Drs. E. (Ed) van Thijn

foto Drs. E. (Ed) van Thijnvergrootglas

Amsterdamse, gepassioneerde sociaaldemocraat, die als Joodse jongen de bezetting overleefde en daarna een onvermoeibaar mensenrechtenstrijder werd. Vanuit de WBS , het wetenschappelijk bureau van de PvdA, spoedig raadslid in Amsterdam en vooraanstaand Tweede Kamerlid, dat zich met binnenlandse zaken en verkeer bezighield. Ten tijde van het kabinet-Den Uyl fractievoorzitter en in 1977 onderhandelaar bij de mislukte formatie. Werd daarna (opnieuw) woordvoerder staatkundige vernieuwing en in 1981 minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Agt II . Vanaf 1983 tien jaar een populaire burgemeester van Amsterdam die veel betrokkenheid toonde met de stad in alle facetten. Keerde in 1994 terug als minister, maar de IRT-affaire dwong hem tot voortijdig aftreden. Speelde als senator in 2005 een cruciale rol bij het 'afschieten' van het voorstel voor de gekozen burgemeester. Goed bestuurder en debater; cultuur- en sportliefhebber.

PvdA
in de periode 1967-2007: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, lid Eerste Kamer, minister, burgemeester van Amsterdam

Voornaam (roepnaam)

Eduard (Ed)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 16 augustus 1934

Partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid)

Hoofdfuncties/beroepen (8/13)

  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1999 tot 12 juni 2007
  • bijzonder hoogleraar ontwikkelingen in het democratisch-socialisme, in relatie tot wetenschap en samenleving, Universiteit van Amsterdam, van 1 december 1995 tot 2003 (Joop den Uyl-leerstoel, Wiardi Beckman Stichting)
  • procesmanager BCG (De Boer-Croon Groep), van 1995 tot 2000
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 18 januari 1994 tot 27 mei 1994
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 16 juni 1983
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 11 september 1981 tot 29 mei 1982
  • fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 mei 1973 tot 26 mei 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 11 september 1981

(in)formateurschap(pen)
  • informateur, van 10 juli 1981 tot 3 augustus 1981 (samen met Lubbers en De Koning)
  • kabinetsformateur, van 4 augustus 1981 tot 19 augustus 1981 (samen met J. Kremers, poging mislukt)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

Partijpolitieke functies

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

Nevenfuncties

vorige (2/41)
  • voorzitter Raad van Advies Eurocity, vanaf 2007
  • voorzitter Raad van Advies Erfgoed van de Oorlog, vanaf 2007

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.


afgeleide functies, presidia etc. (2/4)
  • voorzitter vaste commissie voor de betrekkingen met de Nederlandse Antillen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 2 december 1982 tot 16 juni 1983
  • voorzitter vaste commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 26 juni 1973 tot 16 januari 1978

comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erelid Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel, departement Amsterdam

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

Activiteiten

als parlementariër (2/11)
  • Hield zich als Eerste Kamerlid vooral bezig met buitenlandse zaken (m.n. mensenrechten). Was in maart 2005 woordvoerder van zijn fractie bij het debat over het verworpen wetsvoorstel over deconstitutionalisering van de burgemeestersbenoeming.
  • Was in de periode 1979-1981 één van de woordvoerders van zijn fractie in de debatten over de Grondwetsherziening (m.n. wat staatkundige vernieuwing betrof)

opvallend stemgedrag (0/6)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/9)
  • Bracht in 1994 een beleidsbrief uit over herziening van het adviesstelsel. Er moet een doorzichtiger, soberder en meer op hoofdlijnen van beleid gericht stelsel van externe adviesorganen komen. Dit moet de politieke besluitvorming versoepelen, het primaat van de politiek herstellen en het functioneren van het politieke bedrijf verbeteren. (23.725 )
  • Bracht in 1994 de Contourennota Integratiebeleid etnische minderheden uit. In deze nota worden de ontwikkelingen in het minderhedenbeleid sinds 1983 geschetst. Geconstateerd wordt dat er geen daling is geweest van het aantal migranten, maar dat hun aantal door gezinshereniging en de komst van asielzoekers zeer is gestegen. Immigratie is een blijvend verschijnsel, maar dit moet niet als schrikbeeld worden gezien. Voorkomen moet worden dat immigranten al bij voorbaat worden geproblematiseerd. Alleen bij een restrictief toelatingsbeleid is echter goede integratie mogelijk. Bij het integratiebeleid krijgen de problemen in grote steden veel aandacht, omdat er gevaar van segregatie en marginalisatie bestaat. Participatie van immigranten in het onderwijs en op de arbeidsmarkt wordt als plicht gezien, waarbij basiskennis van de samenleving en taalbeheersing centraal staan. Dit betekent niet dat de eigen normen en waarden geheel moeten worden opgegeven. Wederzijds respect van normen en waarden wordt verlangd van zowel allochtonen als autochtonen. (23.684 )

als bewindspersoon (wetgeving) (2/7)
  • Loodste in 1994 herzieningen van de Grondwet (in eerste lezing) door het parlement, waarbij onder meer de dienstplicht werd opgeschort. Het wetsvoorstel over herziening van de defensiebepalingen verdedigde hij samen met minister Ter Beek.
  • Bracht in 1994 met de ministers Hirsch Ballin en Ritzen (minister van W.V.C. ad interim) de Algemene wet gelijke behandeling in het Staatsblad (Stb. 623). Met de wet wordt uitwerking gegeven aan artikel 1 van de Grondwet. Er komt een discriminatieverbod, uitgezonderd wanneer het gaat om een voorkeursbehandeling. Instellingen op godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke grondslag mogen wel overeenkomstig hun doelstellingen eisen stellen aan werknemers. Dit mag echter niet leiden tot onderscheid enkel op grond van ras, geslacht, seksuele geaardheid of burgerlijke staat. Een Commissie gelijke behandeling kan onderzoek instellen of gevallen voorleggen aan de rechter. Het wetsvoorstel was door de ministers Dales, Hirsch Ballin en d'Ancona door de Tweede Kamer geloodst. (22.014 )

als (in)formateur
  • Werd op 10 juli 1981 tot informateur benoemd om tezamen met de heren Lubbers en De Koning de mogelijkheden te onderzoeken om, met inachtneming van het tijdens de informatie van de heren Lubbers en De Koning tot dusver vastgestelde, nog resterende problemen op te lossen. Na de aanvaarding door PvdA en D66 van Van Agt als premier spitste de formatie zich toe op de verdere portefeuilleverdeling, waarover uiteindelijk overeenstemming werd bereikt. De PvdA kreeg Sociale Zaken, waaraan Werkgelegenheid in de naam werd toegevoegd om de centrale rol van het ministerie op dat vlak te benadrukken. Deze post zou worden bezet door Den Uyl, die tevens vice-premier werd. Het CDA accepteerde uiteindelijk dat Onderwijs naar de PvdA ging, waarbij er wel twee CDA-staatssecretarissen zouden komen. D66 kreeg naast Economische Zaken en Verkeer het door haar ongewenste Defensie. Op 3 augustus concludeerden de informateurs dat de afspraken tussen de fractievoorzitters over het financieel-economische beleid en defensie (m.n. de kernbewapening) voldoende basis waren voor formatie van een kabinet-Van Agt.
  • Kreeg op 4 augustus 1981 samen met J. Kremers (CDA) de opdracht op basis van het op 3 augustus door de drie informateurs (Van Thijn, De Koning en Lubbers) uitgebrachte eindverslag een kabinet vormen, dat mocht vertrouwen op een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Onderhandelingen tussen de fractievoorzitters van CDA, PvdA en D66 leidden tot overeenstemming over de personele bezetting. De Koning zou zijn partijgenoot Braks vervangen op Landbouw, terwijl C.P. van Dijk op Ontwikkelingssamenwerking kwam. Van Mierlo accepteerde Defensie. PvdA en D66 stemden in met het onderhandelingsresultaat over het financieel-economische beleid. De CDA-fractie deed dat op 17 augustus in meerderheid niet (twaalf leden stemmen vóór). Een deel van de fractieleden (zestien) stemde tegen, vanwege het dreigement van fractievoorzitter Van Agt om op te stappen. Hierop besloten de formateurs hun opdracht niet te aanvaarden.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/9)
  • Door de afloop van het IRT-debat was voortzetting in een nieuw kabinet van zijn ministerschap, waarvan lange tijd sprake was geweest, niet langer aan de orde. Daarbij speelde verder de onthulling mee dat hij in 1987 Eric Nordholt een ruime toelage - boven het salaris van f 180.000 - had geboden om hem over te halen hoofdcommissaris van politie in Amsterdam te worden.
  • Trad op 28 mei 1994 af als minister nadat de Tweede Kamer op 26 mei een motie had aangenomen, waarin de vormgeving van nieuwe interregionale rechercheteams werd opgedragen aan een nieuw kabinet. De nieuw samengestelde Tweede Kamer - waarin de regeringsfracties CDA en PvdA hun meerderheid waren kwijtgeraakt - was in meerderheid ontevreden over de uitkomsten van de 'functioneringsgesprekken' en concludeerde bovendien dat duidelijk was geworden dat het schortte aan samenwerking tussen Hirsch Ballin en Van Thijn. Hirsch Ballin zag in aanneming van de motie direct aanleiding om zijn ontslag in te dienen. Van Thijn deed hetzelfde in de middag van 27 mei, nadat in de ministerraad was geconcludeerd dat zijn positie onhoudbaar was geworden.
  • Bracht in 1994 samen met minister Hirsch Ballin een brief uit over de opheffing van het interregionaal rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (IRT). Zij stelden de commissie-Wierenga in, die deze opheffing moest onderzoeken. Volgens de Utrechtse korpschef Wiarda was kennis bij de top van het IRT over corruptie in het Amsterdamse politiecorps daarvan de reden geweest. De Amsterdamse korpsleiding (inclusief Van Thijn zelf, inmiddels minister) noemde het gebruik van ongeoorloofde opsporingsmethoden als reden voor de opheffing. De commissie-Wierenga concludeerde op 24 maart in haar rapport dat er geen sprake was geweest van corruptie, maar constateerde tevens dat er geen verkeerde opsporingsmethoden [het gecontroleerd doorlaten van drugs] waren gebruikt (de Amsterdamse top stelde: dat klopt, maar dat kwam omdat wij het IRT hadden ontbonden). Tijdens een Kamerdebat op 7 april stelde Van Thijns collega Hirsch Ballin zich achter de bevindingingen van de commissie-Wierenga. Van Thijn verdedigde als minister zijn vroegere rol als korpsbeheerder. Probleem was onder meer dat besluitvorming over de opheffing van het IRT niet schriftelijk was vastgelegd. De Kamer verwierp een motie van afkeuring, maar dwong wel af dat 'functioneringsgesprekken' met de voormalige leiding van het IRT zouden plaatsvinden. (dossier 23.593)

uit de privésfeer (3/10)
  • Was bevriend met de journalist Joop van Tijn. Vanwege de bijna identieke achternaam werd soms werd gedacht dat zij broers waren.
  • In 1983-1990 gehuwd met PvdA-Tweede Kamerlid Eveline Herfkens
  • In de jaren zeventig was Hedy d'Ancona zijn levenspartner

niet-aanvaarde politieke functies
  • wethouder van Amsterdam, 1970 (na de benoeming van Roel de Wit tot burgemeester van Alkmaar; wilde zijn Kamerlidmaatschap niet verruilen voor het wethouderschap)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.