Nationale ombudsman

Gebouw Nationale Ombudsman

De Nationale ombudsman is een onafhankelijk Hoog College van Staat dat klachten van burgers over onbehoorlijk gedrag van organen en ambtenaren van de centrale overheid en politie onderzoekt. Niemand kan de ombudsman voorschrijven hoe hij zijn taak moet uitvoeren.

De huidige Nationale ombudsman is Reinier van Zutphen. Hij bekleedt de functie sinds april 2015. De instelling Nationale ombudsman is gevestigd in Den Haag.

Taken en bevoegdheden

De ombudsman moet als onafhankelijk instituut de burger helpen beschermen tegen wangedrag van de overheid. Wanneer er sprake is van onrechtmatig gedrag dienen burgers naar de rechter te stappen.

De ombudsman behandelt klachten van burgers en kan daarbij besluiten getuigen onder ede verhoren. Daarmee heeft hij meer middelen dan de commissies van verzoekschriften van de Tweede en Eerste Kamer. Klachten tegen het staatshoofd, de Kamers, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en rechterlijke instanties neemt de ombudsman niet in behandeling.

Sinds 2014 kent de Nationale ombudsman ook een functie als Veteranenombudsman. Als Veteranenombudsman behandelt de ombudsman onafhankelijk de klachten van veteranen over (overheids)instanties.

De ombudsman kan ook zelf een onderzoek starten. Alle onderzoeken van de ombudsman zijn in principe openbaar, zoals vastgesteld in de Wet openbaarheid van bestuur. Hoewel de uitspraken van de ombudsman niet bindend zijn, voeren de ministeries de aanbevelingen uit de onderzoeken van de ombudsman meestal toch uit. Het aanzien van de Nationale ombudsman als Hoog College van Staat is namelijk dusdanig groot dat een onderzoek van de ombudsman niet zomaar door een bewindspersoon opzij geschoven kan worden.

Mocht een ministerie de conclusies niet uitvoeren, dan wordt de Tweede Kamer daarvan op de hoogte gesteld. Deze kan dan de minister daarover aan de tand voelen.

Jaarlijks brengt de Nationale ombudsman een verslag uit van zijn werkzaamheden. De Tweede Kamer bespreekt het jaarverslag ieder jaar met het kabinet.

Regelgeving

Met de Wet Nationale ombudsman van 4 februari 1981 werd het instituut in het leven geroepen. Sinds 1999 is de Nationale ombudsman opgenomen in de Grondwet.

De Wet Nationale ombudsman specificeert onder andere over welke bestuursorganen de Nationale ombudsman klachten mag behandelen. Daarnaast regelt de wet welke functies en nevenactiviteiten onverenigbaar zijn met de positie van Nationale ombudsman. De wet is in 2005 voor het laatst aangepast door de toevoeging van de Wet extern klachtrecht.

Organisatie

De Nationale ombudsman geeft leiding aan het instituut en wordt in zijn werkzaamheden bijgestaan door een substituut-ombudsman. Daarnaast bestaat er sinds 2010 ook een Kinderombudsman die de rechten van kinderen vertegenwoordigt. De huidige substituut-ombudsman is Joyce Sylvester en de Kinderombudsman is Margrite Kalverboer.

De drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben hun eigen gemeentelijke ombudsman. Voor gemeenten zonder eigen ombudsvoorziening behandelt de Nationale ombudsman de klachten van burgers.

Ter verdere ondersteuning heeft de ombudsman een bureau van zo'n 170 specialisten tot zijn beschikking. Deze specialisten zijn opgedeeld in vier teams die elk een ander beleidsterrein bestrijken. Naast deze inhoudelijke ondersteuning, wordt de Nationale ombudsman bijgestaan door verschillende faciliterende diensten.

Benoeming

Om de onafhankelijkheid van de ombudsman te waarborgen, wordt deze door de Tweede Kamer benoemd. Wanneer er een vacature is, gaat de Tweede Kamer op zoek naar minstens drie kandidaten. De Tweede Kamer wordt hierin begeleid en geadviseerd door een speciale sollicitatiecommissie.

In deze sollicitatiecommissie hebben onder andere zitting:

De commissie komt met een aanbeveling voor een van de kandidaten en het is vervolgens aan de Kamer om de afweging te maken en een ombudsman te benoemen.

De Tweede Kamer benoemt de Nationale ombudsman voor een periode van zes jaar. Een herbenoeming kan plaatsvinden voor een periode van zes jaar.

Historische ontwikkeling

De Nationale ombudsman is ingesteld naar voorbeeld van Zweden (waar sinds 1809 een ombudsman bestaat) en Denemarken.

De discussie over instelling van een Nationale ombudsman was ongeveer 20 jaar eerder begonnen. Aanvankelijk werd gesproken over een 'Commissaris van Onderzoek'. Uiteindelijk kwam op 4 februari 1981 de Wet Nationale ombudsman tot stand. De eerste ombudsman was Mr. J.F. Rang. In 1999 is het instituut ook in de Grondwet vastgelegd.

Overzicht

Sinds de instelling van het instituut in 1982 hebben de volgende personen het ambt bekleed:

FotoNaamVanTotDuur
Afbeelding Zutphen, Mr. R.F.B. vanZutphen, Mr. R.F.B. van2015-04-01 2j  3m
Afbeelding Dooren, Mr. F.J.W.M. vanDooren, Mr. F.J.W.M. van2014-01-012015-04-01 1j  3m
Afbeelding Brenninkmeijer, Dr. A.F.M.Brenninkmeijer, Dr. A.F.M.2005-10-012014-01-01 8j  3m
Afbeelding Fernhout, Dr. R.Fernhout, Dr. R.1999-10-012005-10-01 6j  0m
Afbeelding Oosting, Dr.Mr. M.Oosting, Dr.Mr. M.1987-10-011999-10-0112j  0m
Afbeelding Rang, Dr. J.F.Rang, Dr. J.F.1982-01-011987-04-01 5j  3m

Meer over