Home > Begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer > Algemene Politieke Beschouwingen

Algemene Politieke Beschouwingen

In de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) worden in het parlement de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid besproken. Daarbij wordt meestal veel aandacht besteed aan de overheidsfinanciën en sociaaleconomische onderwerpen. Er is zowel in de Tweede als Eerste Kamer een dergelijk debat, maar die in de Tweede Kamer heeft veel meer politieke betekenis.

Direct na Prinsjesdag gaan de fractievoorzitters in de Tweede Kamer in debat met elkaar en met de minister-president. Dat gebeurt als regel direct de woensdag en donderdag na Prinsjesdag, maar in 2013 vond het debat een week later plaats.

Groot politiek debat

In politieke kringen worden de APB beschouwd als een hoogtepunt van het parlementaire jaar, of vindt men althans dat de APB een hoogtepunt zou moeten zijn. Het is namelijk één van de weinige plenaire, algemeen politieke debatten tussen de fractievoorzitters en de minister-president die veel media-aandacht krijgt en de betrokken politici de kans biedt zichzelf en hun partij te profileren.

Het wordt als gepast beschouwd als zoveel mogelijk Tweede Kamerleden het debat ook in de plenaire vergaderzaal bijwonen (bij 'gewone' debatten is dat niet gebruikelijk). Hetzelfde geldt voor de kabinetsleden, die plaats nemen in een voor hen gereserveerd gedeelte van de zaal, het zogenaamde 'Vak K'. Toen de toenmalige Tweede Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven zich een aantal jaren achtereen halverwege de APB als debatsvoorzitter liet vervangen om een filmfestival te bezoeken, werden de wenkbrauwen in de Tweede Kamer dan ook gefronst.

De fractievoorzitters komen in een vaste volgorde aan het woord. Deze volgorde is dezelfde als wordt gehanteerd bij de begrotingsbehandelingen, de zogenaamde 'begrotingsvolgorde': eerst is de oppositiefractie met de meeste zetels aan de beurt, vervolgens de coalitiefractie met de meeste zetels, dan de tweede oppositiefractie in zeteltal en daarna de tweede coalitiefractie qua zetels, enzovoort tot alle fractievoorzitters aan het woord geweest zijn.

Onderwerpen

Op Prinsjesdag, dus de dag voor de APB, presenteert het kabinet voor het aankomende jaar:

De APB zijn dus ook voor een belangrijk deel een debat over deze kabinetsplannen, met name over de plannen en de ontwikkelingen op financieel- en sociaaleconomisch gebied.

Daarnaast bieden de APB de mogelijkheid aan de fractievoorzitters om andere zaken aan de orde te stellen die zij van groot politiek belang achten.

Eerste termijn

De APB zijn een plenair Tweede Kamerdebat. Zo'n debat bestaat normaal gesproken uit twee termijnen, dat wil zeggen twee debatrondes.

Het debat begint met toespraken van de voorzitters van de Tweede Kamerfracties in de zogenaamde eerste termijn van de kant van de Kamer. Fracties krijgen meer spreektijd naarmate ze groter zijn. De fractievoorzitters die niet aan het woord zijn, mogen degene die op dat moment aan het woord is in de rede vallen (interrumperen) om een vraag te stellen en/of in debat te gaan. Het is de taak van de voorzitter om te zorgen dat het aantal en de lengte van deze interrupties niet teveel uit de hand loopt.

Het debat wordt de volgende ochtend voortgezet met de eerste termijn van de kant van de regering. De minister-president krijgt dan het woord om het kabinetsbeleid toe te lichten en te verdedigen, en vragen die de fractievoorzitters de vorige dag hebben gesteld te beantwoorden.

De eerste termijn van de minister-president duurt vele uren, zeker tot diep in de middag. Dit wordt zowel veroorzaakt door de vaak vele interrupties (vooral van oppositiepartijen) als door de doorgaans breedsprakige betogen van Nederlandse premiers. Een Tweede Kamerlid noemde in de wandelgangen de toenmalige premier Wim Kok om deze reden ooit de Fidel Castro (de Cubaanse leider die bekend staat om zijn marathontoespraken) van de lage landen.

Tweede termijn

Als de minister-president is uitgesproken, is de eerste termijn afgelopen en begint de tweede termijn van de kant van de Kamer. De fractievoorzitters krijgen dan het woord om te reageren op wat er allemaal is gezegd. Hun spreektijden zijn in de tweede termijn een stuk korter dan in de eerste termijn.

Veel fractievoorzitters dienen in hun tweede termijn één of meer moties in. Hiermee proberen ze een meerderheid van de Tweede Kamer achter een bepaalde uitspraak te krijgen. Moties, die veelal door meer dan één fractievoorzitter worden ondertekend, bevatten vaak een verzoek aan het kabinet, bijvoorbeeld om ergens onderzoek naar te doen of om ergens extra geld voor uit te trekken.

In de vergaderzaal en in de wandelgangen kan druk overleg plaatsvinden over de vraag of andere fracties de moties van een fractie willen steunen bij de stemmingen of zelfs medeondertekenen. Omdat de fractievoorzitters hun aandacht tegelijkertijd op het debat in de zaal moeten richten, spelen de vicefractievoorzitters meestal een grote rol bij het voorbereiden van en overleggen over de moties. Achter de schermen wordt ook dikwijls gepolst hoe het kabinet op een motie zal reageren.

Na de tweede termijn van de kant van de Kamer reageert de minister-president in zijn tweede termijn op de resterende vragen en opmerkingen van de fractievoorzitters. Ook geeft de minister-president aan hoe hij over de ingediende moties denkt. Als het kabinet het met een motie eens is, wordt deze door het kabinet 'overgenomen'. Er kunnen echter ook moties zijn waar het kabinet het niet of niet helemaal mee eens is.

Als de tweede termijn van de minister-president is afgerond is het meestal al avond. Normaal gesproken wordt de tweede termijn niet gevolgd door een derde, en is het debat dus afgelopen. De Tweede Kamer kan dan gaan stemmen over de ingediende moties. Vaak wordt de vergadering voorafgaand aan de stemmingen en/of na de tweede termijn aan de kant van de Kamer een tijdje geschorst, zodat fracties en kabinet intern en soms met elkaar kunnen overleggen over de moties.

Politiek belang

In de Tweede Kamer vinden zelden debatten plaats tussen de fractievoorzitters en de minister-president. Om deze reden, en omdat de politiek in verband met Prinsjesdag tijdens de APB volop in de belangstelling staat, zijn de APB een belangrijk politiek debat. De APB zijn ook belangrijk omdat het debat wordt gevoerd tussen mensen die veelal politiek leider van hun partij zijn. Zo niet, dan behoren ze als fractievoorzitter in ieder geval tot de kopstukken van hun partij.

Tijdens de APB kunnen oppositiepartijen hun ongenoegen over het kabinetsbeleid kenbaar maken. Coalitiepartijen kunnen het beleid prijzen of proberen in een hun welgevallige richting te beïnvloeden. Het komt ook voor dat coalitiepartijen zich juist profileren via kritiek op het kabinetsbeleid. Toenmalig VVD-fractievoorzitter Frits Bolkestein deed dat veelvuldig ten tijde van het eerste paarse kabinet. De minister-president moet het kabinetsbeleid juist verdedigen.

Voor politieke partijen zijn de APB belangrijk omdat de grote journalistieke aandacht de fractievoorzitters de kans geeft zichzelf en hun partij te profileren. Voor de minister-president biedt het debat de kans zichzelf als een boven de partijen staande staatsman te presenteren; gewoonlijk is dit electoraal voordelig voor de partij waarvan hij politiek leider is. Andersom geldt dat de deelnemers tijdens het debat ook door de mand kunnen vallen.

Tweede Kamerleden en journalisten kijken en luisteren tijdens de APB wie naar hun mening als 'winnaar' en 'verliezer' van het debat uit de bus komen. De APB zijn daarom belangrijk voor het prestige van de fractievoorzitters en van de minister-president. Zeker politici die voor het eerst als fractievoorzitter of minister-president aan het debat deelnemen of wier positie ter discussie staat worden nauwlettend gevolgd.

Omdat grote delen van het debat (voor zover dit overdag plaats vindt) op de televisie worden uitgezonden, bieden de APB de fractievoorzitters en de minister-president meteen de mogelijkheid om zich over de hoofden van de Tweede Kamerleden heen tot de 'kijkers thuis' te richten.

Dit moet wel enigszins gerelativeerd worden, omdat het niet zo is dat Nederland tijdens de APB massaal voor de buis zit. Voor de Tweede Kamerfracties is het dan ook belangrijk om buiten de plenaire vergadering om ook in de media, voorafgaand aan en tijdens de APB, te 'scoren' met hun politieke punten.

De sprekersvolgorde werkt in het voordeel van de grote partijen, omdat de fractievoorzitters daarvan als eerste aan de beurt zijn. De fractievoorzitters van de kleinere partijen spreken pas als het debat al uren aan de gang is en de Tweede Kamerleden en journalisten niet meer zo goed opletten; soms is de rechtstreekse televisie-uitzending dan al gestopt. Vandaar dat sommige voorzitters van kleinere fracties, met name van de oppositie, de voorzitters van de grotere fracties en de minister-president bij voortduring interrumperen.

Kritiek op de APB

De laatste jaren is er veel kritiek geweest op de wijze waarop tijdens de APB is gedebatteerd, omdat het debat bijna alleen over financiële onderwerpen ging en nauwelijks over andere politieke zaken. De APB leken daardoor steeds meer op de Algemene Financiële Beschouwingen (AFB), een debat dat jaarlijks enkele weken na de APB wordt gevoerd tussen de financiële woordvoerders van de Tweede Kamerfracties en de minister en staatssecretaris van Financiën. De journalistieke belangstelling voor de APB heeft hieronder te lijden gehad.

In de jaren van het tweede paarse kabinet gingen de APB vanwege de financiële meevallers hoofdzakelijk over de verdeling hiervan, met name van de laatste tientallen of honderden miljoenen onder het zogenaamde 'uitgavenkader'. Dit terwijl het in de totale begroting om veel grotere bedragen gaat.

Eerste Kamer

Ook in de Eerste Kamer worden in het najaar Algemene Politieke Beschouwingen gehouden. Hier gaan de Eerste Kamerfractievoorzitters in debat met elkaar en met de minister-president. De media-aandacht voor de APB in de Eerste Kamer is veel geringer dan die voor de APB in de Tweede Kamer.

Historische achtergrond

Tot 1993 werden de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer in oktober (meestal de tweede week) gehouden. In de negentiende eeuw vond na Prinsjesdag een debat over het Adres van Antwoord plaats.

Als er een demissionair kabinet is, wordt er meestal afgezien van algemene beschouwingen. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1977, 1981, 1989, 2010 en 2012. In 1980 werden de algemene beschouwingen een dag onderbroken vanwege ziekte van premier Dries van Agt. In 2004 moest premier Jan Peter Balkenende zich laten vervangen door vicepremier Gerrit Zalm.


Meer over