen doorgevoerd bij onder meer onderwijs, de gemeenten, de ambtenarensalarissen en wegenaanleg. Verder werden enkele accijnzen verhoogd en kwam er een crisisinkomstenbelasting.
  • Maakte in 1935 een einde aan de paleis-stadhuiskwestie rond het Paleis op de Dam in Amsterdam. Amsterdam deed afstand van het Paleis als stadhuis en het Rijk gaf de stad een bijdrage van f 10 miljoen voor de bouw van een nieuw stadhuis.
  • Diende in 1935 een wetsvoorstel in tot vermindering van de uitgaven met f 77 miljoen (de 'Bezuinigingswet 1935'). Deze wet werd, na een tussentijdse crisis, aanvaard. De wet leidde onder meer tot verlaging van de salarissen van ambtenaren, invoering van een capitulantenstelsel bij defensie (onderofficieren gaan na enkele jaren over naar de burgerlijke overheid) en invoering van een ander financieringsstelsel van de ouderdomsverzekering.
  • Zijn wetsvoorstel om de uit drie personen bestaande Algemene Rekenkamer om te vormen tot een eenhoofdige Rekenkamer werd in januari 1936 door de Tweede Kamer met 43 tegen 31 stemmen verworpen
  • Verdedigde tot 27 september 1936 handhaving van de Gouden Standaard. Nadat op die dag tot devaluatie was overgegaan van de gulden, sloot hij voor twee dagen de beurs (dit werd uiteindelijk anderhalve dag). Er kwam een egalisatiefonds om de koers van de gulden te kunnen beïnvloeden en er kwam een uitvoerverbod op goud.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1933 de Omzetbelastingwet 1933 tot stand, waarbij omzetbelasting werd geheven volgens een stelsel van eenmalige heffing bij levering van goederen door fabrikanten en bij invoer.
  • Bracht in 1933 de Wet tot heffing van een couponbelasting tot stand. Hierdoor werd de opbrengst van effecten belast.
  • Bracht in 1934 de Tariefmachtigingswet tot stand. Deze bepaalde dat een tariefsverhoging direct na indiening bij de Staten-Generaal voorlopig in werking kon treden. Daarnaast kon het invoerrecht voor bepaalde goederen worden gewijzigd onder voorwaarde dat direct daarna een wetsvoorstel tot bekrachtiging daarvan werd ingediend.
  • Bracht in 1934 de Wet heffing van een belasting naar het vermogen van instellingen van de doode hand. Stichtingen en andere rechtspersonen, maar ook kerkgenootschappen, worden hierdoor belast over hun vermogen.
  • Bracht in 1936 samen met Colijn een wet tot stand tot instelling van een Defensiefonds van f 53 miljoen om de materiële achterstand bij defensie versneld in te kunnen halen.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Na de behandeling op 29 september 1936 in de Eerste Kamer van een wetsvoorstel in verband met de devaluatie van de gulden stelde hij dat ook partijen die kritiek hadden op de regering het nationale belang nu voorop stelden. Er waren slechts twee uitzonderingen: in de Tweede Kamer de communisten en in de Eerste Kamer de nationaal-socialisten. Die plaatsten zich daarmee, zo stelde hij, buiten de volksgemeenschap. Dit betoog werd met applaus beantwoord.
  • Hoewel hij zich in de bezettingstijd als burgemeester aanvankelijk coöperatief opstelde, vielen NSB'ers hem bruut lastig. In het voorjaar van 1941 knevelden een twaalftal NSB'ers hem in zijn kamer op het stadhuis en hingen hem quasi vrijmetselaarsregalia om. Dat fotografeerden zij. Kort hierop vertrok hij als burgemeester. Hij hield zich afzijdig van de illegaliteit en schreef een aantal belangrijke boeken (onder meer "Het jongste verleden").
  • In december 1946 medeoprichter van het Comité Rijkseenheid
  • De weigering van het PvdA-partijbestuur om hem op de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer te zetten, was één van de redenen voor de breuk in 1947 met die partij. Daarin speelde verder mee de weigering van het socialistische dagblad 'Het Vrije Volk' om enkele kritische artikelen van hem te publiceren. Hij vond ook de koers van de PvdA te socialistisch en richtte daarom met anderen (onder wie Stikker en Korthals) de VVD op.
  • Hij schreef in 1948 geheel alleen het VVD-beginselprogramma
  • Kwam in 1950/1951 in conflict met zijn partijgenoot Stikker (minister van Buitenlandse Zaken) over het beleid inzake Nieuw-Guinea en de relatie met Indonesië. Hij verweet Stikker en het kabinet woordbreuk over de toezegging de positie van minderheden in Indonesië veilig te stellen.
  • Verklaarde op 16 januari 1959 op een verkiezingsbijeenkomst in Arnhem dat de VVD in geen geval zou toetreden tot een kabinet waaraan de PvdA zou deelnemen
  • Kwam in 1959 en 1962 in conflict met Van Riel (fractieleider in de Eerste Kamer) omdat hij weigerde Van Riel voor te dragen als minister en omdat Van Riel voor het aftreden van VVD-minister Visser was en Oud daar tegen
  • Was in 1966 medeauteur van een "Proeve van een nieuwe Grondwet"

uit de privésfeer
  • Was eind jaren dertig sympatisant van de Oxford-beweging (morele herbewapening)
  • Zijn vader was tabaks-, wijn- en effectenhandelaar en wethouder van Purmerend
  • Broer van de architect J.J.P. Oud

anekdotes en citaten
  • Beschikte over een formidabel geheugen. Tijdens debatten kon hij dan opmerken: "U zegt dat nu wel, maar acht jaar geleden zei u heel iets anders."
  • Hij was een dominant partijvoorzitter. Toen hij tijdens een partijbijeenkomst zeer snel de agendapunten afhandelde, merkte een afgevaardigde op: voorzitter, we zijn hier toch niet alleen om 'ja en amen' te zeggen. Hij reageerde hierop met: "'ja' is genoeg, 'amen' houdt maar op."
  • De familie Oud wilde zijn overlijden pas na zijn uitvaart bekend maken. Zijn huisarts, die dat niet wist, vertelde 's avonds aan een patiënt dat er zoveel zieken waren en dat 'ook meneer Oud die middag was overleden'. Toen de vader van de patiënte, een Rotterdamse journalist, dat hoorde alarmeerde hij zijn redactie, waardoor de socialistische krant 'Het Vrije Volk' de volgende ochtend als enige de dood van Oud kon melden en een groot In Memoriam kon publiceren.

verkiezingen
  • Versloeg in mei 1917 bij tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Den Helder A.P. Staalman (cdp) en na herstemming C. Thomassen (sdap), de vader van de latere burgemeester van Rotterdam. Kon echter geen zitting nemen in verband met de Kamerontbinding.
  • Versloeg in juni 1917 bij de algemene verkiezingen A.P. Staalman (cdp)
  • Werd in 1918 met voorkeurstemmen gekozen, vooral dankzij een kleine 5000 stemmen in de kieskring Den Helder

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Financiën, augustus 1939 (tijdens de formatie-De Geer)
  • burgemeester van Amsterdam, 1945

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Purmerend, van 1886 tot 1906
  • Gorinchem, van 1906 tot 1909
  • Ommen, van 1909 tot 1917
  • 's-Gravenhage, Antonie Hensiusstraat 87, vanaf 1917 (nog in 1932)
  • 's-Gravenhage, Van Aerssenstraat 9, omstreeks 1937
  • Rotterdam, Hoflaan 71, van 1938 tot 1952
  • Rotterdam, Willemsplein 11b, van 1952 tot 1968

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1925
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1937
  • Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 21 juni 1957

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Bond van Vrijzinnige Propaganda Vereenigingen te Gorinchem, tot 1908 (jongerenorganisatie van vrijzinnigen)
  • lid vrijmetselaarsloge "Union Royale" te 's-Gravenhage, vanaf 1911
  • lid vrijmetselaarsloge "Willem Frederik Karel" te Den Helder, vanaf 1912
  • lid V.P.R.O. (Vrijzinnig-Protestantse Radio Omroep)
  • lid Nederlandsche beweging "Eenheid Door Democratie", vanaf 1935
  • lid Nationaal Comité "Handhaving Rijkseenheid", van 14 december 1946 tot 1948

militaire dienst
  • sergeant, zevende regiment infanterie te Amsterdam, van 1914 tot 1916 (tijdens mobilisatie)

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Om de Democratie" (1929)
  • "Honderd jaren: Hoofdzaken der Nederlandsche staatkundige geschiedenis, 1840-1940" (1946, herdruk 1954)
  • "Het jongste verleden: Parlementaire geschiedenis van Nederland, 1918-1940" (zes delen, 1946-1951)
  • "Het constitutionele recht van het Koninkrijk der Nederlanden" (2 delen, 1947, suppl 1953)
  • "Handboek voor het Nederlandse gemeenterecht" (3 delen, 1956-1963)

literatuur/documentatie
  • N. Arkema e.a., "Mr. P.J. Oud gezien door tijdgenoten" (1951)
  • A.W. Abspoel, "Van Binnen- en Buitenhof" (1956), 24
  • H.J.L. Vonhoff, "Bewegend verleden, een biografische visie op prof.mr. P.J. Oud" (1969)
  • J.L. Heldring, "Oud, Pieter Jacobus (1886-1968)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 436
  • H.J.L. Vonhoff, "P.J. Oud - De vroege laatbloeier", in: W.J.A. van den Berg e.a. (red.), "Kopstukken van de VVD. 16 Biografische schetsen" (1988), 20
  • G.W.B. Borrie, "Het leven als een te voltooien bouwwerk. Vijf portetten van Vrijmetselaren" (2001)
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
  • Wie is dat? 1938, 1956

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Purmerend, 8 februari 1912

echtgeno(o)t(e)/partner
J.C. Fischer, Johanna Cornelia

kinderen
1 zoon

vader
H.C. Oud, Hendrik Cornelis

geboorteplaats en/of -datum
Purmerend, 30 augustus 1861

moeder
N.Th. Janszen, Neeltje Theodora

geboorteplaats en/of -datum
Utrecht, 20 juni 1864

broers en zusters
2 broers

beroep grootvader (vaderskant)
tabakshandelaar/winkelier

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.