Een ellendig strookje land

9 mei 2014, column Bert van den Braak

Welk jaartal hoort bij deze achttiende-eeuwse kaart van Midden-Europa? Dat was één van de lastigste tentamenopdrachten tijdens mijn studie geschiedenis. Grenzen van Europese landen verschoven namelijk lange tijd geregeld, met die van Polen als meest in het oog lopende voorbeeld. Dat grenzen nog altijd minder vastliggen dan wel eens wordt gedacht, bewees de Russische annexatie van de Krim en bewijst de dreigende afscheiding van Oost-Oekraïne. Nederland kende na 1945 enkele kortstondige uitbreidingen (Elten en Tudderen), maar had in de negentiende eeuw ook te maken met een separatistische beweging. Het betrof Limburg.

Limburg was geen integraal deel van de Republiek geweest. Slechts sommige delen ervan (met name Venlo en Maastricht en omgeving) behoorden tot de Generaliteitslanden. Pas in 1814 werd heel Limburg opgenomen in het Koninkrijk van de Verenigde Nederlanden. Dat duurde tot 1831. Toen werd, na de Belgische opstand, in principe besloten tot splitsing van de provincie. De facto bleef Limburg echter tot 1839 deel van België, omdat Willem I toen pas zijn volhardingspolitiek (het niet erkennen van de afscheiding) opgaf.

De provincie werd gesplitst, werd een hertogdom en werd tevens deel van de Duitse Bond. Dat was een losse statenbond, die in 1815 was ontstaan, hoofdzakelijk met als doel de soevereiniteit van de 38 lidstaten te verdedigen. De opneming in de Duitse Bond was weer ter compensatie van de gedeeltelijke uittrede uit die Bond van Luxemburg. Ook dat hertogdom was gesplitst en het Belgische deel maakte geen deel uit van de Duitse Bond. In 1840 werd Limburg in de Nederlandse Grondwet vermeld en kwamen er drie Limburgse Tweede Kamerzetels.

De aansluiting van de "linkeroever van de Maas" bij Nederland was zowel in Limburg als in het Noorden niet erg populair. De noordelijken hadden weinig op met het katholieke gewest en de Limburgse plattelandsbevolking ervoer vooral de lasten die 'Holland' oplegde. Aan beide kanten was afscheiding daarom 'bespreekbaar'. Echt actueel werd die kwestie echter toen in maart 1848 in de Duitse Bond een revolutie uitbrak en er een democratisch parlement kwam in Frankfurt. De Duitse Bond leek van karakter te veranderen: van een losse statenbond moest het een federatie worden. Daarvan kon uiteraard niet een provincie deel uitmaken die tevens tot een ander land behoorde en waar ook een andere (namelijk de Nederlandse) Grondwet gold.

De al enige jaren in Limburg aanwezige afscheidingsbeweging greep de Duitse onrust aan voor hernieuwde activiteit. Met name baron Van Scherpenzeel Heusch trad daarbij op als bezielende 'volksmenner'. Zijn streven was overigens veeleer aansluiting van (Nederlands) Limburg bij België, maar via de Duitse Bond kon in zijn ogen allereerst afscheiding van Nederland worden bereikt. Van Scherpenzeel Heusch wist in mei 1848 een zetel in het Frankfurter parlement te veroveren. Uit dat succes leek te kunnen worden afgeleid dat het separatisme de nodige aanhang had, maar feitelijk was die steun minder groot. De deelname bij de verkiezingen was beperkt geweest en met name stedelijke tegenstanders gingen zich nu ook roeren.

Velen in Limburg kozen ervoor verdere ontwikkelingen af te wachten. Die houding nam ook het kabinet-De Kempenaer/Donker Curtius aan, waarbij De Kempenaer zich tegen afscheiding keerde en Donker Curtius daar positiever over dacht. Laatstgenoemde liet zich weinig enthousiast uit over dat verafgelegen 'ellendig strookje land' en vond bovendien dat naar de volkswil moest worden geluisterd. De minister van Financiën, Van Bosse, hoopte Limburg als 'wisselgeld' te kunnen gebruiken bij onderhandelingen over betere Duitse handelsvoorwaarden.

Tot afscheiding kwam het niet. Het parlement in Frankfurt sprak zich daar in juli 1848 nog wel voor uit en dat zorgde ook voor vreugde (en rumoer) op het Limburgse platteland. Het kabinet besloot nu echter toch maar het gezag te gaan handhaven. Het zond minister van Katholieke Eredienst Lightenvelt als commissaris naar de provincie, liet de Gouverneur een proclamatie uitvaardigen waarin trouw aan de koning werd bevolen, en zorgde dat de militie op het platteland Duitse vlaggen weghaalde en de onrust beteugelde. Op 7 augustus kon Lightenvelt terug naar Den Haag: de afscheiding was voorkomen. Van Scherpenzeel werd in november 1848 nog tot Tweede Kamerlid gekozen (hij had dus een dubbelmandaat), maar nam zijn zetel niet in omdat de vraag om afscheiding onbeantwoord was gebleven. In 1867 werd de Duitse Bond ontbonden en kwam er een einde aan de dubbele staatkundige positie van Limburg.

Na de Eerste Wereldoorlog leek het separatisme nog even opnieuw de kop op te steken, toen met name in België pleidooien werden gehouden voor een volksstemming daarover. Het katholieke Tweede Kamerlid Van Groenendael die daar als enige sympathie voor had, werd uit zijn fractie gezet. Over afscheiding werd daarna niets meer vernomen. Onze grenzen staan vast.1)

  • 1) 
    In november 2016 zou overigens nog een verdrag met België tot stand komen over grenscorrecties rond de Maas


Andere recente columns