Drs. P. (Piet) Bukman

foto Drs. P. (Piet) Bukman
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Vooraanstaand CDA-politicus van antirevolutionairen huize, afkomstig uit een tuindersgezin. Maakte carrière in de Christelijke Land- en Tuinbouwbond. Was in 1980 de eerste voorzitter van het CDA na de fusie van KVP, ARP en CHU. Stond bekend om zijn krachtige optreden. Wekte daarmee op den duur wrevel, maar wist zo wel effectief leiding te geven aan het verdere fusieproces. Korte tijd senator en vervolgens minister voor Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Lubbers II. Werd daarna - zeer tegen zijn zin - staatssecretaris in het kabinet-Lubbers III, maar volgde in 1990 Braks op als minister van Landbouw. In 1996 vrij onverwacht Tweede Kamervoorzitter als opvolger van Deetman, hoewel velen een voorkeur hadden voor Ali Doelman, die tot dan ondervoorzitter was. Zijn Kamervoorzitterschap werd niet als een groot succes beschouwd en eindigde in 1998.

CDA
in de periode 1981-1998: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, staatssecretaris, minister, partijvoorzitter

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam (roepnaam)

Pieter (Piet)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Delft, 7 februari 1934

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

4.

Hoofdfuncties/beroepen (7/15)

  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 14 juli 1986
  • minister van Defensie ad interim, van 6 september 1988 tot 23 september 1988 (na het aftreden van minister Van Eekelen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 7 november 1989
  • staatssecretaris van Economische Zaken (onder andere belast met handel, exportbevordering, regionaal economisch beleid en consumentenbeleid), van 7 november 1989 tot 28 september 1990
  • minister van Landbouw, Natuurbehoud en Visserij, van 28 september 1990 tot 22 augustus 1994
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 mei 1994 tot 19 mei 1998
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 december 1996 tot 19 mei 1998

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris belast met 1. aangelegenheden betreffende de handelspolitiek en de internationale economische betrekkingen in het algemeen, zowel in bilateraal verband als in internationale organisaties zoals GATT, OESO, Benelux, Europese Gemeenschappen en ECE (in contacten met buitenlanders mocht hij hierbij de titel Minister voor Buitenlandse Handel voeren); 2. exportbeleid en de voorlichting ten behoeve van de uitvoer; 3. mededinging; 4. industriële eigendom; 5. werven van buitenlandse investeringen in Nederland; 6. economische infrastructuur voorzover liggend op regionaal en grootstedelijk gebied; 7. internationale samenwerking op het vlak van regionale economische structuur; 8. consumentenbeleid; 9. toerisme

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties

vorige (2/23)
  • voorzitter Stuurgroep Glastuinbouw en Milieu
  • voorzitter IPC (International Food & Agricultural Trade Policy Council) te Washington

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.


afgeleide functies, presidia etc. (2/5)
  • voorzitter Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 december 1996 tot 19 mei 1998
  • voorzitter Commissie voor de Werkwijze (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 december 1996 tot 19 mei 1998

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich in de Eerste Kamer vooral bezig met Antilliaanse Zaken, ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken
  • Hield zich voor hij Tweede Kamervoorzitter werd vooral bezig met buitenlandse zaken en Antilliaanse zaken

opvallend stemgedrag (0/1)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/8)
  • Onderhandelde in 1991 en 1992 met zijn collega-Landbouwministers uit de EG over het plan-MacSharry inzake hervorming van de Europese landbouwpolitiek. Door verlaging van de melkquota en van de graanprijs moest de overproductie in de landbouw worden teruggedrongen en het EG-landbouwbudget worden verlaagd. De plannen leidden tot veel protest bij de boeren. In juni 1992 wisten de ministers een akkoord te bereiken, waarbij het plan-MacSharry grotendeels werd overgenomen.
  • Kwam in 1994 met een pakket aan maatregelen ter grootte van f. 250 miljoen om acute liquiditeitsproblemen van landbouwbedrijven op te lossen en voor versterking van de concurrentiekracht door kwaliteitsverbetering en innovatie

als bewindspersoon (wetgeving) (2/3)
  • Bracht in 1993 de Wet verplaatsing mestproduktie (Stb. 685) tot stand, die onder meer verplaatsing van mest naar mestconcentratiegebieden verbiedt. De wet loopt vooruit op regels over strengere regels voor mestafzet en geldt tot 1 januari 1997. (21.114)
  • Bracht in 1994 samen met minister Alders de Interimwet ammoniak en veehouderij (Stb. 634) tot stand. Dit was een tijdelijke regeling voor de ammoniakdeposito veroorzaakt door veehouderijen. Gemeenten kregen mogelijkheden om op korte termijn tot vergunningverlening over te gaan, waarmee bedrijven konden worden verplicht om binnen vijf jaren investeringen te plegen die tot aanzienlijke reductie van mestdeposito moesten leiden, dan wel dieren konden afstoten of verplaatsen. (23.221)

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/5)
  • In januari 1994 ontstond opschudding toen bleek dat hij een brief aan zijn collega Andriessen had geschreven waarin hij pleitte voor uitstel met een jaar van de verhoging van de aardgasprijs voor tuinders. Hij vreesde dat de verhoging het CDA bij de verkiezingen van mei stemmen kon kosten.
  • Werd op 3 december 1996 tot Tweede Kamervoorzitter gekozen. Hij kreeg 85 stemmen, zijn fractiegenote mevrouw Doelman-Pel 45 stemmen
  • Maakte op 23 september 1997 bekend niet beschikbaar te zijn voor een nieuwe periode als Kamerlid. Partijvoorzitter Helgers had hem dit eerder al geadviseerd.

uit de privésfeer
Zijn echtgenote was directiesecretaresse

verkiezingen
  • In 1981 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"de Lenin van Voorschoten" (bijnaam vanwege de krachtige leiding die hij als voorzitter aan het CDA gaf)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.