Abdicatie

Een koning(in) kan afstand doen van het koninklijk gezag. Dat heet abdicatie. Abdicatie gebeurt bij Akte. De ondertekening daarvan geschiedt door de Koning en de troonopvolger, in aanwezigheid van de ministers, van andere leden van het Koninkijk Huis en van hoogwaardigheidsbekleders, zoals de vicepresident van de Raad van State. Bij de abdicatie van Willem I waren ook de leden van de Raad van State aanwezig. Er is hiervoor overigens geen formele regeling. De Akte wordt voorzien van het koninklijk zegel.

Afstand doen heeft hetzelfde rechtsgevolg als het overlijden van de Koning, namelijk erfopvolging op de wijze zoals in de Grondwet is vastgelegd. Op het moment dat de Koning de handtekening onder de Akte van Abdicatie heeft gezet, is direct de eerste in de lijn der troonopvolging Koning.

In de geschiedenis heeft viermaal een koning(in) definitief afstand gedaan van het koninklijk gezag:

  • koning Willem I. Hij deed dat op op 7 oktober 1840, 12.00 uur op Paleis het Loo in Apeldoorn
  • koningin Wilhelmina. Zij deed dat op 4 september 1948, 12.00 uur in het Paleis op de Dam in Amsterdam
  • koningin Juliana. Zij deed dat op 30 april 1980, 12.00 uur in het Paleis op de Dam in Amsterdam
  • koningin Beatrix. Zij deed dat op 30 april 2013, 12.00 uur in het Paleis op de Dam in Amsterdam

Een Koning kan ook tijdelijk afstand doen van het koninklijk gezag, waarna een regent dat gezag waarneemt.

Na zijn abdicatie behield Willem I de titel 'koning', maar hij kreeg tevens de titel 'Graaf van Nassau'. Wilhelmina en Juliana voerden na hun terugtreden als koningin de titel 'prinses'.

De Aktes van Abdicaties worden bewaard in het Nationaal Archief. Afschriften ervan worden onder meer gezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Raad van State en aan de Hoge Raad der Nederlanden.


Meer over