Kabinetsformatie juli 2006

Het kabinet-Balkenende III van CDA en VVD werd gevormd, nadat de D66-ministers zich uit het kabinet-Balkenende II hadden teruggetrokken. Onder leiding van informateur Ruud Lubbers vormden CDA en VVD een minderheidskabinet. De belangrijkste taken van het nieuwe kabinet waren het uitschrijven van vervroegde verkiezingen en het opstellen van de begroting voor 2007.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Overzicht

datum

wat

wie

tot en met

dagen

1 juli 2006

Benoeming informateur

R.F.M. Lubbers

4 juli 2006

4

5 juli 2006

Benoeming formateur

J.P. Balkenende

7 juli 2006

3

7 juli 2006

Beëdiging nieuwe bewindslieden

Koningin Beatrix

   
 

Totale duur formatie

   

7

2.

Verloop van de formatie

Informatie-Lubbers

Op 3 juli benoemde de koningin minister van staat Ruud Lubbers tot informateur, die opdracht kreeg om 'een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid een missionair kabinet van CDA en VVD te vormen, dat echter ook de taak heeft vervroegde verkiezingen te bevorderen op een nader onder leiding van de informateur te bepalen datum in november 2006 en mitsdien ontbinding van de Tweede Kamer der Staten-Generaal'.

Op 5 juli bracht Lubbers verslag uit. CDA en VVD waren bereid met elkaar verder te regeren. Andere fracties (D66, PVV, SGP, ChristenUnie) waren bereid mee te werken aan behandeling van een volwaardige begroting, inclusief het dekkingsplan. Voor 22 november 2006 werden verkiezingen uitgeschreven.

Formatie-Balkenende

Op diezelfde vijfde juli werd Jan Peter Balkenende benoemd tot formateur. Hij had slechts een dag nodig om de lege plekken van zijn oude kabinet op te vullen:

  • staatssecretaris Wijn (CDA) van Financiën minister van Economische Zaken werd ter vervanging van D66-minister Brinkhorst
  • staatssecretaris Nicolaï (VVD) van Europese Zaken minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties werd ter vervanging van de D66-minister Pechtold
  • de taken van de opgestapte D66-staatssecretaris Van der Laan werden waargenomen door minister Van der Hoeven.
  • Bruno Bruins (VVD) werd staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; zijn benoemingsbesluit was al wel door de Koningin getekend toen het kabinet viel, maar de koningin had hem toen nog niet beëdigd.

Op 7 juli 2006 bracht de formateur zijn eindverslag aan de koningin uit en trad het kabinet aan, nadat de avond daarvoor de constituerende vergadering had plaatsgevonden.

Doordat het kabinet als voornaamste taak het uitschrijven van nieuwe verkiezingen meekreeg, bleef een nieuwe regeringsprogramma achterwege.

3.

Betrokken personen

De informateur

R.F.M. (Ruud) Lubbers

Christendemocraat die twaalf jaar minister-president was en daarmee de langstzittende premier. Werd in 1973 als jonge ondernemer minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Na zijn ministerschap en een jaar 'gewoon' Kamerlid voorzitter van de CDA-fractie. Was vier jaar steunpilaar van het kabinet-Van Agt/Wiegel. Na het mislukte kabinet-Van Agt/Den Uyl werd hij in 1982 premier en CDA-leider. Voerde in kabinetten met de VVD een 'no-nonsense'-beleid dat zorgde voor economisch herstel en vermindering van de staatsschuld. Leidde het CDA in 1986 naar verkiezingswinst en wist die in 1989 te consolideren. Werd daarna premier van een kabinet met de PvdA. Een meester in het vinden van compromisteksten, die vaak tot stand kwamen op zijn werkkamer, het torentje. Na zijn premierschap ontging hem het voorzitterschap van de Europese Commissie en de functie secretaris-generaal van de NAVO. Werd later wel onverwacht Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar trad in 2005 voortijdig terug. Harde werker, manager.

De formateur

J.P. (Jan Peter) Balkenende

Zeeuwse CDA-politicus die negen jaar partijleider en acht jaar premier was. Afkomstig uit de wetenschap en partijideoloog, die eigen verantwoordelijkheid van burgers voorstond. Als Tweede Kamerlid financieel woordvoerder. Werd in 2001 onverwacht lijsttrekker van het CDA na de machtstrijd tussen De Hoop Scheffer en Van Rij. Leidde vanaf 2002 als premier kabinetten van wisselende samenstelling in een na de moord op Fortuyn politiek instabiele periode. Probeerde terugkeer van 'normen en waarden' op de politieke agenda te zetten. Nadat zijn tweede kabinet diverse hervormingen had doorgevoerd, was zijn vierde kabinet op dat punt minder daadkrachtig. Een bankencrisis werd wel bezworen. In zijn publieke optredens soms wat onhandig, maar niettemin - of juist daardoor - lange tijd populair en succesvol. De verkiezingen van 2010 verliepen voor zijn partij echter desastreus, waarna hij de politiek verliet.


Meer over