Linkse samenwerking

Na de Tweede Wereldoorlog hebben linkse partijen meermaals gepoogd om in verschillende vormen samen te werken. De ene poging bleek hierin succesvoller dan de ander. Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 werd linkse samenwerking opnieuw onderwerp van gesprek nadat de PvdA en GroenLinks aankondigden vaker de verbinding met elkaar te gaan zoeken.

In juni 2022 werd een volgende stap gezet in de samenwerking tussen de twee progressieve partijen. De leden van beide partijen besloten na de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 een gezamenlijke Eerste Kamerfractie te vormen.

Er bestaan verschillende vormen van politieke samenwerking, waarbij de ene verbinding verdergaand is dan de ander. Partijen kunnen besluiten te fuseren, een gezamenlijk verkiezingsprogramma te presenteren, als één blok te onderhandelen tijdens de kabinets(in)formatie of door het sluiten van een coalitie- of oppositieakkoord. Politieke partijen die de verbinding met elkaar zoeken is van alle tijden. Dat geldt ook voor partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

1946: Fusie PvdA

Een eerste succesvolle poging van 'linkse samenwerking' vond plaats in 1946 toen verschillende progressieve partijen samen de PvdA vormden. De verzuiling van de Nederlandse samenleving was ook jarenlang zichtbaar in de politiek. Na de Tweede Wereldoorlog heerste het idee om zowel confessionele als niet-confessionele progressieven te verenigen in één partij.

Vanuit dit idee werd in 1946 de Partij van de Arbeid opgericht uit de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB). Later ging ook de sociaal-christelijke, pacifistische CDU hierin op. Lange tijd waren de ‘karakters’ van de originele partijen nog zichtbaar in de nieuwe fractie. Bij de verkiezingen van 1952 haalde de partij voor het eerst het meeste aantal stemmen. De gewenste overstap van confessionele progressieve kiezers naar de PvdA bleef echter grotendeels uit.

2.

1972: Keerpunt '72

Zoals eerder is aangehaald, behaalden niet alle pogingen om samen te werken het gewenste resultaat. Begin jaren ’70 deden de progressieve partijen PvdA, PPR en D66 een poging zich te verenigen. Deze vereniging zou moeten leiden tot één Progressieve Volkspartij. In 1971 werd daarom een ‘schaduwkabinet’ gepresenteerd dat bestond uit leden van de PvdA, PPR en D66. Bij de Tweede Kamerverkiezingen boekten deze partijen winst, maar dit was niet voldoende voor een meerderheid in de Tweede Kamer waardoor een volledig progressief kabinet uitbleef.

In de aanloop naar de vervroegde verkiezingen van 1972 kwamen PvdA, D66 en PPR met een gezamenlijk conceptverkiezingsprogramma dat ‘Keerpunt ‘72’ werd genoemd. Er werd een handreiking gedaan naar de confessionele Anti-Revolutionaire Partij (ARP), de Katholieke Volkspartij (KVP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU), mits zij progressiever beleid zouden gaan voeren. De confessionele partijen zagen dit echter niet zitten waardoor de progressieve partijen opteerden voor een minderheidskabinet. Kandidaten hiervoor werden gepresenteerd in een zogenoemd 'deelkabinet'. Na de verkiezingen moest echter samengewerkt worden met de KVP en ARP waardoor er geen ruimte was voor alle kandidaten van het zogenoemde deelkabinet. In 1973 werd vervolgens een federatie tussen de drie progressieve partijen afgewezen waardoor de Progressieve Volkspartij er niet kwam.

3.

1990: De start van GroenLinks

De volgende succesvolle linkse fusie stamt uit 1990 toen vier kleinere linkse partijen fuseerden tot GroenLinks. De Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), de Politieke Partij Radicalen (PPR), de Communistische Partij van Nederland (CPN) en de Evangelische Volkspartij (EVP) waren hierbij betrokken. In de jaren '80 wisten deze partijen slechts enkele zetels te bemachtigen en om hun positie te verstevigen werd er gesproken over samenwerking en een mogelijke fusie.

Niet iedereen stroomde direct over van enthousiasme en leden van de partijen stapten over naar de PvdA of scheidden zich af. Uiteindelijk kwamen de partijen in 1989 tot een gezamenlijke kandidatenlijst voor de verkiezingen onder de huidige naam GroenLinks. Een jaar later werd de fusie beklonken en nog een jaar later hielden de oorspronkelijke partijen op te bestaan.

4.

2010: Cohen en Halsema komen er niet uit

Ook in een recenter verleden zijn toenaderingspogingen 'op links' gedaan. Zo spraken Job Cohen (PvdA) en Femke Halsema (GroenLinks) in 2010 over vergaande politieke samenwerking. Het conservatieve kabinet van VVD en CDA dat regeerde met gedoogsteun van PVV frustreerde de oppositiepartijen. Die frustratie leidde ertoe dat progressieve partijen in gesprek gingen over samenwerking om de fragmentatie in de oppositie te doorbreken. Voornaamste splijtzwam in deze mogelijke samenwerking bleek de missie naar Kunduz in Afghanistan. Waar PvdA tegenstemde, stemde GroenLinks voor en hierdoor beseften beide partijen dat er op dat moment niet meer in zat dan samenwerking op een aantal concrete punten.

5.

2017: Asscher en Klaver gaan voor eigen kans

Het dichtst bij een daadwerkelijke fusie waren de PvdA en GroenLinks in 2017 onder leiding van Diederik Samson en Bram van Ojik. In dat jaar lagen er plannen om samen campagne te voeren en vervolgens één Tweede Kamerfractie te vormen. De grootste partij zou de premierskandidaat leveren en de kleinste de fractievoorzitter. Zowel Halsema als Ahmed Aboutaleb (PvdA) waren al gepolst voor deze functies, maar de plannen gingen later onder nieuwe partijleiders Lodewijk Asscher (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) de ijskast in.

6.

2020: Marijnissen behoudt afstand

Begin 2020 organiseerden GroenLinks, de PvdA en de SP een gezamenlijke bijeenkomst die er vooral op gericht was om de belastingplannen van het kabinet bij te sturen. Een mogelijke fusie was voor de partijen echter nog een brug te ver, benadrukte vooral Lilian Marijnissen (SP). GroenLinks en PvdA gaven in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van dit jaar al aan niet zonder elkaar in een kabinet te willen en dat ze de SP daar graag bij zouden zien aansluiten. Marijnissen behield echter de afstand tussen de SP en de andere linkse partijen door te wijzen op de verschillen. Ze wilde op concrete punten maximaal samenwerken, maar was blij dat het niet van een gezamenlijk verkiezingsprogramma is gekomen.

7.

2021: Geen coalitie-, wel oppositieakkoord

In 2021 besloten de PvdA en GroenLinks als één blok te onderhandelen tijdens de kabinetsformatie, omdat beide partijen alleen samen zitting wilden nemen in een nieuw kabinet. Tot kabinetsdeelname bleek het uiteindelijk niet te leiden, waarop Lilianne Ploumen (PvdA) en Klaver later in het jaar een gezamenlijk oppositieakkoord presenteerden.