Controle Eerste Kamer

Eerste Kamerleden hebben net als hun collega's in de Tweede Kamer recht op inlichtingen. Kamerleden kunnen daarnaast vragen stellen bij de behandeling van wetsvoorstellen en tijdens debatten over begrotingen. Verder zijn in het reglement van orde van de Eerste Kamer bepalingen opgenomen over het vragenrecht en het recht van interpellatie. Bovendien heeft de Eerste Kamer ook het recht van enquête, hoewel dat in de praktijk nog nooit is ingezet.

Van het vragenrecht wordt veel minder gebruikgemaakt dan in de Tweede Kamer. Per jaar worden circa 10 vragen gesteld en gemiddeld zijn er slechts een a twee interpellaties per vierjarige periode.

Het beperkte gebruik van de controlerechten is terug te voeren op het politieke primaat van de Tweede Kamer. Het vragenrecht richt zich bovendien vooral op zaken, die nog niet door de Tweede Kamer aan de orde zijn gesteld, en op onderwerpen die specifiek met de behandeling van voorstellen in de Eerste Kamer samenhangen. Zo wordt soms gevraagd hoe het staat met de uitvoering van toezeggingen aan de Eerste Kamer.

1.

Inlichtingenrecht

De Eerste Kamer heeft net als de Tweede Kamer het recht van enquête, maar daarvan is nooit gebruikgemaakt. In 1981 werd een voorstel tot het instellen van een enquête naar contracten over de verwerking van nucleair afval verworpen. Wel was er in 2011-2012 een parlementair onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten.

Bij inlichtingenrecht is eigenlijk alleen het vragenrecht van belang. Interpellaties worden in de Eerste Kamer zelden gehouden.

  • Vragenrecht

    Als uitvloeisel van het recht op inlichtingen, waarover alle individuele Kamerleden beschikken, kennen Tweede en Eerste Kamer het vragenrecht. Met dit recht kunnen alle leden behalve tijdens de debatten en de schriftelijke behandeling van (wets)voorstellen vragen stellen aan de regering. Hiervoor hebben ze, in tegenstelling tot bij het recht van interpellatie, geen verlof van de Kamer nodig.

  • Recht van interpellatie

    Het recht van interpellatie geeft Tweede en Eerste Kamerleden de mogelijkheid om met een bewindspersoon te debatteren over een onderwerp dat niet reeds op de vergaderagenda van de Kamer staat. Daarmee wordt de vastgestelde agenda van de Kamer immers duidelijk doorbroken (interpellatie komt van het Latijnse woord voor 'krachtig onderbreken'). Met het recht van interpellatie kunnen Kamerleden een minister of staatssecretaris in de Kamer ter verantwoording roepen.

Bij het inlichtingenrecht spelen ook moties een rol.

  • Motie

    Moties zijn uitspraken van de Tweede of Eerste Kamer, die door één of twee Kamerleden of door een commissie worden voorgesteld, bijvoorbeeld:

    • over het vertrouwen in het kabinet of een bewindspersoon
    • reacties op (nieuwe) ontwikkelingen
    • over meer beleidsmatige aandacht voor een onderwerp
    • meer of minder geld voor een bepaald beleidsonderdeel

meer over