Periode 1939-1945: Oorlogskabinetten

Deze periode wordt geheel beheerst door de internationale toestand. De herbewapening en annexatiedrift van Nazi-Duitsland mondt in 1939 uit in de Tweede Wereldoorlog. Na de val van het vijfde kabinet-Colijn is een kabinet-De Geer aangetreden waarin voor het eerst sociaaldemocraten zijn opgenomen. Kort na het aantreden van het kabinet wordt het Nederlandse leger gemobiliseerd. Een paar dagen later breekt, met de inval van Duitsland in Polen, de oorlog uit.

Op 13 mei 1940, drie dagen na de Duitse inval in Nederland, wijken koningin Wilhelmina en ministers uit het tweede kabinet-De Geer uit. Het is duidelijk dat de Duitsers de Nederlandse vorstin en ministers gevangen willen nemen, en gezien de opmars van het Duitse leger is het niet langer verantwoord dat zij in Den Haag blijven. Vanuit Hoek van Holland vertrekt het Nederlandse gezelschap op een Brits oorlogsschip naar Groot-Brittannië. De regering vestigt zich in Londen.

Doordat er in Londen geen parlementaire controle is, kan de koningin een belangrijk stempel op het kabinet drukken. Vanwege zijn weinig strijdlustige houding bewerkstelligt zij in september 1940 de vervanging van De Geer door Gerbrandy. Ook nadien moeten diverse ministers het veld ruimen, waarbij Wilhelmina vaak een belangrijke rol speelt.

Voor de kabinetten is de strijd tegen Duitsland (en later ook Japan) de belangrijkste opdracht. Daarnaast richt het beleid zich op de voorbereiding van het herstel van Nederland na de bevrijding.

1.

Kabinetten

Kabinet-De Geer II (1939-1940)

v.l.n.r.: Steenberghe, Albarda, Dijxhoorn, Bolkestein, Gerbrandy, Van Kleffens, Van Boeijen, De Geer, Welter en Van den Tempel.
v.l.n.r.: Steenberghe, Albarda, Dijxhoorn, Bolkestein, Gerbrandy, Van Kleffens, Van Boeijen, De Geer, Welter en Van den Tempel.

Dit kabinet was een centrumlinks noodkabinet, waarvan voor het eerst twee sociaaldemocraten deel uitmaakten. Het bestond verder uit ministers van RKSP, CHU, VDB, een ARP'er (zonder partijbinding) en twee partijlozen. Het kabinet werd kort na zijn aantreden geconfronteerd met de dreigende oorlogssituatie en besloot tot mobilisatie van de strijdkrachten.

Kabinet-Gerbrandy I en II (1940-1945)

achterste rij v.l.n.r.: Van Angeren, Kerstens, Furstner en Van Boeijen. voorste rij v.l.n.r.: Albarda, Van den Tempel, Gerbrandy, Van Kleffens, Bolkestein en Michiels van Verduynen.
achterste rij v.l.n.r.: Van Angeren, Kerstens, Furstner en Van Boeijen. voorste rij v.l.n.r.: Albarda, Van den Tempel, Gerbrandy, Van Kleffens, Bolkestein en Michiels van Verduynen.

De kabinetten-Gerbrandy staan ook bekend als de 'Londense kabinetten', omdat de regering daar in verband met de Duitse bezetting van Nederland verbleef. Gerbrandy was als minister-president een onvermoeibaar strijder voor de Nederlandse zaak. Via radiotoespraken inspireerde hij, net als koningin Wilhelmina, het Nederlandse verzet. Er vonden diverse ministerswisselingen plaats, waarbij ook de verhouding tussen ministers en de koningin een belangrijke rol speelde.

Kabinet-Gerbrandy III (1945)

achterste rij v.l.n.r.: Van Kleffens, Beel, Tromp, De Quay, Huysmans, De Booy, Gispen, onbekend. voorste rij v.l.n.r.: gen. Kruls (Militair Gezag), Schmutzer, Gerbrandy, Bolkestein en Wijffels
achterste rij v.l.n.r.: Van Kleffens, Beel, Tromp, De Quay, Huysmans, De Booy, Gispen, onbekend. voorste rij v.l.n.r.: gen. Kruls (Militair Gezag), Schmutzer, Gerbrandy, Bolkestein en Wijffels

Dit kabinet trad vanaf 23 februari 1945 op, na het uittreden van de sociaaldemocratische ministers uit het tweede kabinet-Gerbrandy. Het werd grotendeels gevormd door personen uit het bevrijde zuidelijke deel van Nederland. Tot de nieuwe bewindspersonen behoorden onder anderen Beel en De Quay.


Meer over