Parlementaire ondervraging naar ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland

Op 2 juli 2019 stelde de Tweede Kamer een tijdelijke parlementaire ondervragingscommissie in die onderzoek gaat doen naar de ongewenste beïnvloeding van religieuze en maatschappelijke organisaties uit onvrije landen. Dit onderzoek vindt plaats in de vorm van een zogenoemde parlementaire mini-enquête. Het doel van het onderzoek is inzicht te verwerven in de mogelijkheden om deze beïnvloeding te doorbreken. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om moskeeën die gefinancierd worden door ondemocratische dictaturen uit het Midden-Oosten.

De aanleiding van het onderzoek is een motie van 30 mei 2018, ingediend door Kees van der Staaij en Sadet Karabulut. Deze motie is een gevolg van een lang debat van de Tweede Kamer over ongewenste financiering van maatschappelijke organisaties vanuit het buitenland.

Van 10 tot 20 februari 2020 vonden zes verhoordagen plaats, waarop in totaal negentien verhoren zijn gehouden. Naar verwachting zal de commissie in april 2020 haar eindverslag aan de Kamer aanbieden.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Onderzoeksvragen en werkwijze

De onderzoeksvragen luiden als volgt:

  • 1. 
    Op welke wijze worden maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, beïnvloed vanuit onvrije landen?
  • 2. 
    Om wat voor maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland gaat het vooral?
  • 3. 
    Welke redenen liggen er ten grondslag aan ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen?
  • 4. 
    Wat zijn de gevolgen van deze beïnvloeding voor de islamitische gemeenschappen en voor de samenleving als geheel?
  • 5. 
    Welke mogelijkheden hebben de maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland nu om deze ongewenste beïnvloeding tegen te gaan?
  • 6. 
    Welke maatregelen zijn genomen en welke bevoegdheden hebben landelijke en lokale overheidsinstanties (o.a. gemeenten) om ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen tegen te gaan en wat is er bekend over (in)effectiviteit van deze maatregelen?
  • 7. 
    Welke andere maatregelen zouden genomen kunnen worden om ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen tegen te gaan?

Planning

De verantwoordelijke commissie heeft in de zomer van 2019 het voorstel uitgewerkt. Getuigen die opgeroepen worden voor verhoor, worden onder ede gehoord en moeten dus meewerken. Het oorspronkelijke streven was om de voorbereiding, de ondervragingen en het opstellen van het verslag binnen vijf maanden af te ronden.

Op 31 oktober 2019 maakte de Commissie echter bekend dat zij in verband met het vorderen van schriftelijke inlichtingen en documenten de planning hebben aangepast. Het eerdere streven om de ondervraging in november te doen plaatsvinden werd verplaatst naar februari. Van 10 tot 20 februari 2020 vonden de verhoren plaats. De verwachting is dat de Commissie in april 2020 haar eindverslag aan de Kamer kan aanbieden.

2.

Verloop verhoren

Op 20 februari vond het laatste verhoor plaats in de reeks van negentien verhoren. Tijdens zes verhoordagen hoorde de commissie onder meer bestuursleden van moskeeën, de (oud-)burgemeesters van Den Haag en Utrecht, voorzitters van islamitische organisaties in Nederland, terreur- en integratiedeskundigen en de directeur-generaal van de AIVD.

Uit de verhoren kwam een beeld naar voren van met name jonge moslims die salafistische overtuigingen aanhangen en proberen te verspreiden in moskeeën in Nederland. De verklaring van mevrouw H. Harzi en de heer A. Laaouej waren hiervan een voorbeeld; zij vertelden over de overname van de Al Houda-moskee in Geleen door salafisten. Na dit verhoor werd bekend dat mevrouw Harzi en haar familie bedreigd werden, als gevolg van haar verklaring.

Opvallend was ook het verhoor van Suhayb Salam, de imam van de alFitrah-moskee in Utrecht. Zijn moskee is omstreden om de vermeende handhaving van salafistische denkbeelden en regels. Het verhoor verliep moeizaam, onder meer doordat Salam ontkende in het bezit te zijn van documenten die de commissie heeft opgevraagd. De rechtbank Den Haag heeft vervolgens de stichting bevolen deze documenten alsnog over te dragen aan de commissie, waarna alFitrah een hoger beroep heeft aangespannen.

Een van de problemen waar de Kamercommissie mee te maken zal krijgen in het opstellen van aanbevelingen, is het feit dat buitenlandse financiering niet illegaal is. Bovendien wordt het verbieden van deze financiering gezien als ongrondwettelijk, aangezien het in strijd is met de vrijheid van godsdienst. Daarom heeft de Kamercommissie zich gericht op 'ongewenste' beïnvloeding en financiering van moskeeën, maar wat hieronder valt blijft onduidelijk.


Meer over