Links-populistische partijvorming

Het populisme is een verzamelnaam voor partijen die een bepaalde politieke stijl of retoriek handhaven. Het idee van het onschuldige volk tegenover een machtige elite lijkt daarin centraal te staan. Populisten zien het als hun taak om een zogenaamde kloof tussen het 'volk' en de 'elite' te overbruggen. Ook verwerpen links-populisten historisch gezien het kapitalisme, strijden ze tegen klassenverschillen, en zijn ze vóór de versterking van de rechten van de arbeider, beperking van het leger en vernieuwing van het democratisch stelsel. Het kan desondanks lastig zijn om verschillende varianten van populisme van elkaar te onderscheiden.

Wanneer er in Nederland wordt gesproken over populisme, wordt vaak rechts-populisme bedoelt. Dit heeft te maken met de politieke tradities in Nederland, dat van oudsher grotere politieke invloeden kent vanuit het christendemocratische en liberale gedachtegoed. In andere landen is de invulling van het populisme vaak anders. In Zuid-Amerikaanse landen bijvoorbeeld, wordt populisme vaker gelinkt aan het socialisme. In Europa krijgen liberale, conservatieve en nationalistische partijen vaker de verwijzing naar het populisme.

Links-populisme is dus een relatief zeldzaam begrip binnen de Nederlandse politieke traditie, maar het komt wel voor. Het meest duidelijke voorbeeld is de SP. Voor de verkiezingen van 1994 voerde de SP een populistische campagne met de slogan 'Stem tegen, stem SP'. Het idee achter de campagne: de partij moest vooral laten zien waar ze tégen waren en speciale aandacht besteden aan de arbeidersklasse. Opvallend genoeg wilde toenmalig partijleider Jan Marijnissen geen populist genoemd worden. Het leverde de partij dat jaar twee zetels op, en vier jaar later nog eens drie.

Wat hebben de rechts en links-populistische partijen in Nederland met elkaar gemeen? De grote lijn is dat de politieke oriëntatie, dus links of rechts, bepalender is voor de partijkoers dan het gedeelde populisme. Waar rechts-populisten als Geert Wilders en Pim Fortuyn zich richtten op thema's als immigratie en multiculturalisme, doen links populisten dit niet of nauwelijks. De SP denkt meer in sociaaleconomische termen, terwijl de PVV meer in etnische en culturele termen denkt. Toch betitelen geen van deze partijen zichzelf als populistisch.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Communisten

Anders dan de naam doet vermoeden, was de Sociaal-Democratische Partij (SDP) (1909-1918) een communistische partij. De SDP ontstond toen een aantal leden van de SDAP zich afscheidden van de partij, aangezien zij van mening waren dat de klasseloze maatschappij niet tot stand zou kunnen komen via de standaard democratische wegen. In plaats daarvan zou verandering door revolutionaire acties plaats moeten vinden. In 1919 wijzigde de partij haar naam in Communistische Partij Holland (CPH).

De Communistische Partij van Nederland (CPN) (1909-1986) was een communistische partij die vooral na de Tweede Wereldoorlog succesvol was. Dit was zeker in het begin het geval, aangezien een aantal verzetshelden zich aansloten bij de partij. De CPN kwam voort uit de Communistische Partij Holland (CPH), die was opgericht in 1909 en sterk tegen grote klassenverschil was. De naamswijziging werd in 1935 doorgevoerd.

Tussen 1946 en 1986 bezette de CPN zetels in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. CPN bleef een echte oppositiepartij met een activistische en socialistische koers, die trachtte te strijden voor de rechten van de arbeidersklasse, zich verzette kolonialisering, de VS en haar machtspolitiek en die streed voor vernieuwing van de democratie. In 1989 ging de CPN samen met de PSP en de PPR op in GroenLinks.

2.

Socialisten

Voor de Sociaal-Democratische Bond (SDB) (1881-1919) waren de ideeën van Karl Marx een grote inspiratie. Het uitgangspunt van 'Das Kapital', om een socialistische, klasseloze staat te stichten, werd ook het uitgangspunt van de partij. Ook wilden ze net als veel partijen in dezelfde ideologische hoek verbetering van de omstandigheden van arbeiders en gelijke rechten voor mannen en vrouwen. In 1894 werd de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht en een deel van de leden van de SDB stapte over naar de nieuwe partij. Deze voorloper van de huidige PvdA wordt daarom gezien als de opvolger van de SDB.

De Bond van Christen-Socialisten (BCS) (1906-1920) combineerde Christelijke met marxistische idealen. De partij wilde een socialistisch-economisch model en strijdde tegen het militarisme, de monarchie en was vóór afschaffing van de Eerste Kamer. De partij bracht één Tweede Kamerlid voort, die uiteindelijk over zou stappen naar de Communistische Partij Holland.

De Socialistische Partij (SP), niet te verwarren met de huidige SP, was actief tussen 1918 en 1924. Net als gelijksoortige links-populistische partijen had de SP een nieuw soort samenleving voor ogen, waar de heersende klasse in zou moeten leveren ten gunste van de minder bedeelden. De partijleden van de SP waren kritisch tegenover de bestaande socialistische partijen, zoals de SDAP (te verburgerlijkt) en de SDP/CPH (te streng). Ook was de partij gelieerd aan de extreemlinkse vakbond de Nederlands Arbeiders Secretariaat (NAS).

In 1935 smolten de Revolutionair Socialistische Partij (RSP) en de Onafhankelijk Socialistische Partij (OSP) samen tot de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP). De RSAP wilde een "proletarische wereldrevolutie" ontketenen, waarna alle macht naar de arbeidersklasse zou gaan. Ideologisch gezien had de partij aardig wat gemeen met de BCS, in de zin dat ook de RSAP afschaffing van het leger, de Eerste Kamer en het Koningshuis wenste.

De SP (1972-heden) is het meest duidelijke voorbeeld van een hedendaagse Nederlandse links-populistische partij. Oorspronkelijk werd de partij geïnspireerd door denkbeelden van Lenin en Marx. De partij onderscheidt zich van andere links-democratische partijen als D66 en GroenLinks door het accent te leggen sociaal-maatschappelijke verschillen tussen hen met veel, en hen met minder macht. De termen ' volk' en 'elite' vallen daarbij geregeld. GroenLinks en D66 zullen sneller spreken van 'de burger' en ' bestuurders'. Voormalig partijleider Jan Marijnissen wilde geen populist genoemd worden. Wel sprak hij van een "volkse partij" met speciale aandacht voor de arbeidersklasse. Marijnissen werd het gezicht van de populistische, anti-establishment gerichte houding waar de SP ook tegenwoordig nog bekend om staat.


Meer over