Follow the money

5 oktober 2018, column Bert van den Braak

Als binnenkort, na de behandeling van het belastingplan, een motie in stemming komt over het minder beperken van de hypotheekrenteaftrek, is het de vraag of die het zal halen. Niet alleen qua aantal voorstemmers, maar überhaupt. Het is onwaarschijnlijk dat er een quorum zal zijn. Ruim honderd Tweede Kamerleden zullen zich namelijk van stemming onthouden, omdat zij als eigenhuisbezitter met hypotheek een direct belang bij de stemming hebben. En dat kan natuurlijk niet.

Dit is uiteraard 'fictie', al leken velen het na de ophef over 'de kwestie-Duthler' volkomen logisch te vinden, dat je jezelf van stemming onthoudt als je 'een belang' hebt. Bij de kwestie-Duthler was dat 'belang' het eigen adviesbureau dat een juridisch advies gaf over de Wet maatschappelijke ontwikkeling. De uitslag van de stemming daarover had, zo vonden sommigen, geen 37-36 maar 36-36 moeten zijn. Bij een herhaalde gelijke uitslag zou het wetsvoorstel dan, hoewel er een meerderheid was, zijn verworpen. Sommigen menen dat Anne-Wil Duthler misschien niet (net als haar fractie, geestverwanten in de Tweede Kamer en achterban) vóór het wetsvoorstel was omdat ze er vóór was, maar omdat haar bedrijf erover had geadviseerd. Ze oordeelde niet 'onafhankelijk'.

Dat is een (tweede) misverstand. Uitgezonderd eenlingen zijn Kamerleden nooit volstrekt onafhankelijk. Ze komen in de Kamer via een partijlijst, committeren zich daarmee aan het verkiezingsprogramma en verenigen zich in een (gereglementeerde) fractie. Voor leden van een regeringsfractie geldt dat zij zich ook binden aan het regeerakkoord. Dat geldt weliswaar formeel niet voor Eerste Kamerleden, maar ook daar zullen leden van partijen die het kabinet schragen welwillender tegenover kabinetsvoorstellen staan dan leden van de 'oppositie'. Bij die oppositiefracties komt het zelden voor dat leden anders stemmen dan de meerderheid.1) Kamerleden kunnen overigens ondanks 'binding' best kritisch zijn over een concreet kabinetsvoorstel.

Vraag is in hoeverre een nevenfunctie invloed heeft op het 'gedrag' als Kamerlid. Het is denkbaar dat kennis en ervaring uit hoofde van een functie in de fractie wordt ingebracht als die haar standpunt bepaalt. Daar is niks mis mee. Alleen als een persoonlijk belang zou worden behartigd, is dat kwalijk. Het is echter nauwelijks voorstelbaar dat de overige fractieleden dat niet zouden onderkennen, nog minder waarschijnlijk is het dat zij uitsluitend vanwege die inbreng het fractiestandpunt veranderen. Voorbeelden daarvan zijn er niet (op één uitzondering kom ik terug). De VVD-Eerste Kamerfractie was niet vóór de Wet maatschappelijke ondersteuning omdat mevrouw Duthler mogelijk zijdelings bij advisering was betrokken, maar omdat dit het politieke oordeel was. En zij was niet vóór omdat haar bedrijf een advies had uitgebracht, maar omdat zij zich kon vinden in het politieke oordeel van haar fractie. In de Eerste Kamer zitten politici, die op politieke gronden tot een conclusie komen.

Tijdens het derde kabinet-Lubbers torpedeerde de CDA-Eerste Kamerfractie het plan-Simons over een nieuw stelsel voor zorgverzekering. In die fractie zaten enkele leden die via functies gelieerd waren aan verzekeringsmaatschappijen. Rinse Zijlstra was commissaris bij Nationale Nederlanden en Luck van Leeuwen president-directeur van Stad Rotterdam Anno 1720. Maar het ging uiteindelijk om een politiek oordeel. Het merendeel van de 26 leden was geen 'belanghebbende' en keerde zich niettemin tegen het plan. Wie overigens meent dat een partij bepaalde belangen te veel behartigt, moet op een andere partij stemmen.

Het enige voorbeeld van de schijn van 'belangenbehartiging' deed zich in 2006 voor. De GroenLinksfractie in de Eerste Kamer stemde toen vóór de samenvoeging van de gemeenten Roermond en Swalmen, terwijl de Tweede Kamerfractie tegen had gestemd. Door die opstelling kreeg het voorstel een krappe meerderheid. Lid van de Senaatsfractie was Tof Thissen, oud-wethouder van Roermond. Het leek er sterk op dat diens inbreng tot een ander fractieoordeel leidde. Ik heb toen niemand gehoord die vond dat leden uit een betrokken gemeente niet mochten meestemmen. Wie wat langer nadenkt, ziet dat iedereen altijd een 'eigen' belang heeft, zakelijk dan wel persoonlijk.

Zo'n belang geldt uiteraard ook voor Follow the Money, dat als commercieel bedrijf onderzoek deed naar nevenfuncties. Het niet vinden van een direct verband tussen 'belangen' en stemgedrag was wat teleurstellend. Gelukkig was er - en het was knap gevonden - een vermeende kwestie-Duthler. Toen bleek immers dat een VVD-Kamerlid met nevenfunctie vóór een wetsvoorstel had gestemd waar de VVD vóór was. Maar geldt ook bij de 'spectaculaire' conclusie van dat onderzoek niet: Follow the money?


  • 1) 
    Een voorbeeld is de stemming in 1991 over het wetsvoorstel toezicht op vreemdelingen na afwijzing van verzoek om toelating. Van de PvdA-fractie stemden Joke van der Meer en Herman Tjeenk Willink, anders dan de meerderheid, vóór.

Andere recente columns