Z.M. (koning Willem I) koning Willem Frederik , koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg, prins van Oranje-Nassau

foto Z.M. (koning Willem I) koning Willem Frederik , koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg, prins van Oranje-Nassauvergrootglas

De 'Koning-Koopman'. Eerste Nederlandse koning na het herstel van de zelfstandigheid in 1814. Had ervaring als vorst opgedaan in Fulda. Regeerde als verlichte autoritaire vorst en zette zich in voor ontwikkeling van het economisch leven (kanalen!). Weigerde zich lange tijd neer te leggen bij de afscheiding van België en veroorzaakte mede daardoor problemen met de staatsfinanciën. Die financiële politiek was de voornaamste bron van kritiek van de oppositie. Trad in 1840 teleurgesteld af na een beperkte Grondwetsherziening. Verloor de grote lijnen vaak uit het oog, doordat hij zich te veel bezighield met details. Beschouwde ministers als zijn dienaren en stelde in hen vaak weinig vertrouwen.

in de periode 1813-1840: staatshoofd

Personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • Z.H. prins Willem Frederik van Oranje-Nassau, tot 16 maart 1815
  • Z.M. koning Willem, koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg, prins van Oranje-Nassau (koning Willem I), van 16 maart 1815 tot 7 oktober 1840
  • Z.K.H. koning Willem Frederik, graaf van Nassau, vanaf 7 oktober 1840

geboorteplaats en -datum
Wassenaar, 24 augustus 1772

overlijdensplaats en -datum
Berlijn, 12 december 1843

plaats en datum bijzetting
Delft, 2 januari 1844

levensbeschouwing
Gereformeerd (Ned. Hervormd)

Hoofdfuncties/beroepen

  • gouverneur van Breda, van 1790 tot 1795
  • kapitein-generaal en bevelhebber leger Verenigde Nederlanden, van 1793 tot 18 januari 1795
  • landeigenaar in Silezië
  • officier in Pruisische krijgsdienst, tot 23 augustus 1807
  • vorst bisdom Fulda, abdijen Corvey en Weingarten en rijkssteden Dortmund, Issny en Buchhorn, van 3 juli 1802 tot oktober 1806
  • vorst van Nassau, van 9 april 1806 tot oktober 1806
  • bevelhebber rechtervleugel Pruisische leger, van september 1806 tot oktober 1806
  • krijgsgevangene, oktober 1806 (kortstondig)
  • soeverein vorst der Verenigde Nederlanden, van 2 december 1813 tot 16 maart 1815 (inhuldiging 30 maart 1814)
  • Gouverneur-Generaal uit naam der geallieerden in de zuidelijke Nederlanden, van 31 juli 1814 tot 21 september 1815
  • koning der Nederlanden, van 16 maart 1815 tot 7 oktober 1840 (inhuldiging 21 september 1815 te Brussel)
  • hertog van Luxemburg, van 17 maart 1815 tot 9 juni 1815
  • groothertog van Luxemburg, van 9 juni 1815 tot 7 oktober 1840

officiersrangen
  • generaal der Staatse infanterie, vanaf 1790
  • luitenant-veldmaarschalk Oostenrijkse leger, vanaf mei 1809

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bepaalde in 1814 dat burgers op verzoek een paspoort voor het buitenland konden aanvragen
  • Richtte in 1814 de De Nederlandsche Bank op
  • Stelde in 1814 de Staatscourant en het Staatsblad in. In het Staatsblad worden wetten en besluiten gepubliceerd.
  • Stelde in 1814 bij S.B. van 24 juni de Hoge Raad van Adel in
  • Voerde in 1814 de dienstplicht in en vormde in 1815 de Nationale militie en schutterijen
  • Stelde bij S.B. van 26 oktober 1814 het Corps de Marechaussée in
  • Bracht in 1815 een wet tot beteugeling van onrust en kwaadwilligheid tot stand, waarmee politieke onrust moest worden voorkomen. In eerste instantie (tot 1818) gebeurde dit onder dreiging van een Franse inval.
  • Stelde in 1816 een Algemeen Reglement voor de Nederlandse Hervormde Kerk op
  • Besloot in 1816 tot instelling van universiteiten in Gent, Leuven en Luik
  • Bracht in 1816 een wet tot stand waardoor het uniforme decimale stelsel van maten en gewichten uit de Napoleontische tijd gehandhaafd bleef. De maten en gewichten kregen echter de Nederlandse namen el en pond.
  • Bevorderde de welvaart door opheffing van tollen en heffingen, door opheffing van de gilden en door oprichting van financieringsmaatschappijen (o.a. Algemene Nederlandsche Maatschappij ter begunstiging van de volksvlijt, 1822 en Nederlandsche Handel-Maatschappij, 1824)
  • Nam het initiatief tot het graven van het Noord-Hollands Kanaal (1819-1825), de Zuid-Willemsvaart (1822-1826), het Kanaal van Gent naar Terneuzen (1825-1827), het Voornse Kanaal (1827-1829), het Apeldoorns Kanaal (1828) en het Kanaal Brussel-Charleroi (1827-1830). In totaal werd circa 66 miljoen gulden geïnvesteerd in openbare werken, waarvan overigens slechts eenvijfde voor het Zuiden werd gebruikt.
  • Vaardigde in 1819 het Taalbesluit uit, waardoor na 1823 in Vlaanderen alleen Nederlands mocht worden gesproken
  • Vaardigde in 1822 het zogenoemde conflictenbesluit uit, waardoor conflicten over de competentie van rechtbanken inzake administratieve zaken aan de koning moesten worden voorgelegd
  • Richtte in 1822 het Amortisatie-Syndicaat op, waarmee buiten de begroting om gelden konden worden uitgegeven
  • Stelde in 1823 een ministerraad in, waarvan hijzelf voorzitter was
  • Richtte in 1825 een staatsschool voor priesteropleiding, het Collegium Philosophicum, op, maar moest deze in januari 1830 sluiten vanwege tegenwerking van de katholieke kerk.
  • Stichtte in 1826 de Koninklijke Militaire Academie
  • Sloot in 1827 een concordaat met de paus over het bestuur van de katholieke kerk in Nederland, waarvan in de praktijk echter weinig terecht kwam
  • Wilde in 1827 het IJ laten afsluiten met een dam tot het eiland Marken. Voor de scheepvaartverbinding van Amsterdam moest er een kanaal komen door Waterland en Zeevang en dwars door het eiland Marken. De Tweede Kamer weigerde - vanwege de grote onzekerheden van het project - echter de gelden hiervoor beschikbaar te stellen.
  • Stichtte in 1829 het Koninklijk Instituut voor de Marine (te Medemblik)
  • Formeerde in 1830 een Oostindisch Leger voor de gezagsuitbreiding in de buitengewesten van Nederlands-Indië
  • Zond op 1 augustus 1831 een leger onder bevel van zijn zoon naar België (Tiendaagse Veldtocht). Ondanks overwinningen moest dit leger zich vanwege Franse interventies terugtrekken. Het militaire optreden leidde wel tot gunstiger vredesvoorwaarden voor Nederland (de 24 artikelen van oktober 1831).
  • Stelde in januari 1830 een grondwetscommissie in o.l.v. staatsraad Van Pabst van Bingerden en in 1831 een geheime commissie-Canneman
  • Keerde zich tegen de in 1834 ontstane Afscheiding in de Nederlandse Hervormde Kerk
  • Stelde in 1836 een onderzoekscommissie in naar de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Arnhem
  • Stelde in 1837 een commissie in die droogmaking van de Haarlemmermeer moest onderzoeken

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1814 een wet tot herstel van de nationale schuld en tot vinding der fondsen benoodigd tot stijving van 's lands kas tot stand
  • Bracht in 1814 de Instructiewet voor de Algemene Rekenkamer tot stand. Deze bepaalt dat de Rekenkamer uit 13 leden bestaat en dat het presidentschap om de drie maanden wisselt. De Rekenkamer krijgt het oppertoezicht over de invordering van 's Lands gelden en de rechtmatigheid van uitgaven. De Rekenkamer kan aanbevelingen doen over de doelmatigheid van uitgaven.
  • Bracht in 1815 een wet tot stand om de viering van christelijke feestdagen te verzekeren
  • Stelde in 1815 de Militaire Willemsorde en de Orde van de Nederlandse Leeuw in
  • Kwam in 1815 met wetgeving waardoor de persvrijheid enigszins werd beknot
  • Kon dankzij de zogenoemde Blanketwet van 1818 strafsancties van toepassing verklaren op het niet naleven van Algemene Maatregelen van Bestuur
  • Reorganiseerde in 1819 het leger, waarbij de werving van buitenlandse miliciens werd beïindigd. De dienstplicht werd uitgebreid. Het Staande Armee werd opgeheven en verdeeld over de drie militiebataljons. De duur van de feitelijke dienstplicht werd verlaagd van vijf naar vier jaar.
  • Bracht in 1819 een nieuwe Tariefwet tot stand
  • Voerde in 1821 een nieuw belastingstelsel in. De Stelselwet bevat de grondslagen van de rijksbelastingen. Er zijn directe belastingen, indirecte belastingen, accijnzen, rechten op gouden en zilveren werken en in- en uitgaande rechten. In de zuidelijke provincies bestonden grote bezwaren tegen de heffingen op onder meer diverse accijnzen en invoerrechten, vanwege de lasten die dat voor de nijverheid met zich meebracht.
  • Bracht in 1829 een wet tot stand houdende algemene bepalingen der wetgeving van het Koninkrijk. Deze bepaalt dat wetten pas bindend zijn als ze behoorlijk zijn afgekondigd. Voorts dat wetten, tenzij anders bepaald, op de 20ste dag na dagtekening van het Staatsblad in werking treden. Rechters moeten volgens de wet rechtspreken, zonder de waarde of billijkheid van de wet te beoordelen.
  • Bracht in 1829 een wet tot stand tot beteugeling van onrust en kwaadwilligheid
  • Bracht in 1830 een wet tot stand tot beteugeling van hoon en laster (censuurwetgeving)
  • Voerde in 1838 een Burgerlijk Wetboek, Wetboek van Koophandel en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in
  • Stemde in 1840 toe in een Grondwetsherziening. Door deze herziening werd de Grondwet aangepast aan de afscheiding van België. Het aantal Tweede Kamerleden werd bepaald op 58 (waaronder drie uit Limburg). Verder werd o.a. de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd en werden Noord- en Zuid-Holland gesplitst.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
Huwde in 1841 met zijn voormalige (katholieke) hofdame Henriëtte d'Oultremont. Eerder had hij in 1840 afgezien van dit huwelijk vanwege bezwaren tegen het huwelijk van een protestantse vorst met een (Belgische) katholieke vrouw.

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • "De koopman-koning"
  • "de kanalenkoning"
  • "de koperen koning" (spotnaam die de Belgen hem gaven, omdat hij na zijn inhuldiging koperen in plaats van zilveren munten liet rondstrooien)

predicaten/adellijke titels
  • erfprins van Oranje-Nassau, tot 9 april 1806
  • vorst van Fulda, van 1802 tot 1806
  • graaf van Corvey, Weingarten en Dortmund, van 1802 tot 1806
  • hertog van Luxemburg, van maart 1815 tot 21 september 1815
  • hertog van Limburg, van 19 april 1839 tot 7 oktober 1840

Publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • J.A. Bornewasser, "Koning Willem I", in: C.A. Tamse (red.), "Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis" (Utrecht, 1996)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 1560
  • H.Th. Colenbrander, "Willem I. Koning der Nederlanden" (2 dln., Amsterdam 1931-1935)
  • Y. Schmitz, "Willem I. Koning van Noord en Zuid" (Hasselt, 1966)
  • L.J. Plemp van Duiveland, "Willem Frederik, koning der Nederlanden" (Amsterdam, 1949)
  • L.J. Rogier, "De eerste twee koningen uit het huis Oranje", in: L.G.J. Verberne, "Geschiedenis van Nederland in de jaren 1813-1850" (Utrecht/Antwerpen, 1958)
  • J.S. Wijne, "Koning Willem I" (Den Haag, 1964)
  • Jeroen Koch, "Koning Willem I 1772-1843" (2013)

Uitgebreide versie

uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.