Artikel I-11: Categorieën van bevoegdheden

I-10
Artikel I-11
I-12

Inhoudsopgave van deze pagina:


  • 1. 
    Wanneer de Grondwet op een bepaald gebied een exclusieve bevoegdheid aan de Unie toedeelt, kan alleen de Unie wetgevend optreden en juridisch bindende handelingen vaststellen, en kunnen de lidstaten zulks alleen zelf doen op grond van een machtiging van de Unie of ter uitvoering van de door de Unie vastgestelde handelingen.
  • 2. 
    Wanneer de Grondwet op een bepaald gebied een bevoegdheid aan de Unie toedeelt die zij met de lidstaten deelt, zijn de Unie en de lidstaten bevoegd om op dat gebied wetgevend op te treden en juridisch bindende handelingen vast te stellen. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid uit voorzover de Unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend of besloten heeft deze niet langer uit te oefenen.
  • 3. 
    De Unie is bevoegd om te zorgen voor de coördinatie van het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.
  • 4. 
    De Unie is bevoegd om een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te bepalen en te voeren, met inbegrip van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid.
  • 5. 
    Op bepaalde gebieden en onder de in de Grondwet gestelde voorwaarden is de Unie bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen, zonder evenwel afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de lidstaten op die gebieden.
  • 6. 
    De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden bepaald door de specifieke bepalingen voor ieder gebied in deel II van de Grondwet.
 

1.

Ontwikkeling artikel

2003
  • 1. 
    Wanneer de Grondwet op een bepaald gebied een exclusieve bevoegdheid aan de Unie toewijst, kan alleen de Unie wetgevend optreden en juridisch bindende besluiten aannemen, en kunnen de lidstaten zulks alleen zelf doen indien zij daartoe door de Unie gemachtigd zijn.
  • 2. 
    Wanneer de Grondwet op een bepaald gebied een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid aan de Unie toewijst, zijn de Unie en de lidstaten bevoegd op dat gebied wetgevend op te treden en juridisch bindende besluiten aan te nemen. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid slechts uit indien en voorzover de Unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend.
  • 3. 
    De Unie is bevoegd om het economisch beleid van de lidstaten te coördineren.
  • 4. 
    De Unie is bevoegd om een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te bepalen en te voeren, en meer bepaald geleidelijk een gemeenschappelijk defensiebeleid vast te stellen.
  • 5. 
    Op een aantal gebieden en onder de in de Grondwet gestelde voorwaarden is de Unie bevoegd om het optreden van de lidstaten te coördineren, aan te vullen of te ondersteunen, zonder dat zij daarbij evenwel het bevoegdheidsgebied van de lidstaten betreedt.
  • 6. 
    De Unie oefent haar bevoegdheden tot uitvoering van het in deel II van de Grondwet omschreven beleid uit overeenkomstig de bijzondere bepalingen die daarin voor elk gebied zijn vastgelegd.

2.

Toelichting

  • Dit artikel bevat een opsomming en beschrijving van verschillende categorieën van bevoegdheden van de Unie, waarbij voor elke categorie gepreciseerd wordt welke gevolgen de uitoefening van deze bevoegdheden door de Unie heeft voor de bevoegdheden van de lidstaten.
  • Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten worden in afzonderlijke leden behandeld om rekening te houden met het specifieke karakter van de bevoegdheden van de Unie op deze gebieden.
2003
  • 1. 
    Wanneer de Grondwet op een bepaald gebied een exclusieve bevoegdheid aan de Unie toedeelt, kan alleen de Unie wetgevend optreden en juridisch bindende handelingen vaststellen, en kunnen de lidstaten zulks alleen zelf doen op grond van een machtiging van de Unie of ter uitvoering van de door de Unie vastgestelde handelingen.
  • 2. 
    Wanneer de Grondwet op een bepaald gebied een bevoegdheid aan de Unie toedeelt die zij met de lidstaten deelt, zijn de Unie en de lidstaten bevoegd om op dat gebied wetgevend op te treden en juridisch bindende handelingen vast te stellen. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid uit voorzover de Unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend of besloten heeft deze niet langer uit te oefenen.
  • 3. 
    De Unie is bevoegd om te zorgen voor de coördinatie van het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.
  • 4. 
    De Unie is bevoegd om een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te bepalen en te voeren, met inbegrip van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid.
  • 5. 
    Op bepaalde gebieden en onder de in de Grondwet gestelde voorwaarden is de Unie bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen, zonder evenwel afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de lidstaten op die gebieden.
  • 6. 
    De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden bepaald door de specifieke bepalingen voor ieder gebied in deel II van de Grondwet.
2003
  • 6. 
    De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden bepaald door de specifieke bepalingen voor ieder gebied in deel III.
2003
  • 6. 
    De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden bepaald door de specifieke bepalingen voor ieder gebied in Deel III.

 

Noot [*] bij lid 3

Artikel gewijzigd na afloop van de Europese Raad van 17-18 juni 2004 (document CIG 85/04).

Noot [**] bij lid 5 alinea 2

Was voorheen artikel I-16, lid 3.

2004
  • 6. 
    De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden geregeld door de bepalingen van deel III over ieder van die gebieden.