Besluitvorming in partijen over de formatie

Dat partijleden zich mogen voor of tegen regeringsdeelname van hun partij uitspreken is vrij uitzonderlijk. In 2012 gebeurde dat nog wel bij de PvdA. Na de formatie 2017 werden echter in enkele partijen leden alleen geïnformeerd over het inhoudelijke resultaat, maar was er geen besluitvorming.

In de PvdA is het sinds 1981 gebruikelijk dat leden uitdrukkelijk beslissen over kabinetsdeelname en ook bij D66 was dat in het verleden het geval. In 2005 stond verder in die partij de vraag ter discussie of de bestaande coalitie moest worden voortgezet na verwerping van een grondwetsvoorstel. Het CDA belegde in 2010 voor het eerst in zijn bestaan een congres waarin de leden zich konden uitspreken over het met VVD en PVV bereikte regeer- en gedoogakkoord. Formeel ging het toen om een advies aan de Tweede Kamerfractie.

In de vooroorlogse periode belegde de SDAP in 1939 ook al een congres om over deelname aan het kabinet-De Geer II te beslissen. In 1913 was regeringsdeelname al voor de formatie afgewezen.

Het misverstand bestaat nog wel eens dat de formatie in 1977 mislukte vanwege verzet in de partijgelederen van de PvdA. Er is toen echter wel een PvdA-congres gehouden, maar dat was op een moment dat de formatie van een tweede kabinet-Den Uyl al was mislukt. Wel ontstond er in 1977 een conflict in de PvdA tussen Kamerfractie en partijraad over de afgesproken zetelverdeling in het beoogde kabinet.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

SDAP

In juli 1913 werd door een gezamenlijke vergadering van Tweede Kamerfractie, partijbestuur en redactie van dagblad 'Het Volk' besloten dat de partij niet zou deelnemen aan een door de VDB'er Bos te vormen kabinet. Een reeds gepland buitengewoon congres werd daardoor overbodig. Op voorstel van Vliegen en Schaper werd begin augustus alsnog tot een buitengewoon congres besloten, waarin de partij zich over het besluit uit juli kon uitspreken. Inmiddels was Cort van der Linden echter al bezig een liberaal minderheidskabinet te vormen.

Het buitengewone congres werd op 9 en 10 augustus in Zwolle gehouden. De vraag stond centraal of sociaaldemocraten een ministersportefeuille mochten aannemen. Er werd dus geen oordeel uitgesproken over een regeerakkoord, maar alleen een besluit genomen over een strategische kwestie. Het congres nam uiteindelijk een resolutie aan, waarin deelname aan een burgerlijke regering strijdig werd genoemd met de belangen van het proletariaat.

Toen de SDAP in augustus 1939 wel voor het eerst ging meeregeren, werd daarover in Den Haag een vergadering gehouden van de partijraad van de SDAP en het bondsbestuur van het vakverbond NVV. Met slechts één stem tegen, stemde die vergadering in met toetreding van Albarda en Van den Tempel tot het kabinet.

2.

PvdA

Bij de PvdA werden belangrijke politieke besluiten tot 1981 genomen door de partijraad. De partijraad was een semipermanente vergadering van partijbestuur, vertegenwoordigers van Tweede Kamerfractie, jongeren- en vrouwenorganisaties en gewestelijke besturen ('middenkader'), die de politieke lijn van de partij 'bewaakte'.

1973

Na de afronding van de formatie in 1973 kwam de partijraad op 5 mei in Utrecht bijeen om over het resultaat te vergaderen. Hoewel er veel kritiek was en vooral de jongeren veel bezwaren hadden, stemde een ruime meerderheid in met de totstandkoming van het kabinet-Den Uyl. Den Uyl zelf verdedigde het eerder door het partijbestuur ingenomen standpunt dat de PvdA akkoord moest gaan.

Een motie waarin werd gesteld dat het nieuwe kabinet qua personele samenstelling, politieke bindingen en beleidsvorming niet beantwoordde aan congresuitspraken van oktober 1972, werd verworpen. Eerder, In januari 1973, hadden enkele gewesten tevergeefs aangedrongen op het uitschrijven van een buitengewoon congres.

1977

In 1977 werd steeds na belangrijke gebeurtenissen in de formatie van het (beoogde) tweede kabinet-Den Uyl vergaderd door de partijraad. Die toonde zich vaak kritisch. Na het door de onderhandelaars van PvdA, CDA en D66 bereikte akkoord over de zetelverdeling in het nieuwe kabinet ontstond een conflict met de Tweede Kamerfractie.

De partijraad wees op 25 oktober de overeengekomen zetelverdeling in het nieuwe kabinet (7 PvdA, 7 CDA, 2 D66), en daarmee deelname aan een kabinet, via een motie-Reckman af. Eén van de ondertekenaars was Felix Rottenberg. Die partijraadsleden vonden dat moest worden vastgehouden aan het uitgangspunt van de meerderheidsstrategie, waarbij de PvdA in de ministerraad een meerderheid had door de doorslaggevende stem van de premier (8 PvdA, 7 CDA en 1 D66). De motie kreeg 53 tegen 35 stemmen. De partijraad oordeelde alleen over de zetelverdeling en niet over het totale (eind)resultaat van de formatie, want die was op dat moment nog niet afgerond.

Omdat partijraad en fractie tegenover elkaar waren komen te staan, besloot het partijbestuur tot het uitschrijven van een buitengewoon (leden)congres op 5 november. De formatie werd voortgezet, met Den Uyl als formateur. Hij mislukte korte tijd later, omdat de PvdA niet kon instemmen met de door het CDA voorgedragen kandidaat (Frans Andriessen) voor Economische Zaken. Op het moment dat het congres werd gehouden, was deze mislukking al een feit en het congres kon dus evenmin oordelen over een eindresultaat.

1981

Op het verkiezingscongres van februari 1981 werd besloten dat altijd een buitengewoon congres zou worden uitgeschreven, waarin de leden (=afgevaardigden van de afdelingen) konden beslissen over het eindresultaat van een formatie waaraan de PvdA meedeed. Na de formatie, die resulteerde in vorming van het kabinet-Van Agt II, werd dat congres op 9 september gehouden. Slechts enkele afgevaardigden stemden tegen, al was er wel de nodige kritiek. Het congres nam een motie aan, waarin werd vastgelegd dat de PvdA haar steun aan het kabinet zou intrekken en haar bewindslieden zou terugtrekken als het kabinet tot plaatsing van kernwapens (kruisraketten)zou besluiten.

1989, 1994 en 1998

Na de vorming van het derde kabinet-Lubbers en van het kabinet-Kok I en -Kok II werden eveneens buitengewone congressen gehouden. Er was daarin weinig verzet tegen de uitkomst van de formatie. Wel werd in 1994 een motie aangenomen over het vasthouden aan de uitgaven voor ontwikkelingshulp. Vooral de jongeren roerden zich en in 1994 behoorde Sharon Dijksma aanvankelijk tot de opposanten. Zij stemde uiteindelijk echter in met regeringsdeelname. In 1998 was die deelname vrijwel onomstreden.

2007

Na de afronding van de formatie van het vierde kabinet-Balkenende hield de PvdA op 17 februari in Zwolle een congres, nadat eerder de formatie al tijdens regionale bijeenkomsten was besproken. Ook ditmaal stemden de leden vrijwel algemeen in met regeringsdeelname. Er werden enkele moties aangenomen, onder andere over de wenselijkheid van een onderzoek naar de besluitvorming over de Nederlandse politieke steun aan de militaire operaties in Irak.

2012

Op 3 november hield de PvdA in Den Bosch een formatiecongres, nadat eerder in bijeenkomsten in onder andere Utrecht, Zwolle en Breda het resultaat door partijleider Diederik Samsom, beoogd vicepremier Lodewijk Asscher en partijvoorzitter Hans Spekman was verdedigd. Zij benadrukten dat het regeerakkoord veel pijnlijke punten bevatte en dat iedereen 'pijn' zou voelen. Er leefden vooral bezwaren tegen de voorgenomen strafbaarstelling van illegaliteit en tegen de bezuiniging op ontwikkelingshulp. Slechts enkele van de duizend aanwezige leden waren echter tegen de regeringsdeelname.

3.

D66

1973, 1981

Noch in 1973, noch in 1981 werd bij D66 aan leden de mogelijkheid geboden zich direct uit te spreken over het resultaat in de kabinetsformatie. In 1981 werd dit resultaat besproken in vergaderingen van de D66-adviesraad (25 juli en 29 augustus). Die stemde in met deelname van D66 aan het tweede kabinet-Van Agt.

1994 en 1998

Ook in 1994 en 1998, toen D66 deelnam aan de kabinetten-Kok I en II bleef besluitvorming op partijniveau uit. Wel legde Van Mierlo in november 1994 achteraf verantwoording af over de formatie. Op 1 augustus 1998 werd een informele partijbijeenkomst in Utrecht belegd, waar nauwelijks kritiek werd geuit op het tijdens de formatie bereikte resultaat.

2003

De deelname van D66 aan het tweede kabinet-Balkenende leverde meer kritiek op. Na de voor D66 slecht uitgevallen verkiezingen verklaarde de nieuwe partijleider Boris Dittrich dat D66 hoe dan ook niet mee zou doen aan een kabinet van CDA en VVD, maar de mislukte formatie van CDA en PvdA veranderde dat.

Op 18 mei werd in Rotterdam een congres gehouden. Tevergeefs drongen enkele partijleden aan op het uitschrijven van een ledenraadpleging na het congres. Een motie van de afdeling Groningen om tegen het regeerakkoord te stemmen vanwege de afspraken over sociaal beleid en milieu werd verworpen. Niet alleen politiek leider Dittrich, maar ook de oud-ministers Terlouw en Van Boxtel keerden zich tegen de motie, die vervolgens met overgrote meerderheid werd verworpen. Het congres nam een motie aan waarin het tot 2013 open blijven van de kerncentrale in Borssele werd betreurd.

2005

Nadat de Eerste Kamer het voorstel over de gekozen burgemeester had afgewezen, trad D66-minister Thom de Graaf af. D66 stond toen voor de vraag of en zo ja, onder welke voorwaarden, voortzetting van kabinetsdeelname wenselijk was. De drie regeringspartijen wisten uiteindelijk een akkoord te bereiken ('het Paasakkoord'). Daarvoor werd op zaterdag 2 april een congres gehouden.

In de aanloop ervan lieten D66-kopstukken als Hans van Mierlo zich kritisch uit over het akkoord. D66-commissaris van de Koningin Boele Staal behoorden zelfs tot de uitgesproken tegenstanders. D66-Kamerleden verdedigden het akkoord echter voorafgaand aan het congres in diverse D66-afdelingen. Op het congres spraken uiteindelijk behalve de oud-ministers Terlouw en Van Boxtel ook de afgetreden De Graaf en D66-oprichter Van Mierlo zich uit vóór steun aan het akkoord. Een door het hoofdbestuur opgestelde motie kreeg daarop een ruime meerderheid.

4.

Andere partijen

Toen in 2007 de ChristenUnie toetrad tot het vierde kabinet-Balkenende belegde het partijbestuur een informatiebijeenkomst. Op 24 februari legden partijleider Rouvoet en fractievoorzitter Slob verantwoording af. Vrijwel unaniem steunden de aanwezige 600 leden het bereikte akkoord.


Meer over

bronnen: Ph. van Praag Jr, "Strategie en illusie", diverse Jaarboeken DNPP en dagbladen