Voorkeurstemmen

Voorkeurstemmen zijn stemmen die niet op de nummer 1 van de kandidatenlijst (de lijsttrekker) worden uitgebracht, maar op een andere kandidaat van dezelfde lijst. Het uitbrengen van voorkeurstemmen komt veel voor. Zo zijn er bijvoorbeeld altijd veel (vrouwelijke) kiezers die op de hoogstgeplaatste vrouwelijke kandidaat stemmen (als nummer 1 geen vrouw is). Ook bekendheid van een kandidaat in een bepaalde regio speelt soms een rol.

Voorkeurstemmen worden echter pas interessant als een laag op de lijst geplaatste kandidaat genoeg (voorkeur)stemmen bemachtigt om alsnog gekozen te worden. Dit is het geval als een kandidaat via voorkeurstemmen 25% van de kiesdeler haalt. Bij de Eerste Kamer geldt 50%, voor het Europees Parlement 10%. De verkiezing van deze kandidaat gaat dan ten koste van een hoger geplaatste kandidaat op dezelfde kandidatenlijst. De gewone lijstvolgorde wordt daarmee doorbroken.

Het is in beide kamers mogelijk om met voorkeurstemmen gekozen te worden. Bij de Eerste Kamer kwamen tot eind jaren zestig verkiezingen via voorkeurstemmen niet voor. Aanvankelijk besloten kandidaten die met voorkeurstemmen gekozen waren vaak hun zetel niet in te nemen. Dit veranderde geleidelijk.

Het is sinds 1998 makkelijker geworden om in de Tweede Kamer met voorkeurstemmen gekozen te worden. Voor 1998 gold namelijk een 50%-norm in plaats van de 25%-norm.

Tweede Kamer

Kandidaten die dankzij voorkeurstemmen alsnog in de Tweede Kamer werden gekozen, waren:

 

jaar

wie

partij

aantal stemmen

2017

Isabelle Diks

GroenLinks

28.390

2017

Maurits von Martels

CDA

21.510

2017

Lilianne Ploumen

PvdA

21.990

2017

Lisa Westerveld

GroenLinks

17.828

2012

Pieter Omtzigt

CDA

36.750

2010

Pia Dijkstra

D66

15.705

2010

Sabine Uitslag

CDA

15.933

2006

Fatma Koser-Kaya

D66

34.564

2003

Tineke Huizinga-Heringa

ChristenUnie

19.650

2003

Hilbrand Nawijn

LPF

21.200

2002

Tineke Huizinga-Heringa

ChristenUnie

19.800

1998

Annie Schreijer-Pierik

CDA

17.400

1998

Camiel Eurlings

CDA

24.000

1986

Theo Joekes

VVD

250.000

1972

Dolf Hutschemaekers

KVP

27.900

1959

Karel van Rijckevorsel

KVP

91.000

Eerste Kamer

Kandidaten die dankzij voorkeurstemmen alsnog in de Eerste Kamer werden gekozen, zijn:

 

jaar

wie

partij

2015

Alexander van Hattem

PVV

2015

Alexander Kops

PVV

2011

Peter Essers

CDA

2011

Janny Vlietstra

PvdA

2007

Hans Klein Breteler

CDA

2007

Joyce Sylvester

PvdA

2007

Jan Laurier

GroenLinks

2007

Düzgün Yildirim

SP

2007

Hans Engels

D66

2003

Jan van Heukelum

VVD

2003

Niek Ketting

VVD

2003

Ger Biermans

VVD

2003

Cees van den Oosten

VVD

2003

Elsabe Kalsbeek-Schimmelpenninck van der Oye

VVD

2003

Fred de Graaf

VVD

2003

Henk ten Hoeve

OSF

1999

T.R. Doesburg

PvdA

1999

Rudy Rabbinge

PvdA

1995

Meine Pit

PvdA

1995

Marten Bierman

onafhankelijken

1995

Martin Batenburg

AOV

1991

Marian van der Meer

PvdA

1987

Loes Vonhoff-Luijendijk

VVD

1981

Willem Russell

CDA

1981

Tom Veen

VVD

1980

Gerbrand de Jong

VVD

Gekozen met voorkeursstemmen, maar geen zitting in Eerste Kamer

Het is voorgekomen dat een partij een met voorkeurstemmen gekozen kandidaat met enige drang bewoog af te zien van zijn of haar zetel. In alle gevallen betrof het Eerste Kamerleden.

In 1969 baarde de PSP opzien, doordat de Statenleden van die partij de voorkeur gaven aan D.A. Noordewier boven oud-politiek leider Henk Lankhorst. Onder druk van de partij zag Noordewier af van zijn zetel in de Senaat. Lankhorst, een zachtmoedige man, had bijna tien jaar de PSP geleid en verliet in 1969 om gezondheidsredenen de Tweede Kamer. De Statenleden gaven hun voorkeur aan de strijdvaardigere en rechtlijniger Noordewier (hij was afkomstig uit de Socialistische Unie, in de jaren vijftig een links-radikale partij). De ontstemming in de PSP over de houding van de Statenfractie in Noord-Holland was groot en uiteindelijk was Noordewier genoodzaakt af te zien van zijn zetel. Lankhorst werd alsnog Eerste Kamerlid.

Bij dezelfde verkiezingen van 1969 werd door de Staten van Noord-Brabant drs. A. van Stuijvenberg tot Eerste Kamerlid gekozen. Van Stuijvenberg behoorde tot de rechtervleugel van de PvdA (hij was in 1970 medeoprichter van DS'70). Ook Van Stuijvenberg zag af van zijn zetel, waardoor de hoger geplaatste G.J.P. Cammelbeeck alsnog zitting kon nemen.

In 1971 was er bij de Boerenpartij een probleem door voorkeurstemmen. Er was enige drang nodig om de met voorkeurstemmen gekozen B.M. Steur te doen afzien van zijn zetel. Partijsecretaris S. van Marion, een vertrouweling van Koekoek, kon hierdoor toch Eerste Kamerlid worden.

In 1977 kozen de VVD leden in de Staten van Gelderland hun medelid T.R.A. Veen tot senator. Hij verdrong daarmee landbouwdeskundige H.J. Louwes. Als compromis werd bedacht dat Veen pas na twee jaar zijn zetel in de Eerste Kamer zou innemen. Daardoor kon Louwes terugkeren in de Senaat, tot hij in 1979 lid van het gekozen Europees Parlement werd. Hetzelfde gold in 1986 voor de namens de PPR gekozen Jaap de Jong.

In 1983 zag de CDA'er J.G. Gooden af van zijn zetel, na met voorkeurstemmen te zijn gekozen. Gooden, van huis uit KVP'er, zou de uit de ARP afkomstige prof. A. Postma hebben verdrongen. Gezien de toen nog gevoelige 'bloedgroepen'-verhouding in het CDA leek het hem verstandiger de zetel niet te aanvaarden.

'Slachtoffers' van voorkeursacties waren onder anderen de VVD'er Feij (1987), de PvdA'ers Van den Berg (1991), Stoffelen (1995), Maas-de Brouwer en Linthorst (1999), en de VVD'er Van Eekelen in 2003. In 2007 miste oud-Commissaris van de Koning(in) Staal (D66) een verkiezing. Hans Klein Breteler (CDA), die in 2007 met voorkeurstemmen werd gekozen, maakte na twee jaar zijn zetel vrij voor Geart Benedictus.


Meer over