Mr.Drs. A. (Atzo) Nicolaï

foto Mr.Drs. A. (Atzo) Nicolaï

Liberaal politicus, die dertien jaar voor de VVD actief was in de Haagse politiek. Daarvoor secretaris van de Raad voor de Kunst en projectleider politieke uitgangspunten bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Was als Tweede Kamerlid woordvoerder justitie, cultuur en sociale zaken. Stond bij de aanpak van criminaliteit bekend als hardliner. In de kabinetten-Balkenende I en II staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, belast met Europese samenwerking en daarna minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties in Balkenende III. Tijdens zijn staatssecretariaat was Nederland voorzitter van de EU en speelde het referendum over de EU-Grondwet. Keerde in 2006 terug als Kamerlid en werd in 2011 lid van de directie van DSM.

VVD
in de periode 1998-2011: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam (roepnaam)

Atzo (Atzo)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Delft, 22 februari 1960

3.

Partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 1993

4.

Hoofdfuncties/beroepen (7/13)

  • parttime projectleider politieke uitgangspunten, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van 1997 tot 1998
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 22 juli 2002
  • staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (belast met Europese samenwerking en internationaal cultuurbeleid), van 22 juli 2002 tot 7 juli 2006 (in het buitenland mocht hij de titel "Minister for European Affairs" voeren)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 januari 2003 tot 27 mei 2003
  • minister zonder portefeuille, minister voor bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties, van 7 juli 2006 tot 22 februari 2007
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 november 2006 tot 1 juni 2011
  • lid Raad van Bestuur N.V. Koninklijke DSM Nederland, vanaf 1 juni 2011

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met aangelegenheden betreffende 1. de coördinatie van Europese onderwerpen, inclustief bilaterale onderwerpen; 2. de Europese integratie; 3. het budgetdesk van de Ecofin-raad; 4. het interne marktdeel van de Concurrentievermogen-raad; 5. het internationaal cultuurbeleid; 6. de coördinatie van het internationaal milieubeleid; 7. andere onderwerpen, voor zover de minister de behandeling daarvan niet aan zichzelf voorbehield.
  • Was als minister belast met 1. bestuurlijke vernieuwing, waaronder referendum, dualisering gemeente- en provinciebestuur en de gekozen burgemeester en het kiesstelsel; 2. Constitutionele zaken (inclusief het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden), met uitzondering van hoofdstuk 2, paragraaf 1 van de Grondwet, hoofdstuk 4 van de Grondwet en hoofdstuk 7 van de Grondwet (uitgezonderd de voorgenomen veranderingen van de aanstellingswijze van de burgemeester en het kiesrecht). Wat betreft paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Grondwet is de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties de eerste en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tweede ondertekenaar; 3. Organisatie en kwaliteit van de rijksdienst, waaronder het informatiebeleid van de openbare sector, de doorlichting van regelgeving en lastendruk voor burgers en overheden, waaronder de specifieke uitkeringen, de doorlichting van staand beleid en van zelfstandige bestuursorganen en het stelsel van adviesraden; 4. Grotestedenbeleid; 5. Koninkrijksrelaties (de samenwerking met de landen van het Koninkrijk, waaronder hoofdstuk IV van de rijksbegroting); 6. De Europese Unie, voor wat betreft de onderwerpen binnen het ministerie, waaronder de Europese Conventie en de daarop volgende Intergouvernementele Conferentie, uitmondend in een nieuw Verdrag van de Europese Unie.

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties

huidige (2/12)
  • vicevoorzitter algemeen bestuur VNCI (Vereniging van de Nederlandse Chemische industrie), vanaf 2011
  • voorzitter Raad van Toezicht UvA en HvA

vorige (2/11)
  • voorzitter cultureel centrum "De Balie"
  • lid dagelijks bestuur Atlantische Commissie

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër (2/3)
  • In de periode 2007-2009 hield hij zich bezig met arbeid en zorg, luchtvaart en fraudebestrijding in de sociale zekerheid en beleid rond kinderopvang
  • Bracht in 2009 namens zijn fractie een opzet uit voor wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht om de vrijheid van meningsuiting beter te waarborgen

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/7)
  • Verdedigde in 2006 in de Eerste Kamer met succes een voorstel in eerste lezing tot herziening van de Grondwet, waardoor het voorzitterschap van gemeenteraden en provinciale staten wordt gedeconstitutionaliseerd.
  • Wist als minister voor Koninkrijksrelaties op 3 november 2006 een akkoord te bereiken over wijziging van de staatkundige verhoudingen met de Antillen. Daarbij is voorzien dat Curaçao en Sint Maarten een zelfstandige status krijgen in het Koninkrijk en Bonaire, Sint Eustatius en Saba 'gemeenten' worden, waar deels de Nederlandse wetgeving van toepassing zal worden. Er zijn afspraken gemaakt tussen Nederland en Curaçao en Sint Maarten over een gezamenlijk justitie- en anti-corruptiebeleid. Een groot deel (80 procent) van de Antilliaanse schuld door Nederland zal worden overgenomen. Op 28 november 2006 verwierp de Eilandsraad van Curaçao het akkoord. (30.800)

als bewindspersoon (wetgeving) (2/3)
  • Bracht in 2006 samen met minister Bot de wet tot Goedkeuring van de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie tot stand (30.256)
  • Bracht in 2006 als minister voor bestuurlijke vernieuwing de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen in het Staatsblad (Stb. 587). De wet zorgt voor een wettelijk kader waaraan zelfstandige bestuursorganen moeten voldoen, zoals goedkeuring van het bestuursreglement door de minister, een meldingsplicht voor leden van een ZBO als die nevenfuncties aanvaarden, en de opstelling van een jaarverslag. Het wetsvoorstel was in 2000 ingediend door minister De Vries, die het voorstel ook in 2002 in de Tweede Kamer verdedigde. (27.426)

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Werkte tijdens zijn studie als redacteur van enige tijdschriften en als musical producent
  • Zijn vader was architect

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.