Vader zou trots zijn geweest

27 september 2013, column Bert van den Braak

Enkele oppositiepartijen zijn met tegenvoorstellen gekomen voor de begroting 2014. Dat is een positieve zaak, want het versterkt de mogelijkheid om een inhoudelijk debat te voeren, zowel deze week als de komende weken. Of je dat nu een echte tegenbegroting kon noemen is iets anders, maar dat doet er eigenlijk niet veel toe.

Dat het juist CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks zijn die met tegenvoorstellen zijn gekomen, is niet verrassend. Het zijn dezelfde partijen die vorig voorjaar samen met de VVD het Lente-akkoord tot stand brachten. Ik betoogde toen al dat voor dat akkoord beter de naam 'Brusselse-brief-akkoord' had kunnen worden gekozen. Het enige doel was immers het opstellen van een brief aan de Europese Commissie waarin Nederland liet weten dat het zich netjes aan de EU-begrotingsregels zou houden. Dat gebeurde toen onder meer door enkele lastenverzwaringen, zoals verhoging van de btw. Opvallender is dat de vier partijen nu niet meer allemaal vinden dat we ons ook dit jaar aan de EU-begrotingsregels moeten houden. Dat echter alleen als 'actuele' kanttekening.

Historisch gezien is het indienen van een tegenbegroting door oppositiefracties geen vaste gewoonte. De PvdA deed dat onder andere in 1971, 1978, 1988 en 2004 en de VVD onder meer in 1973, 1990 en 2008. Tijdens Paars kwamen verder CDA en GroenLinks soms met uitgewerkte tegenvoorstellen en SP en D66 deden dat ten tijde van de kabinetten-Balkenende. De eerste die met een 'tegenbegroting' kwam, was in 1965 VVD'er Theo Joekes. Feitelijk was overigens oud-minister Johan Witteveen, die na het aantreden van het kabinet-Cals Kamerlid was geworden, de architect van dat 'plan'. Het behelsde een bezuiniging op de overheidsuitgaven van bijna één miljard gulden (nu: € 2,4 miljard).

Joekes wijdde in zijn autobiografie Man en Paard een hoofdstuk aan zijn tegenbegroting (het 'Plan-Joekes') en de geschiedenis ervan was dat ook wel waard. Joekes, zoon van VDB- en PvdA-politicus Dolf Joekes, was toen hij op 13 oktober 1965 de tegenbegroting indiende nog geen twee jaar lid van de Tweede Kamer. Zijn eigen fractie was aanvankelijk maar matig ingenomen met het voornemen om zelf met besparingen te moeten komen. Uiteindelijk kwam er toch een lijstje met bezuinigingsposten. Toen het plan er was, werd de VVD alsnog enthousiast. De VVD organiseerde een persconferentie (toen nog niet zo gebruikelijk) en het plan werd onder embargo aan pers, Kamerleden én ministers uitgedeeld. Die laatsten deden daar hun voordeel mee, zo zou tijdens het debat blijken.

In 1965 werden algemene politieke en financiële beschouwingen nog gecombineerd en fracties moesten zelf de beschikbare spreektijd verdelen tussen fractievoorzitter en financieel woordvoerder. VVD-fractievoorzitter Edzo Toxopeus, een voormalige advocaat, vergat tijdens zijn betoog de daarover gemaakte afspraken. Hij nam zoveel tijd voor het bekritiseren van het centrumlinkse kabinet-Cals/Vondeling dat Joekes nog slechts enkele minuten resteerde voor het toelichten van zijn tegenbegroting. Bovendien moest hij natuurlijk toch ook wel wat zeggen over de kabinetsplannen.

Gelukkig voelde Kamervoorzitter Frans-Joseph van Thiel de situatie goed aan en hij bood Joekes meer spreektijd dan waarop hij feitelijk recht had. Niettemin moest de financieel woordvoerder van de VVD soms stukken overslaan en wat 'versnellen'. Het verloop van het debat was op zijn minst curieus. Joekes was nog maar enkele minuten bezig over zijn tegenbegroting of ministers (sic) begonnen volop te interrumperen - toen zeker in eerste termijn hoogst ongebruikelijk. Niet alleen minister van Financiën Vondeling deed dat, maar ook Cals, Suurhoff, Bogaers en Vrolijk. En evenzeer bestookten diverse Kamerleden Joekes met vragen. KVP'er Moorman schoot hem zelfs te hulp met de woorden: "Laat u zich niet voeren, want men probeert u te frustreren!".

Uit de reacties van kabinet en regeringspartij PvdA bleek dat er inhoudelijk veel bezwaren bestonden tegen het 'Plan-Joekes'. Dat nam niet weg dat de waardering - en dat was zeker niet geveinsd - voor het indienen van alternatieven groot was. PvdA-woordvoerder Harry Peschar zei bijvoorbeeld: "Ik geloof (...) dat er toch aanleiding is voor het uitspreken van waardering voor de methode, de concreetheid van de aanpak (...). Ik heb daarvoor bepaald grote waardering, zeker wanneer ik deze aanpak vergelijk met de woordenkraam, waarin vaak kritiek op kabinetten in heden en verleden pleegt onder te gaan." Vondeling zei na de eerste termijn tegen Joekes, dat hij het goed gedaan had. Vader Joekes [Vondeling was diens oud-collega] zou, zo zei de minister, trots op hem zijn geweest.

Ook nu is het te waarderen als oppositie voeren niet alleen wordt gezien als het te hoop lopen tegen kabinetsplannen, maar dat tevens alternatieven worden aangedragen. Er zijn ook oppositiepartijen die dat nalaten; die alleen maar 'tegen' zijn of die in het midden laten hoe bijvoorbeeld de overheidsuitgaven structureel op orde moeten worden gebracht. Het indienen van een 'tegenbegroting' is geen plicht, maar voor wie serieus wil worden genomen eigenlijk wel een 'must'. Dat bleek deze week dan ook bij de algemene beschouwingen.



Andere recente columns