Stille vernieuwing

29 april 2016, column J.Th.J. van den Berg

De eerste keer dat ik met de SGP werd geconfronteerd was in 1969. Aan het woord in de oude Kamerzaal: ir. Cornelis van Dis, die bij de algemene beschouwingen een soort van onheilsboodschap uitsprak waar niemand naar luisterde. Kamerbankjes waren leeg gestroomd evenals de perstribune, kennelijk voor een rookpauze. Ongeveer zo lang duurde ook de toespraak van Van Dis, die zijn systeemkaarten vol tekst onverstoorbaar afwerkte.

Eigenlijk een tragisch gezicht. Getuigenis geven is heel respectabel, maar het heeft zo weinig zin als niemand er aandacht aan schenkt. Nog een geluk, dat ik een paar dagen later in mijn hotel ir. Henk van Rossum, de tweede man van de SGP-fractie ontmoette. Hij bleek een man van boerse vriendelijkheid, die zich de jonge jenever goed liet smaken.

De SGP was, naar het woord van de Italiaanse politicoloog Sartori, een ‘irrelevante partij’. Opvolgers van Van Dis, zoals ds. Hette Abma en Van Rossum waren onmiskenbaar toegankelijker maar bleven buitenstaander. Beiden bezaten wel de gave des woords en bijbehorende verdrietige humor, wat ertoe leidde dat niet letterlijk iedereen tijdens hun optreden ‘achter de gordijnen’ verdween.

De eerste die gezag ontwikkelde als politicus was ir. Bas van der Vlies, de leraar wiskunde, die in 1986 fractievoorzitter werd en zijn ervaring als parlementariër steeds gezaghebbender wist in te zetten; die op momenten dat het weer eens heet werd in de Kamer rust en evenwicht wist terug te brengen. Hij was daarnaast – en dat hielp – net als Van Rossum een vriendelijk man.

Het is dus onjuist om te beweren dat er geen ontwikkeling in de SGP heeft gezeten, maar toch, naar de maatstaven van Sartori bleef de partij ‘irrelevant’. Dat wil zeggen, zij speelde geen rol in de politieke machtsverhoudingen. Zij legde getuigenis af en zij zag bij tijd en wijle kans de collega’s een beetje ‘orde en netheid’ bij te brengen.

Dat alles is pas echt veranderd sedert het aantreden van de jurist Kees van der Staaij. Illustratief voor deze veranderde houding en werkwijze is een erg mooi interview met hem, onlangs in Trouw. 1) Kenmerkend is het volgende citaat: ‘Die combinatie van tegendraads en constructief vind ik prachtig, daar bloei ik van op.’ Van het oude eenzijdig getuigenis geven resteert de tegendraadsheid; de SGP heeft in een aantal opzichten nog immer een sterk afwijkend geluid. Maar, zoals Van der Staaij zelf zegt: hij wil het debat aangaan en anderen overtuigen. Daarin is de SGP van vandaag een radicaal andere partij dan die ik eind jaren zestig leerde kennen.

De SGP is niet langer de oude theocratische partij maar een uitgesproken democratisch gezelschap geworden. Zij heeft ook aan tolerantie sterk gewonnen. Van der Staaij maakt er geen geheim van zich door God geleid te voelen. Zoals hij zelf echter zegt: ‘Het kan ook zijn dat je door rustig en grondig na te denken en te spreken, de overtuiging krijgt dat je op de goede weg zit.’ Dat is niet langer het verdoemen van wie zich niet heeft bekeerd, laat staan van wie ‘rooms’ is, want ooit was al wat rooms was vervloekt. Van der Staaij dringt ook niet langer zijn morele standaarden op aan de overheid. ‘Tegendraads’ zoekt het hij het debat op, wel wetend dat niet onmiddellijk iedereen met hem mee zal gaan. Maar stimuleren tot nadenken mag.

Geen wonder dat de SGP nu wel een relevante partij is en door andere partijen wordt opgezocht om effectieve invloed uit te oefenen. Dat kunnen, zoals is gebleken, partijen van alle kleur zijn. Bovendien is echter meer dan eens, in Tweede maar vooral Eerste Kamer, de stem van de SGP nodig voor de parlementaire meerderheid. Niet langer is een plek in de regering een onmogelijke gedachte.

Meer dan de ChristenUnie is de SGP een toonbeeld van nuchterheid en stabiliteit als elders in de Tweede Kamer de opwinding weer eens geen remmen kent. Des te verdrietiger was het te constateren dat ook de SGP na het referendum over de Oekraïne op 6 april tot al die partijen hoorde die van de regering een onvoorwaardelijk nee tegen het associatieverdrag eiste. Blijkbaar was toen ook Van der Staaij even de draad kwijt. Maar toegegeven, tegenover deze ene ontsporing staat een groot aantal interventies waarin diezelfde Van der Staaij ongeveer als enige het hoofd koel hield.


  • 1) 
    Maaike van Houten, ‘Tegendraads en constructief tegelijk, daar bloei ik van op’, interview met Kees van der Staaij, Trouw, de Verdieping, zaterdag 16 april, p. 5.

Andere recente columns

 



© PDC Informatie Architectuur - Alle rechten voorbehouden