Recht van onderzoek: enquêtes en onderzoeken

Het parlement heeft onder meer de taak de regering te controleren. De Tweede Kamer stelt daarom soms een onderzoek naar een bepaalde zaak in. Dit kan de vorm van een parlementair onderzoek of van een parlementaire enquête hebben. Een enquête is een zware vorm van een onderzoek, waarbij de getuigen verplicht zijn om te verschijnen en waarbij de verhoren onder ede plaatsvinden. Bij een standaard parlementair onderzoek gelden deze verplichtingen niet.

Ook de Eerste Kamer heeft sinds 1887 het recht van enquête, maar van het enquêterecht is nooit gebruikgemaakt. In 1981 werd een voorstel tot het instellen van een enquête naar contracten over de verwerking van nucleair afval verworpen. Wel was er in 2011-2012 een parlementair onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Waarom onderzoek?

De staatsrechtelijke bedoeling van een onderzoek is om voldoende informatie te verkrijgen om zo het kabinet te kunnen controleren. De Kamer kan daartoe een tijdelijke onderzoekscommissie benoemen, die personen kan uitnodigen en externe deskundigen kan inschakelen. Ook kan de Kamer, indien zij zichzelf minder geschikt acht om iets te onderzoeken, aan de Algemene Rekenkamer of aan een externe commissie vragen het onderzoek uit te voeren.

Nadat een enquête- of onderzoekscommissie onderzoek heeft gedaan en betrokkenen bij het voorwerp van onderzoek heeft gehoord, stelt de commissie in de regel een rapport met bevindingen op. De Kamer debatteert vervolgens eerst met de commissie en later met het kabinet over de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken.

Aan de wens van politici om een onderzoek te (laten) verrichten, kunnen ook (partij)politieke motieven ten grondslag liggen. Bij een minutieus onderzoek is bijna altijd wel iets te vinden waarvan je kunt beweren dat een minister of staatssecretaris het niet goed gedaan heeft.

Een onderzoek is daarom een beproefd instrument om (oud-)bewindslieden in politieke problemen te brengen. Coalitiepartijen zitten hier niet altijd op te wachten en proberen soms te voorkomen dat er een onderzoek wordt ingesteld. Om een onderzoek te beginnen is immers een Kamermeerderheid nodig.

Overigens kunnen er voor Kamerfracties ook andere redenen zijn om geen onderzoek te willen. Soms zijn er namelijk al heel veel onderzoeken van andere organisaties beschikbaar, en is onderzoek door de Kamer overbodig. Ook bestaat de vrees dat overmatig gebruik het onderzoek bot maakt als parlementair 'wapen'.

2.

Recht van onderzoek

Parlementaire enquête

De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben een grondwettelijk recht van enquête. Het recht houdt in dat Kamers een onderzoek kunnen instellen naar een specifiek onderwerp, om op die manier de regering te controleren. In de praktijk wordt het recht vooral door de Tweede Kamer gebruikt. De Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben het middel nog nooit gebruikt, hoewel er in de Eerste Kamer wel eens pogingen toe zijn gedaan.

Parlementair onderzoek

De Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar beleid en projecten en dat onderzoek door Kamerleden laten uitvoeren. Er kunnen daarbij meerdere instrumenten worden gebruikt. Het zwaarste middel is onderzoek op basis van de Wet op de parlementaire enquête (Wpe). Een 'lichte' vorm is het houden van een hoorzitting of rondetafelgesprek.

Parlementaire ondervraging

De parlementaire ondervraging is een instrument van de Tweede Kamer. Het is een tussenvorm tussen een parlementair onderzoek en een parlementaire enquête. Net zoals bij een parlementaire enquête zijn getuigen bij een parlementaire ondervraging verplicht om te verschijnen en worden zij onder ede gehoord. Aan een parlementaire ondervraging hoeft echter geen uitgebreid dossieronderzoek vooraf te gaan aan de mondelinge informatievergaring, wat bij de enquête wel het geval is. In die zin lijkt de parlementaire ondervraging meer op het parlementair onderzoek, waarbij de getuigen echter geen verschijningsplicht hebben of onder ede worden verhoord. De parlementaire ondervraging biedt de Kamer daarom de mogelijkheid om een snel onderzoek uit te voeren waarbij getuigen en deskundigen op dezelfde wijze kunnen worden verhoord als bij een parlementaire enquête.

3.

Externe onderzoeken

Rampen, ongelukken, mislukte projecten en ernstige ordeverstoringen: dat alles was reden voor onderzoek. Alleen bij de watersnoodramp in 1953 bleef een dergelijk onderzoek uit. Behalve bestaande onderzoeksinstellingen, zoals de Algemene Rekenkamer en de Onderzoeksraad voor Veiligheid, werd ook geregeld een commissie ad-hoc ingesteld. Soms deed de Tweede Kamer zelf onderzoek, al dan niet voorafgegaan of gevolgd door extern onderzoek.

4.

Onderzoek vooraf en achteraf

Parlementair onderzoek wordt tegenwoordig meestal achteraf verricht, als de Kamer de indruk heeft dat er iets fout is gegaan en wil achterhalen 'hoe het zo gekomen is'.

Soms gaan er stemmen op om parlementair onderzoek ook voorafgaand aan belangrijke politieke besluiten in te zetten. De Kamer is dan beter geïnformeerd. Daar staat tegenover dat de Kamer in zo'n geval meer gaat meeregeren met het kabinet en zich dus moreel meer committeert aan het besluit dat wordt genomen. Het is dan moeilijker om achteraf kritisch te oordelen over besluitvorming, mocht deze negatief uitpakken. De Kamer draagt immers grote (mede)verantwoordelijkheid.

In de 19e eeuw zijn er de nodige enquêtes gehouden met karakter van een onderzoek vooraf:

In een recenter verleden heeft de Tweede Kamer getracht zich te informeren over technisch en maatschappelijk ingewikkelde vraagstukken door parlementaire onderzoeken naar biotechnologie (2001) en het broeikaseffect (1996).