Motie

Moties zijn uitspraken van de Tweede of Eerste Kamer, die door één of twee Kamerleden of door een commissie worden voorgesteld, bijvoorbeeld:

  • over het vertrouwen in het kabinet of een bewindspersoon
  • reacties op (nieuwe) ontwikkelingen
  • over meer beleidsmatige aandacht voor een onderwerp
  • meer of minder geld voor een bepaald beleidsonderdeel

Een motie wordt vaak gebruikt om een conclusie van een debat of een actiepunt voor een minister (of staatssecretaris) vast te leggen. Moties komen veel voor bij de bespreking van regeringsnota's en -notities in de Tweede Kamer.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Procedure

Een motie kan worden ingediend door één of meerdere Kamerleden (mits vijf leden die indiening ondersteunen) en kan in stemming worden gebracht. Als de Kamer vóór stemt, is er sprake van een Kameruitspraak. Soms wordt een motie nog voor de stemming ingetrokken. Dit is met name het geval als een bewindspersoon al direct belooft te doen wat in de motie wordt gevraagd.

Moties worden in de regel ingediend tijdens de tweede termijn van een behandeling of tijdens een plenaire afronding van een Algemeen of Schriftelijk Overleg. Ook tijdens Wetgevings- of nota-overleggen kunnen moties worden ingediend. Indiening in een debat is alleen mogelijk in eerste termijn als geen ander lid daartegen bezwaar heeft. Na indiening kan het volgende met een motie gebeuren:

 

Status

Betekenis

aangehouden

De motie is ingediend, maar op initiatief van de indiener wordt deze vooralsnog niet in stemming gebracht. Dit kan allerlei redenen hebben, maar veelal gebeurt dit op aandringen van de voor uitvoering verantwoordelijk bewindspersoon, bijvoorbeeld wanneer deze ontwikkelingen wil afwachten die de motie wellicht alsnog overbodig maken. Een motie kan in beginsel tot in lengte van dagen worden aangehouden, maar dit besluit dient periodiek opnieuw te worden genomen (zie vervallen).

aangenomen

De motie is in stemming gebracht en een meerderheid van de aanwezige leden heeft vóór gestemd.

ingetrokken

De motie is door de indiener(s) ingetrokken en zal niet in stemming worden gebracht.

overgenomen

De verantwoordelijke bewindspersoon heeft tijdens de behandeling van de motie aangegeven zich in de strekking van de motie te kunnen vinden en heeft de motie overgenomen, waardoor deze niet meer in stemming komt. Een overgenomen motie kan in die zin worden geïnterpreteerd als 'aangenomen zonder stemming'. Wanneer een bewindspersoon voorstelt een motie over te nemen, kan een Kamerlid daartegen bezwaar maken, opdat deze alsnog in stemming zal moeten worden gebracht.

De mogelijkheid om moties over te nemen is geïntroduceerd op 22 maart 2016 op voorstel van het lid Van der Staaij.

vervallen

Een motie wordt geacht te zijn vervallen indien deze niet in stemming is gebracht in de eerstvolgende vergadering twee maanden na het besluit tot aanhouden.

verworpen

De motie is in stemming gebracht en een meerderheid van de aanwezige leden heeft tegen gestemd.

2.

Oordeel bewindspersoon

Voor de stemming over een motie geeft de betrokken bewindspersoon daarover een oordeel. Dat kan zijn:

  • dat het oordeel aan de Kamer wordt overgelaten
  • dat aanneming wordt ontraden of zelfs ernstig ontraden
  • dat aanneming onaanvaardbaar is

Het kabinet of een bewindspersoon is niet verplicht een aangenomen motie uit te voeren. Het kabinet kan ook - nog voor stemming - laten weten dat het een eventuele aanneming van de motie (sterk) afraadt of de motie als 'onaanvaardbaar' bestempelen. Als een voor het kabinet onaanvaardbare motie toch wordt aangenomen, leidt dit in de praktijk tot een kabinetscrisis.

Hoewel gewone moties als niet-bindend gelden, ligt dat anders bij een motie waarin een negatief oordeel over het beleid van een bewindspersoon of het gehele kabinet wordt uigesproken. Zo'n motie kan namelijk beschouwd worden als het ontbreken van vertrouwen en kan het aannemen van een dergelijke motie leiden tot het aftreden van de minister of tot de val van het kabinet.

Sinds 2016 is het mogelijk dat stemming over een motie achterwege blijft en de motie wordt overgenomen. Dat gebeurt als de regering laat weten zich met de inhoud te kunnen verenigen en geen van de aanwezige leden zich daar tegen verzet.

3.

Vertrouwen

Nederland kent niet, zoals bijvoorbeeld Frankrijk, de 'motie van vertrouwen', waarbij de meerderheid van de Kamer voor steun van het kabinet tekent.

Motie van afkeuring of wantrouwen

Er zijn twee soorten moties waarmee de Tweede Kamer ernstige kritiek op een bewindspersoon kan verwoorden: de motie van afkeuring en de motie van wantrouwen. Het onderscheid tussen beide soorten is in de praktijk overigens niet altijd even duidelijk. Moties van afkeuring of wantrouwen worden geregeld ingediend, maar zelden aangenomen.

Motie van treurnis

Soms neemt de Kamer een 'motie van treurnis' aan. Dat is een mildere vorm van afkeuring en hoeft bij aanneming dan ook geen consequenties te hebben.

4.

Motie uitvoeren?

Het is aan het kabinet om te beslissen wat er met een aangenomen motie gebeurt. Hier geldt 'de regering regeert' (de Kamer moet niet op de stoel van de regering gaan zitten). Er zijn talrijke voorbeelden van niet-uitgevoerde moties.

Een bekend voorbeeld is de motie-Van der Ploeg/Ybema uit 1997 over het aan nieuwe studenten verlenen van een keuze tussen de OV-week- of weekendkaart. De tot minister Zalm gerichte motie ontlokte aan de minister de uitroep: "Wij voeren de motie niet uit!!" (hetgeen overigens tot algehele hilariteit in de Kamer leidde). De motie was aangenomen met steun van de regeringsfracties PvdA en D66 en van de oppositie. Regeringsfractie VVD (en het kabinet-Kok I) waren tegen.

In 1980 nam de Tweede Kamer met steun van de linkse oppositie en enkele CDA'ers een motie-Ter Beek aan waarin om een olieboycot van Zuid-Afrika werd gevraagd. Na lang beraad deelde minister-president Van Agt mee dat het kabinet de motie niet zou uitvoeren. PvdA-fractieleider Den Uyl diende hierop een motie van afkeuring (bedoeld was 'wantrouwen') in, die echter ternauwernood werd verworpen omdat slechts zes CDA'ers de motie steunden.

Een voorbeeld van een minister die werd weggestuurd vanwege het niet-uitvoeren van een motie was er in 1917. Tijdens een interpellatie was een motie-Marchant aangenomen waarin de minister was gevraagd jongere dienstplichtigen op te roepen voor oefening dan hij van plan was. Na weigering de motie uit te voeren, nam de Kamer een motie aan waarin dit werd betreurd.

De minister (Bosboom) beschouwde dit als een motie van wantrouwen en trad af. Diens opvolger, De Jonge, stelde zich echter op het zelfde standpunt als zijn voorganger en de motie bleef onuitgevoerd.

Cijfers

In het parlementaire jaar 2016/2017 zijn er ruim 2200 moties ingediend. 40 procent van deze moties werd aangenomen door de Tweede Kamer.


meer over

Bent u als journalist of wetenschapper op zoek naar statistische gegevens over moties, stemgedrag, Kamervragen of andere parlementaire activiteiten? PDC, partner van het Montesquieu Instituut, kan deze gegevens onder voorwaarden beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek en journalistieke publicaties. Neem voor meer informatie contact op.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.