Beloning Europarlementariërs

Het salaris van een Europarlementarier bedraagt per 1 juli 2016 ca. 98 duizend euro. Daarnaast hebben zij recht op allerlei vergoedingen van kosten die zij als parlementarier maken. Dit zijn bijvoorbeeld onkostenvergoedingen voor de huur van kantoorruimtes, dagen dat zij aanwezig zijn bij vergaderingen en het op en neer reizen.

In juni 2005 ging het Europees Parlement akkoord met een uniforme beloningsregeling voor Europarlementariërs. Dit maakte een einde aan de grote verschillen in de salarissen van Europarlementariërs. Er was al jarenlang veel kritiek op de systematiek en het gebruik van presentie- en reiskostenvergoedingen. Nederlandse delegaties hebben zelf eigen gedragscodes afgesproken waarin regels zijn vastgelegd over dagvergoedingen en reiskosten.

Huidig salaris en pensioen

In juli 2009 trad het Statuut van het Europees Parlement in werking. Op basis van dit statuut wordt de bezoldiging (het salaris) van Europarlementariërs vastgesteld.

Volgens dit statuut bedraagt het bruto maandsalaris van de leden van het Europees Parlement € €8,484.05 (per 1 juli 2016). Dit bedrag is 38,5 procent van het basissalaris van een rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Met aftrek van de Gemeenschapsbelasting en een bijdrage voor de ongevallenverzekering houden Europarlementariërs € 6.611,42 over. Het salaris wordt betaald uit de begroting van het Parlement zelf.

Voor de belastingheffing op het salaris bestaat een speciale regeling: Europarlementariërs betalen tussen de 20 en 30 procent belasting aan de Europese Unie. Daarnaast kunnen de lidstaten zelf nog belasting heffen.

Europarlementariërs hebben vanaf 63-jarige leeftijd recht op ouderdomspensioen. Het bedrag hiervoor is 3,5% van het salaris voor elk jaar dat ze lid zijn geweest van het Europees Parlement, met een maximum van 70% van het salaris.

Overige vergoedingen

Verder hebben Europarlementariërs recht op onbelaste onkostenvergoedingen. Deze onkostenvergoedingen worden direct betaald uit de EU-begroting. Bij deze vergoedingen gaat het deels om vaste bedragen onafhankelijk van de werkelijk gemaakte kosten (zogenaamde forfaitaire vergoedingen), en deels om vergoedingen voor daadwerkelijk gemaakte kosten.

De maandelijkse vergoeding voor algemene uitgaven is vastgesteld op het vaste bedrag van € 4.342. Hieruit worden leden van het Europees Parlement geacht uitgaven in hun lidstaat van herkomst te betalen, zoals kosten voor onder andere kantoorruimte en kantoorartikelen.

Voor reiskosten van en naar vergaderingen van het Europees Parlement in Brussel en Straatsburg worden de daadwerkelijke kosten vergoed, plus vaste vergoedingen per gereisde kilometer. De Europarlementariërs krijgen de kosten uitbetaald die zij gemaakt hebben voor een business class vliegticket, een eerste klas treinticket of € 0,50 per met de auto afgelegde kilometer (met een maximum van 1000 kilometer). Reizen voor andere doelen dan officiële vergaderingen van het Europees Parlement worden ook vergoed, voor zover deze reizen uit hun functie als Europarlementariër voortkomen. Na overlegging van de vereiste bewijsstukken worden reis, accommodatie en bijkomende kosten vergoed tot een maximum van € 4.264 per jaar. Ook krijgen Europarlementariërs tweederde van hun medische kosten vergoed.

Hiernaast ontvangen de leden van het Europees Parlement een verblijfsvergoeding van € 306,00 voor elke dag van aanwezigheid op officiële vergaderingen. Een parlementslid kan deze vergoeding alleen krijgen als de presentielijst getekend is. De vergoeding is bedoeld voor hotelkosten, maaltijden en overige kosten. Als blijkt dat een Europarlementariër bij minder dan de helft van de plenaire stemmingen aanwezig is, wordt de verblijfsvergoeding gehalveerd naar € 153.

Meer informatie