Home > Begroting > Begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer

Begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer

De aanbieding van de Rijksbegroting en de Miljoenennota voor het volgende jaar aan de Tweede Kamer is een bijzonder moment. Dit gebeurt op Prinsjesdag nadat de Koning(in) de Troonrede heeft voorgelezen. Anders dan bij gewone wetsvoorstellen, die per post naar de Tweede Kamer worden gestuurd, overhandigt de minister van Financiën tijdens een vergadering van de Tweede Kamer de begrotingsvoorstellen in een 'koffertje' aan de voorzitter. Tevens houdt hij of zij daarbij een korte aanbiedingsspeech.

Daarna wordt de begroting in de Tweede Kamer behandeld. Na de Algemene Politieke Beschouwingen, volgen de Algemene Financiële Beschouwingen. Daarna worden de begrotingen van de diverse ministeries en begrotingsfondsen behandeld.

Debatteren over de begrotingen

Op de woensdag en donderdag na Prinsjesdag debatteren de fractievoorzitters in de Tweede Kamer met de minister-president over de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid en de Miljoenennota voor het komende jaar. Dit plenaire debat staat bekend als de Algemene Politieke Beschouwingen (APB).

In oktober debatteren de financiële woordvoerders van de Tweede Kamerfracties met de minister van Financiën over het financieel-economisch beleid tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB). De AFB worden meestal gecombineerd met de behandeling van de begroting van het ministerie van Financiën en de begroting van de Nationale Schuld.

Na Prinsjesdag, de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) en Algemene Financiële Beschouwingen (AFB), worden in de Tweede Kamer de begrotingen van de diverse ministeries en begrotingsfondsen behandeld.

Tijdens de behandeling van deze begrotingen, tezamen de begrotingshoofdstukken genoemd, zijn vooral de specialisten en de vakministers aan het woord. De fractiewoordvoerders in de Tweede Kamer geven namens hun fractie hun visie op het betreffende beleidsterrein. Zij gaan dan in debat met de woordvoerders van de andere partijen en de bewindslieden die verantwoordelijk zijn voor de betreffende begroting.

De begrotingen worden bij wet vastgesteld. De Tweede Kamer kan op die manier gebruik maken van het budgetrecht door deze wetsvoorstellen goed te keuren, te verwerpen of te wijzigen. Er geldt een ongeschreven regel dat Kamerleden moeten aangeven op welke wijze voorstellen tot of verzoeken om uitgavenverhogingen betaald moeten worden (door andere uitgaven te verlagen, belastingen of andere overheidsinkomsten te verhogen of het begrotingstekort te laten oplopen).

Als de Tweede Kamer geld wil verschuiven tussen de diverse begrotingen, dan moet dat tijdens de AFB al geregeld worden. Om te voorkomen dat bij de afzonderlijke begrotingsbehandelingen overal tot uitgavenverhogingen wordt besloten (waardoor de totale overheidsuitgaven ongebreideld zouden worden verhoogd) is het gebruikelijk dat bij deze afzonderlijke begrotingsbehandelingen alleen nog verschuivingen binnen begrotingen worden voorgesteld.

Financiële problemen en geschilpunten die tijdens de APB aan het licht komen en niet direct opgelost kunnen worden worden vaak doorgeschoven naar de AFB, waar de financieel specialisten er verder over kunnen praten.

Wijze van begrotingsbehandeling

De begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer bestaat veelal uit vier onderdelen:

  • een schriftelijke vragenronde, waarbij Tweede Kamerleden feitelijke vragen over de begroting kunnen stellen die door de minister beantwoord moeten worden;
  • een begrotingsonderzoek, een wetgevingsoverleg tussen de woordvoerders van de Tweede-Kamerfracties en de verantwoordelijke bewindslieden. Tijdens dit begrotingsonderzoek moeten de bewindslieden mondeling begrotingstechnische vragen van de Kamerleden beantwoorden;
  • een plenair debat tussen de woordvoerders van de Tweede Kamerfracties en de betreffende bewindslieden. Tijdens dit debat kunnen de Tweede Kamerleden moties en amendementen (wijzigingsvoorstellen) indienen;
  • een stemming waarbij de Tweede Kamer stemt over de begrotingswetsvoorstellen en de ingediende moties en amendementen.

Sommige begrotingen (bijvoorbeeld die van het ministerie van Economische Zaken en het Fonds Economische Structuurversterking) worden gezamenlijk plenair behandeld. Bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er traditioneel veel aandacht voor de zogenaamde 'koopkrachtplaatjes'.

Het komt ook voor dat onderdelen van een begroting (over een specifiek beleidsterrein) door de Tweede Kamer in een apart wetgevingsoverleg met de verantwoordelijke bewindspersoon worden besproken. Een voorbeeld is het onderdeel 'Politie' op de begrotingen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie.

Spreektijd en begrotingsvolgorde

Bij de plenaire begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer spreken de woordvoerders van de fracties in een vaste volgorde, de zogenaamde 'begrotingsvolgorde': eerst de grootste oppositiefractie, dan de grootste coalitiefractie, dan de tweede oppositiefractie, vervolgens de tweede coalitiefractie enzovoort.

Grote fracties krijgen meer spreektijd dan kleine. De Tweede Kamerfracties krijgen een aantal minuten spreektijd toebedeeld voor alle plenaire begrotingsbehandelingen (inclusief de AFB) bij elkaar. De fracties bepalen dan zelf hoeveel spreektijd zij per begrotingsonderdeel willen verbruiken, waardoor het mogelijk is per beleidsonderwerp accenten te leggen. Grote fracties krijgen meer spreektijd, maar in verhouding tot hun zetelaantal krijgen kleinere fracties juist relatief meer spreektijd.

Binnen fracties worden ook afspraken gemaakt over de verdeling van het aantal minuten per begrotingsbehandeling en per woordvoerder. Soms ontstaat wrevel binnen fracties als woordvoerders meer minuten spreektijd gebruiken dan was afgesproken. Omdat elke fractie een maximum aantal spreekminuten voor alle begrotingsbehandelingen samen heeft, blijven er in dat geval namelijk minder minuten over voor woordvoerders bij begrotingsbehandelingen later in het jaar.

Over de vaststelling van de spreektijden wordt in het Presidium van de Tweede Kamer hard onderhandeld tussen de fracties: elke fractie probeert voor zichzelf zoveel mogelijk spreektijd in de wacht te slepen.

Omdat grote fracties meer leden hebben dan er afzonderlijke begrotingsdebatten zijn, kan daar soms discussie ontstaan over wie bij welke begrotingsbehandeling het woord mag voeren. Met name bij grotere fracties kan het gebeuren dat er twee Kamerleden het woord voeren bij een begrotingsbehandeling. Ze maken dan een verdeling van de onderwerpen (de 'portefeuilles') waarover ze spreken.

Tegenbegrotingen

Oppositiepartijen kunnen in hun tegenbegrotingen aangeven hoe hun ideale begroting zou afwijken van de werkelijke Miljoenennota van het kabinet. Een tegenbegroting is een alternatief plan voor de Miljoenennota en Rijksbegroting.

Afkeuren van een begroting

Het is het (verre) verleden meerdere keren voorgekomen dat een begroting werd afgekeurd. In de Tweede Kamer is dat negen keer gebeurd, in de Eerste Kamer vijf keer. Voor de laatste keer gebeurde dit in 1919.

Overzicht verworpen begrotingen

jaar

Kamer

begroting

toelichting

1919

TK

Marine

Geen vertrouwen in beleid van minister Bijleveld, zes leden van regeringsfracties stemmen met de oppositie mee

1907

TK

Oorlog

Verwerping van de begroting vanwege kritiek op het defensiebeleid leidt tot de val van het minderheidskabinet-De Meester

1907

EK

Oorlog

De verwerping leidt tot een kabinetscrisis die wordt opgelost door vervanging van minister Staal

1890

EK

Koloniën

Afkeuring van het beleid van minister Keuchenius door de liberalen, die als oppositie in de Senaat de meerderheid hadden

1876

TK

Vestingfonds

Uit de verwerping van de begroting waarop de uitgaven voor nieuwe forten staan, blijkt afkeuring van het beleid van minister Enderlein

1873

TK

Marine

Onvrede over de slechte staat van de Marinevloot, die met name is gebleken bij het uitbreken van de Atjeh-oorlog

1870

EK

Koloniën

Onvrede bij de overwegend conservatieve Eerste Kamer over het beleid van de liberale minister De Waal

1868

TK

Buitenlandse Zaken

Tweede verwerping uit onvrede over het buitenlands beleid. Na deze tweede verwerping komt er een nieuw kabinet

1866

TK

Buitenlandse Zaken

Onvrede over het buitenlands beleid, met name over de Nederlandse verhouding tot Luxemburg, waarvan koning Willem III staatshoofd is

1863

EK

Buitenlandse Zaken

Onvrede over het beleid van minister van de liberale minister Van der Maesen de Sombreff

1862

EK

Koloniën

Geen vertrouwen in de hervormingspolitiek van minister Uhlenbeck

1860

TK

Koloniën

De overwegende liberale Tweede Kamer heeft geen vertrouwen in het koloniaal beleid van de conservatief Rochussen

1857

TK

Oorlog

Afkeuring van het beleid van de conservatieve minister Forstner van Dambenoy

1854

TK

Marine

Kritiek op de te hoge uitgaven voor de Marine, aftreden van minister Enslie


Meer over