Nevenfuncties bij Kamerlidmaatschap

Voor zowel leden van Eerste als Tweede Kamer is het mogelijk om nevenfuncties te hebben naast het Kamerlidmaatschap. Er is echter een groot verschil in hoe dit ingevuld kan worden. Eerste Kamerleden besteden gewoonlijk slechts één dag per week aan de werkzaamheden in de Eerste Kamer. Zij hebben hierdoor voldoende tijd om ernaast een ander beroep uit te oefenen. Het Eerste Kamerlidmaatschap wordt soms zelfs gezien als nevenfunctie naast andere werkzaamheden.

Tweede Kamerleden zijn fulltime politici. Dit maakt het lastiger om nevenfuncties uit te voeren die veel tijd vergen en het aantal leden met betekenisvolle nevenfuncties is dan ook klein. Wel hebben sommigen één of meer functies om 'voeling' te houden met de samenleving.

Voor de Eerste en Tweede Kamerleden bestaat het risico dat hen belangenverstrengeling wordt verweten vanwege nevenfuncties. Vaker ontstaat er ophef ten gevolge van een bepaalde nevenactiviteit. Als een bedrijf of organisatie waar een Kamerlid actief is in opspraak komt, kan dat al snel ook tot negatieve publiciteit voor dat Kamerlid leiden.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Tweede Kamer

Het Tweede Kamerlidmaatschap werd lang door velen gecombineerd met andere functies, bijvoorbeeld bestuursfuncties op gemeentelijk of provinciaal niveau, of functies in het maatschappelijk middenveld zoals vakbond en landbouworganisatie. Sommige leden hadden naast hun Kamerlidmaatschap een vrij beroep of waren actief als bijzonder hoogleraar.

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw was het vrijwel niet meer mogelijk om het Kamerlidmaatschap te combineren met andere functies. Slechts een beperkt aantal deeltijdfuncties, zoals advies- en toezichtsfuncties en soms bestuurlijke activiteiten waren nog te combineren.

Sinds 1976 houdt de griffie een openbaar register van betaalde en niet betaalde nevenfuncties van leden van de Tweede Kamer bij. Kamervoorzitter Vondeling had al jaren gepleit voor openbaarheid van nevenfuncties om een publieke controle op eventuele particuliere loyaliteiten van Kamerleden mogelijk te maken. De Kamerleden moesten zelf hun nevenfuncties melden. De griffie vroeg jaarlijks om een totaalopgave, deze werd vervolgens in de Staatscourant gepubliceerd.

In 1996-1997 heeft de Kamer de regeling bevestigd in een debat over een verdergaande regeling van nevenfuncties. Dit naar aanleiding van enkele brieven die VVD-fractieleider Bolkestein vanuit zijn positie als commissaris van het farmaceutisch bedrijf MSD aan minister Borst van Volksgezondheid had gestuurd. De Kamer zag er daarbij echter van af om extra regels in een zogenaamde gedragscode op te nemen.

Sinds 2011 publiceert de Tweede Kamer wel op haar website de nevenfuncties van de Kamerleden.

Behalve de lijst met nevenfuncties worden sinds 1984 de buitenlandse reizen, die Kamerleden geheel of ten dele op kosten van derden maken, geregistreerd. Vanaf 2003-2004 is ook de ontvangst van geschenken vastgelegd. Ook deze gegevens zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer.

2.

Eerste Kamer

Tweede Kamerleden zijn fulltime beroepspolitici, terwijl Eerste Kamerleden deeltijdpolitici zijn, die dikwijls nog andere functies bekleden. De leden van de Eerste Kamer komen in principe slechts één dag in de week (op dinsdag) bijeen. Zo zitten er in de Senaat burgemeesters, hoogleraren, bestuurders van belangenorganisaties en managers in het bedrijfsleven.

De leden van de Eerste Kamer zijn wettelijk verplicht hun nevenfuncties (dat wil zeggen: de functies die zij naast het lidmaatschap van de Eerste Kamer vervullen, waaronder de eventuele hoofdfunctie) openbaar te maken door het ter inzage leggen van een opgave bij de griffie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. De functies die Kamerleden vervullen, zijn op de website van de Eerste Kamer te vinden onder de korte biografie van de leden.

Op basis van een Gedragscode is transparantie over nevenactiviteiten het uitgangspunt. Leden worden geacht mogelijke belangen bij een onderwerp waarover zij in de Kamer spreken, uitdrukkelijk te melden.

3.

Discussie

Eerste Kamer

17-21 juni 2013 heeft de Group of States against Corruption (GRECO) van de Raad van Europa een evaluatierapport met betrekking tot Nederland vastgesteld over de preventie van corruptie onder parlementariërs, rechters en leden van het Openbaar Ministerie.

Het GRECO-rapport stelde dat het goed is dat leden van de Eerste Kamer doorgaans andere functies naast het lidmaatschap van de Kamer uitoefenen. Dit stelt hen in staat met een andere bril naar wetsvoorstellen en beleidsdossiers te kijken dan de leden van de Tweede Kamer. Het rapport benoemde echter ook dat het juist deze combinatie van functies is die senatoren kwetsbaar maakt voor verwijten van “dubbele petten” en belangenconflicten.

Er zijn gevallen waarin de functie naast het Kamerlidmaatschap leidde tot aftreden. VVD-fractievoorzitter Loek Hermans verliet in november 2015 de Senaat, nadat hij door de rechter was bekritiseerd vanwege zijn rol in het faillissement van zorgaanbieder MeaVita. Hermans leidde de raad van commissarissen bij dat bedrijf. Het ging daarbij echter niet om belangenverstrengeling, maar om negatieve publiciteit door een nevenactiviteit.

In 2019 is er op basis van een door Eerste Kamerleden opgesteld rapport een Gedragscode integriteit Eerste Kamer toegevoegd aan het reglement van orde.

Tweede Kamer

Er was soms ook ophef over nevenfuncties van Tweede Kamerleden. Juist Tweede Kamerleden lopen risico op belangenverstrengeling, wanneer zij naast het Kamerlidmaatschap nog een andere (vooral betaalde) functie bekleden.

Zo kwam in 1976 ARP-Kamerlid Roolvink in opspraak vanwege een geheim adviseurschap van olieconcern 'Gulf'. Vooral de geheimhouding werd bekritiseerd. In 1996 kreeg VVD-fractieleider Bolkestein kritiek, omdat hij uit hoofde van een nevenfunctie bij een farmaceutisch bedrijf een brief aan minister Borst had geschreven.

Voor VVD-Tweede Kamerlid Van Haga gold dat in 2018 en 2019 niet mogelijke belangenverstrengeling voor ophef zorgde, maar dat er negatieve publiciteit kwam door zijn nevenactiviteiten, namelijk als bezitter van vastgoed.

4.

Onverenigbare functies

Er bestaan wettelijk regels over welke ambten niet verenigbaar zijn met het Kamerlidmaatschap (de zogenoemde incomptabiliteiten). Zo kan iemand niet tegelijk Tweede en Eerste Kamerlid zijn en is het eveneens niet toegestaan om naast minister of staatssecretaris Kamerlid te zijn. Een uitzondering daarop geldt overigens wel voor de tijd na verkiezingen, tot er een nieuw kabinet is gevormd.

Onverenigbaar met het Kamerlidmaatschap zijn verder bijvoorbeeld het lidmaatschap (maar ook de functie van staatsraad) van de Raad van State en van de Algemene Rekenkamer, functies bij de Hoge Raad en de functie van Nationale ombudsman. Verder kan een Kamerlid niet tevens Commissaris van de Koning, ambtenaar of beroepsmilitair zijn. Op grond van Europese regels is het lidmaatschap van het Europees Parlement niet te combineren met dat van een nationaal parlement.

Een Kamerlid mag wel tegelijkertijd burgemeester of raads- of Statenlid zijn, maar sommige partijen hebben zelf regels die dat verbieden.


Meer over


Bent u als journalist of wetenschapper op zoek naar statistische gegevens over personen uit het biografisch archief, bijvoorbeeld gemiddelde leeftijd, ervaring, herkomst, beroep, m/v of zittingsduur? De redactie van PDC kan deze gegevens onder voorwaarden beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek en journalistieke publicaties. Neem voor meer informatie contact op.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.