Parlementair onderzoek integratiebeleid

Dit parlementair onderzoek richtte zich op de integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving in de afgelopen 30 jaar. Het eindrapport, dat op 19 januari 2004 werd gepresenteerd, bevat behalve een analyse van het integratiebeleid ook aanbevelingen over versterking van het integratiebeleid, onder meer door verbetering van inburgeringscursussen en door betere spreiding van migranten in wijken en in het onderwijs.

De tijdelijke onderzoekscommissie onder voorzitterschap van de VVD'er Stef Blok werd in december 2002 ingesteld. Kort voor het begin van de openbare verhoren, in september 2003, stapte de SP'er Ali Lazrak uit de commissie uit onvrede over de betrokkenheid van het Verwey-Jonker Instituut bij het onderzoek. Ook de VVD'ers Ayaan Hirsi Ali en Jozias van Aartsen uitten kritiek.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voorgeschiedenis

In 2002 ontstond er in Nederland steeds meer discussie of de integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving nu wel of niet was geslaagd. Het thema speelde in de campagne voor de verkiezingen van mei 2002 een grote rol omdat Pim Fortuyn grote kritiek op het gevoerde integratiebeleid had. Eerder had de bekende, uit PvdA-kringen afkomstige publicist Paul Scheffer al een groot publiek debat uitgelokt na publicatie van een artikel over het 'multiculturele drama'.

Bij de Algemene Politieke Beschouwingen 2002 werd op 19 september 2002 een motie ingediend door SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen, waarin werd gevraagd om een parlementair onderzoek naar het gevoerde integratiebeleid. Volgens de motie is het integratiebeleid tot nu toe onvoldoende geslaagd en is het gewenst te onderzoeken hoe dat komt, zodat daar in de toekomst rekening mee gehouden kan worden.

Naast de SP stemden de fracties van het CDA, de VVD, de PvdA, GroenLinks, D66 alsmede het LPF-Kamerlid Janssen van Raaij voor de motie. De overige Kamerleden stemden tegen.

Hierop heeft de Tweede Kamer op 3 december 2002 besloten een tijdelijke Commissie onderzoek Integratiebeleid in te stellen.

2.

Commissie

Griffier van de commissie was Dennis Nava.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van januari 2003 verdwenen Ursie Lambrechts en Mirjam Sterk uit de commissie. Hiervoor in de plaats kwam Nirmala Rambocus (CDA).

Op 17 september 2003 stapte Ali Lazrak. Hij werd als commissielid vervangen door Fenna Vergeer-Mudde (SP).

3.

Onderzoeksvragen en werkwijze

Doelstellingen van het commissie-onderzoek zijn de Tweede Kamer in staat stellen een oordeel te vormen over het integratiebeleid van de Nederlandse regering in de afgelopen 30 jaar, een oordeel te vormen over de beoogde effecten en de feitelijke resultaten en bouwstenen aan te reiken voor toekomstig beleid.

Op 24 april 2003 heeft de commissie een tussenrapportage uitgebracht waarin werd aangegeven dat de commissie de volgende vragen beantwoord wil zien:

  • Welk integratiebeleid kende Nederland in de afgelopen 30 jaar?
  • Wat waren de doelstellingen en resultaten van dit beleid op belangrijke deelterreinen zoals wonen en recreëren, inkomen en werk en onderwijs?
  • Is er sprake geweest van een samenhangend en consistent integratiebeleid, zoals dat op de verschillende deelvelden zijn invloed heeft gehad?
  • In hoeverre is dit beleid, gegeven de doelstelling, als succesvol te kwalificeren?
  • Zijn er buitenlandse stedelijke ervaringen met het integratiebeleid, waarmee ons land zijn voordeel kan doen?

De commissie heeft bronnenonderzoek en aanvullende onderzoeken op deelterreinen gedaan. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met een groot aantal mensen die betrokken zijn (geweest) bij het integratiebeleid.

In het najaar van 2003 werden openbare hoorzittingen gehouden in de Tweede Kamer en in een aantal steden waar het integratievraagstuk nadrukkelijk speelt.

In de periode van 22 september tot en met 3 oktober 2003 zijn in de Tweede Kamer onder meer verhoord:

de oud-ministers Dijkstal, Van Boxtel, d'Ancona, B. de Vries, - Van Kemenade en Tineke Netelenbos, de heer E. Nazarski van VluchtelingenWerk Nederland, de hoogleraren Scheffer, Entzinger en Van der Zwan, de ambtenaren Fernandes Mendes en Molleman en directeur Schnabel van het Sociaal-Cultureel Planbureau.

In een tweede ronde gesprekken werd ook gesproken met oud-VVD-leider Bolkestein en de Groningse burgemeester Wallage.

4.

Rapport en aanbevelingen

In het rapport 'Bruggen bouwen' wordt geconcludeerd dat de integratie van vele allochtonen geheel of gedeeltelijk is geslaagd. Tevens constateert de commissie echter dat door een combinatie van onvoldoende integratie en vervolgmigratie het 'economisch rendement' van de integratie voor de samenleving als geheel verwaarloosbaar is.

Omdat migratie een onontkoombaar internationaal verschijnsel is, zit er volgens de commissie niets anders op dan voortzetting van het integratiebeleid. Er moeten welke enkele zaken anders worden aangepakt.

Zo moeten knelpunten bij de inburgering worden opgelost, moet segregatie (zwarte scholen) in het onderwijs worden tegengegaan en moet de woningmarkt in randgemeenten rond steden worden opengesteld voor lage inkomens. Dit laatste moet het bestaan van zwarte wijken tegengaan. Gemengde scholen worden gezien als een belangrijke voorwaarde voor succesvolle integratie.

Het LPF-lid Varela vond als enige dat er meer beperkingen moeten worden gesteld bij de gezinsvorming.

De commissie zag geen reden om artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs te wijzigen. Wel moesten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat scholen hun religieuze identiteit misbruiken om allochtone leerlingen te weren. Overigens constateerde de commissie ook dat veel 'zwarte scholen' redelijk goed presteren.

Het rapport werd in de Tweede Kamer kritisch ontvangen, omdat het als te vrijblijvend werd beschouwd en de aanbevelingen als 'te slap'.

Eerder was Lazrak opgestapt als commissielid uit onvrede over het feit dat het Verwey Jonker Instituut bronnenonderzoek voor de commissie had gedaan. Volgens hem was het Verwey-Jonker Instituut niet objectief, omdat dit instituut de regering in het verleden had geadviseerd en omdat de voormalige directeur van dit instituut, de heer Duyvendak, gelieerd was aan GroenLinks.

Een week na het opstappen van Lazrak uitte het VVD-Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali vergelijkbare kritiek. Zij werd bijgevallen door VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen.

5.

Tweede Kamerdebat

De Tweede Kamer besprak op 14 en 22 april 2004 het rapport met de commissie. In september 2004 was er een debat met de regering. De Kamer stemde op 14 september over negen moties, waarvan er zes werden aangenomen. Zij gingen onder meer over het voorkomen van segregatie, een handvest voor burgerrechten en eisen aan een migrerende partner ten aanzien van alfabetisering.


Meer over