Verkiezingen en zetelverdeling Europees Parlement 1979-2014 (Nederland)

In Nederland vonden vanaf in 1979 iedere vijf jaar verkiezingen plaats voor de Nederlandse volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement. De opkomst daalde van 58,1 procent van de kiesgerechtigden in 1979 naar een dieptepunt van onder de 30 procent in 1999. Sinds 2004 ligt het opkomstpercentage tussen de 30 en 40 procent. Het aantal Nederlandse zetels wisselde. In 1979 waren dat er 25. Dat werden er 31 in 1994. In 2004 daalde het aantal naar 27 en in 2009 naar 25. In 2015 zitten er 26 parlementariërs voor Nederland in Brussel.

CDA, PvdA en VVD waren vanaf 1979 steeds in het Parlement vertegenwoordigd. D66, GroenLinks en de gezamenlijke lijst van GPV, RPF en SGP behaalden ieder één keer geen zetels. De SP veroverde in 1999 voor het eerst een zetel in het Europees Parlement, en Europa Transparant in 2004 twee zetels. In 2009 was de PVV nieuwkomer met vier zetels en in 2014 kwam de Partij voor de Dieren met één zetel in het Parlement.

Het relatief geringe aantal te verdelen zetels maakt het voor kleinere partijen aantrekkelijk een gezamenlijke lijst te vormen. Sinds 1984 was dat het geval bij een aantal linkse partijen (die uiteindelijk GroenLinks vormden) en bij de huidige ChristenUnie (GPV en RPF) met de SGP.