Zomernieuws in het verleden: 1972 mislukte lijmpoging kabinet-Biesheuvel, 1998 tweede kabinet-Kok

In de zomermaanden is het ook in de politiek vaak komkommertijd. Er waren in juli en augustus in het verleden echter ook enkele belangrijke politieke gebeurtenissen. Wat gebeurde er in de eerste week van augustus?

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

1998: Optreden tweede kabinet-Kok

De verkiezingen van 6 mei 1998 leverden winst op voor de regeringspartijen PvdA en VVD, maar verlies voor D66. Toch lag voortzetting van het paarse kabinet voor de hand. Hoewel D66 getalsmatig niet nodig was, werd de partij toch weer opgenomen in de combinatie. D66 moest wel een ministerspost inleveren en verder genoegen nemen met een minister zonder portefeuille.

Na een tamelijk voortvarende formatie, waarbij de ministers Kok, Zalm en Borst als informateurs optraden, werd na 87 dagen het kabinet gevormd. Opvallend was dat na afloop twee van de drie onderhandelaars zich terugtrokken. Wallage werd burgemeester van Groningen en Bolkestein maakte als fractievoorzitter plaats voor Dijkstal. Hij zou enige tijd later Europees Commissaris worden. De PvdA-fractie koos oud-minister Melkert als nieuwe fractievoorzitter.

Oudgedienden als Klaas de Vries, Bram Peper, Loek Hermans en Eveline Herfkens keerden in de Haagse politiek terug, terwijl de staatssecretarissen Netelenbos en De Grave 'promoveerden' tot minister. Verrassend was dat Pronk Ontwikkelingssamenwerking verruilde voor VROM.

2.

1972: Mislukte lijmpoging kabinet-Biesheuvel

Na de val van het kabinet-Biesheuvel door het uittreden van de bewindspersonen van DS'70 kreeg premier Biesheuvel de opdracht een kabinet te vormen.

Allereerst werd een poging ondernomen om DS'70 weer 'binnen boord' te halen, maar dat mislukte op 24 juli. DS'70 had twee dagen na de breuk het regeerakkoord opgezegd en KVP-fractievoorzitter Andriessen wilde niet meewerken aan een lijmpoging.

Biesheuvel richtte zich toen op vorming van een vierpartijenkabinet van KVP, ARP, CHU en VVD, op basis van het regeerakkoord van 1971. Dat kabinet moest nieuwe verkiezingen uitschrijven. Hij bracht hierover op 25 juli eindverslag uit.

Vanwege een onverwachte financiële meevaller stelde VVD-leider Wiegel tijdens de bespreking van dit verslag voor alsnog een lijmpoging te ondernemen. De andere fracties wilden hieraan meewerken en de CHU-politicus Y. Scholten werd vervolgens aangesteld als 'adviseur van de formateur'. Hij moest onderzoeken of reconstructie mogelijk was. Op 4 augustus bracht hij verslag uit aan de formateur, waarin 'lijmen' als niet haalbaar werd beschouwd.

Uiteindelijk werd besloten dat de bewindslieden van het kabinet-Biesheuvel, die na de breuk van 17 juli hun portefeuilles ter beschikking hadden gesteld, hun ontslagaanvrage zouden intrekken. Aan de DS'70-bewindslieden was op 20 juli al ontslag verleend. Feitelijk werd er dus geen nieuw kabinet gevormd, maar bleef het zittende kabinet-Biesheuvel zonder DS'70 als minderheidskabinet aan.

De taken van de DS'70-ministers Drees en De Brauw werden overgenomen door andere ministers. Udink (CHU) kreeg Verkeer en Waterstaat en Van Veen (CHU) werd ook belast met Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs.

Op 17 augustus 1972 legde Biesheuvel in de Tweede Kamer, die daarvoor van reces terugkeerde, een regeringsverklaring af over de afloop van de crisis.

3.

1939: Eerste sociaal-democratische ministers

Na de vroegtijdige val van het vijfde kabinet-Colijn moest in augustus 1939 een nieuwe poging worden ondernomen om een volwaardig kabinet te vormen. Zowel vanwege de internationale toestand als vanwege de economische situatie was enige haast geboden. De koningin benoemde de ervaren CHU-politicus De Geer tot formateur.

Hij stuurde aan op een zo breed mogelijk samengesteld kabinet. De ARP weigerde echter daaraan deel te nemen. De sociaal-democraten waren voor het eerst wel bereid ministers te leveren. SDAP-voorman Albarda, die als waterstaatsdeskundige minister van Waterstaat zou worden, bedong dat nog een tweede socialist zou worden opgenomen. Dat werd de oud-vakbondsman Van den Tempel, die Sociale Zaken kreeg.

Uiteindelijk lukte het de formateur één ARP'er te strikken, zij het tegen de zin van diens partij. De Friese VU-hoogleraar Gerbrandy was bereid minister van Justitie te worden. De Geer zocht Oud aan als minister van Financiën. Hij weigerde echter, omdat hij pas een klein jaar burgemeester van Rotterdam was. De Geer werd toen zelf minister van Financiën. De VDB leverde wel de nieuwe minister van Onderwijs, G. Bolkestein, een oud-onderwijsinspecteur.

Toen de formatie voltooid was, vroeg De Geer aan Colijn of hij toch niet bereid was minister-president te worden. De Geer vond gezien de internationale situatie Colijn beter geschikt als premier. De antirevolutionaire voorman weigerde echter.

Nadat het congres van de SDAP met regeringsdeelname had ingestemd, konden de nieuwe ministers op 10 augustus 1939 beëdigd worden.

4.

En verder...

  • Op 3 augustus 1971 legde het kabinet-Biesheuvel zijn regeringsverklaring af. Op deze dag worden ook 17 nieuwe Tweede Kamerleden beëdigd, onder wie Neelie Smit-Kroes.
  • Op 4 augustus 1981 werden de Limburgse Commissaris van de Koningin Sjeng Kremers en PvdA-voorman Ed van Thijn tot informateur benoemd. Zij wisten een ontwerp-regeerakkoord te maken voor een kabinet-Van Agt/Den Uyl/Terlouw.
  • Op 4 augustus 2010 kreeg VVD-voorzitter Ivo Opstelten de opdracht om als informateur te onderzoeken of samenwerking van VVD en CDA met de PVV mogelijk was.
  • Op 7 augustus 1948 trad het kabinet-Drees/Van Schaik aan, het eerste kabinet onder leiding van de PvdA'er Drees.

<-vorige week volgende week ->