Mr. G.Ph. (Gerrit) Brokx

foto Mr. G.Ph. (Gerrit) Brokxvergrootglas

Brabants KVP- en CDA-bestuurder (gedeputeerde), die enkele keren staatssecretaris van Volkshuisvesting was. Tijdens het eerste kabinet-Van Agt kruiste hij in de Tweede Kamer regelmatig de degens over het huurbeleid met zijn voorganger, PvdA-woordvoerder Marcel van Dam. In 1981 werd hij Tweede Kamerlid, maar een jaar later keerde hij terug als staatssecretaris in het kabinet-Lubbers I. Trad kort na de formatie van 1986 af, nadat CDA-fractievoorzitter De Vries had gesteld dat zijn aanblijven in het vooruitzicht van een parlementaire enquête naar bouwsubsidies een te groot risico inhield. Daarna burgemeester van Tilburg. Welbespraakte en bekwame bestuurder, die onder meer de Leegstandswet tot stand bracht.

CDA
in de periode 1977-1986: lid Tweede Kamer, staatssecretaris

voornamen (roepnaam)

Gerardus Philippus (Gerrit)

personalia

geboorteplaats en -datum
Oosterhout (N.Br.), 22 juni 1933

overlijdensplaats en -datum
Tilburg, 11 januari 2002

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), van 1963 tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • assistent-accountant, van 1951 tot 1953
  • officier militaire administratie (laatste rang: kapitein), van 1953 tot 1967
  • lid gemeenteraad van Oosterhout, van 1963 tot 1 september 1970
  • lid Provinciale Staten van Noord-Brabant, van 2 juni 1966 tot 19 december 1977
  • wethouder van Oosterhout, van 6 september 1966 tot 3 juni 1970
  • lid Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (belast met wegen, verkeer en algemene en juridische zaken), van 3 juni 1970 tot 19 december 1977
  • staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (belast met volkshuisvesting), van 28 december 1977 tot 11 september 1981
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 9 september 1981
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1981 tot 16 september 1982
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1982 tot 5 november 1982
  • staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (belast met volkshuisvesting), van 5 november 1982 tot 23 oktober 1986
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986
  • ambteloos, van oktober 1986 tot mei 1988
  • burgemeester van Tilburg, van 16 mei 1988 tot 1 juni 1997 (per 1 januari 1997 werd een nieuwe gemeente Tilburg ingesteld, bestaande uit Tilburg, Udenhout en Berkel-Enschot)

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris in het eerste kabinet-Van Agt belast met de zorg voor de volkshuisvesting, voor deze niet op de stadsvernieuwing betrekking had.
  • Was als staatssecretaris in het eerste en tweede kabinet-Lubbers belast met 1. de zorg voor de volkshuisvesting; 2. de stadsvernieuwing; een en ander met dien verstande dat met betrekking tot de wetgeving op deze gebieden de minister als eerste ondertekenaar kon optreden.

partijpolitieke functies

  • voorzitter KVP afdeling Oosterhout, vanaf 1963
  • lid dagelijks bestuur KVP, van 27 november 1971 tot 20 juni 1975
  • penningmeester KVP, van 20 juni 1975 tot december 1977

nevenfuncties

  • lid bestuur sectie amateurvoetbal KNVB, afdeling Zuid I, omstreeks 1963
  • voorzitter voetbalvereniging "T.S.C." te Oosterhout, vanaf augustus 1965
  • lid sectiebestuur zondagamateurvoetbal, KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond), van 30 augustus 1967 tot november 1971
  • voorzitter commissie voor het amateurisme, KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond), vanaf augustus 1968
  • lid begeleidingscommissie Nederlands amateurelftal, KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond), vanaf december 1968
  • afgevaardigde naar de algemene vergadering zondagamateurvoetbal, KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond), vanaf 5 november 1969
  • lid bondsbestuur KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond), van 13 november 1971 tot 1 januari 1976
  • voorzitter strafcommissie bijzondere zaken zondagamateurvoetbal, KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond), vanaf november 1971
  • lid Raad van de Waterstaat
  • voorzitter verkeer en vervoer, IPO (Interprovinciaal Overleg)
  • voorzitter Stuurgroep decentralisatie beheer Rijkswaterwegen, omstreeks 1987
  • voorzitter Nationale Havenraad, van oktober 1988 tot 15 oktober 1997
  • voorzitter Commissie van Overleg voor de Wegen, omstreeks 1988
  • voorzitter Samenwerkingsverband Midden-Brabant, omstreeks 1989 en nog in 1991
  • voorzitter adviescommissie inzake het afschaffen van het reiskostenforfait, omstreeks oktober 1989
  • lid Raad van Commissarissen "Verzekerd Keur" B.V. te Vianen, vanaf november 1990
  • voorzitter Vereniging van Afvalverwerkers
  • "formateur" van een nieuw sectie bestuur KNVB-betaald voetbal, 1989
  • voorzitter Commissie Herstructurering Openbaar Vervoer, van juli 1991 tot 1993
  • voorzitter Raad van Commissarissen "Verzekerd Keur" B.V., tot 1 januari 1996
  • waarnemer Auditcommissie Stads- en Streekvervoer, vanaf oktober 1993
  • voorzitter Raad van Commissarissen Nationale Woningraad, van november 1995 tot mei 1998
  • lid commissie toekomstige organisatie van de afvalverwijdering, van februari 1996 tot augustus 1996
  • voorzitter Permanent overlegorgaan verkeersinfrastructuur, van 1 oktober 1996 tot januari 2002
  • voorzitter BVE-raad (andelijke brancheorganisatie van de onderwijsinstellingen in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie), van januari 1997 tot januari 2002
  • lid Raad van Commissarissen "Leodejonge architecten" B.V. te Rotterdam, van juni 1997 tot januari 2002
  • voorzitter Raad van Commissarissen Aedes, koepelvereniging van woningbouwcorporaties, van mei 1998 tot januari 2002
  • voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Westerscheldetunnel, tot januari 2002
  • voorzitter Raad van Commissarissen DAR-Milieudiensten, tot januari 2002
  • voorzitter bestuur Stichting MKB Vastgoed Initiatief, tot januari 2002
  • lid Raad van Commissarissen RWE Solutions Nederland B.V., tot januari 2002
  • lid commissie van advies over vorm van grootstedelijk bestuur rond Rotterdam, van februari 2000 tot mei 2000

afgeleide functies, presidia etc.
ondervoorzitter vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 september 1981 tot 5 november 1982

opleiding

lager-/basisonderwijs
  • R.K. lagere school te Oosterhout (N.Br.)

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-a, R.K. "Onze Lieve Vrouwe Lyceum" te Breda, tot juni 1951

academische studie
  • Nederlands recht, Rijksuniversiteit Utrecht, van 1958 tot 1964

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Besloot in 1980 samen met minister Wiegel een Woomnruimteverordening van de gemeente Amsterdam te vernietigen. Het betrof maatregelen tegen splitsing en verkoop van (leegstaande) huurwoningen. De Tweede Kamer vroeg hem daarna spoedig maatregelen te nemen om het onttrekken van goedkope woningen aan de huurwoningvoorraad tegen te gaan. Stuurde hierna een circulaire naar de gemeenten om de mogelijkheid tot verkoop van (gesplitste) goedkope huurwoningen voorlopig op te schorten. (16.331)
  • Bracht in 1981 samen met minister Beelaerts van Blokland de Nota decentralisatie van de volkshuisvesting uit. Hierin wordt ingegaan op een grotere rol voor lagere overheden bij de woningbouw, zodat het Rijk zich minder met details hoeft bezig te houden, en op de financiële en personele consequenties daarvan. De programmering van woningbouw en woningverbetering komt grotendeels bij gemeenten. Provincies krijgen een adviserende rol en het Rijk stelt een meerjarenprogramma op. (16.736)
  • Bracht in 1983 de Nota Eigen woningbezit uit. Geconstateerd wordt dat onzekerheden leiden tot minder eigen-woningbezit. Het beleid wordt er daarom op gericht onzekerheden en risico's verbonden aan het eigen-woningbezit zo veel mogelijk te beperken. Er komt een nieuw stelsel van subsidiëring, waarbij inkomens- en aflossingrisico's worden verkleind. Er komt een intergemeentelijk risicofonds. Door verlaging van bouwkosten moet de betaalbaarheid worden vergroot. De gemeenten krijgen een leidende rol bij de vraag of huurwoningen (woningwetwoningen) kunnen worden verkocht. (18.053)
  • Bracht in 1984 de Nota Woonconsument en Volkshuisvesting uit. Daarin staat centraal de rol die woonconsumenten(organisaties) kunnen spelen in de volkshuisvesting. Een grotere rol daarvan is wenselijk gezien de plaatsvindende decentralisatie. Daarnaast is er het belang van democratisering en de rol die huurders en verhuurders daarbij kunnen spelen. De mogelijkheid tot inspraak moet verplicht worden en gemeenten moeten hiervoor regelingen treffen. (19.016)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1978 samen met minister De Ruiter een wet in het Staatsblad (Stb. 521) inzake tijdelijke verhuur van woonruimte in gebouwen die aan een gemeente toebehoren en voor afbraak bestemd zijn. Hierdoor kan - om leegstand te voorkomen - woonruimte tijdelijk zonder huurbescherming worden verhuurd (zgn. anti-kraak). Het voorstel was in 1973 ingediend door minister Van Agt en in 1976 in de Tweede Kamer verdedigd door Van Agt en staatssecretaris Van Dam. (12.306)
  • Bracht in 1979 de Huurprijzenwet woonruimte (Stb. 15) tot stand, die de overheid meer greep op de huurprijzen gaf. Door de Wet op de huurcommissies (Stb. 16) komen er commissies, die uitspraken kunnen doen bij geschillen over de redelijkheid van huurverhogingen en over onderhoud. De wetsvoorstellen waren in 1976 ingediend door staatssecretaris Van Dam. (14.175, 14.176)
  • Bracht in 1979 met minister De Ruiter een wet (Stb. 330) over bepalingen inzake huur en verhuur van woonruimte tot stand, waardoor huurders beter worden beschermd tegen huuropzegging. Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Van Agt en staatssecretaris Van Dam. (14.249)
  • Bracht in 1981 samen met minister De Ruiter de Leegstandwet (Stb. 337) tot stand, die langdurige leegstand van woningen tegen moest gaan door invoering van een leegstandsregister, versnelling van vordering, alsmede invoering van de mogelijkheid tot ontruiming en tot tijdelijke verhuur. (15.442)
  • Bracht in 1984 de Wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing (WSDV) in het Staatsblad (Stb. 406). Het regeringsbeleid wordt jaarlijks vastgesteld, waarbij er een ambtelijke coördinatiecommissie komt die adviseert. Het Rijk stelt jaarlijks bijdragen aan de gemeenten vast. Daarnaast zijn er provinciale stadsvernieuwingsfondsen. Gemeenten moeten een stadsvernieuwingsplan opstellen, met een daaraan gekoppeld uitvoeringsschema. De ontwerp-Wet op de stadsvernieuwing was in 1976 ingediend door staatssecretaris Schaefer en kreeg in 1980 bij nota van wijziging de titel Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. (13.924, 13.924)
  • Bracht in 1986 de Wet geldelijke steun woonwagens (Stb. 264) tot stand. Deze wet belast de minister van Volkshuisvesting met de subsidiëring van het in eigendom verkrijgen en de bewoning van woonwagens. Voordien werd dit via de Bijstandswet geregeld. (17.898)
  • Bracht in 1986 de Wet individuele huursubsidie (Stb. 265) tot stand, die een wettelijke basis gaf aan het verstrekken van de bestaande jaarlijkse subsidie uit 's Rijks kas aan huurders. Een huurder komt daarvoor in aanmerking mits de huurprijs van de woning een bepaald maximumbedrag niet te boven gaat (er geldt tevens een minimum huurprijs). Om in aanmerking te komen geldt een inkomensgrens. Er wordt verder rekening gehouden met de samenstelling van het huishouden. (18.539)

wetenswaardigheden

algemeen
  • Was in 1974 kandidaat voor het staatssecretariaat op Defensie (als opvolger van Mommersteeg), maar KVP-fractievoorzitter Andriessen gaf de voorkeur aan een militair. Het kabinet en Vredeling hadden wel een voorkeur voor een niet-militair als staatssecretaris.
  • Op 5 maart 1981 nam de Tweede Kamer een motie-Duinker (PvdA) aan waarin werd gesteld dat zijn beleid met betrekking tot de huren in stadsvernieuwingsgebieden niet in het belang van de volkshuisvesting was. Een Kamermeerderheid gaf echter aan de motie niet als motie van wantrouwen te beschouwen.
  • Trad in 1986 af als staatssecretaris, omdat de CDA-Tweede Kamerfractie de vrees van fractievoorzitter Bert de Vries deelde dat zijn functioneren te veel belemmerd zou worden door de parlementaire enquête die door de Tweede Kamer was ingesteld naar woningbouwsubsidies. De Vries had hem schriftelijk aangespoord op te stappen.

uit de privésfeer
  • Bij zijn aftreden als staatssecretaris in 1986 zou ook hebben meegespeeld dat hij een buitenechtelijke relatie had met de journaliste Marjolein Uitzinger
  • Zijn vader was kolenhandelaar

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Oosterhout
  • Teteringen, Meerberg 5, omstreeks 1973 (nog in 1988)
  • Tilburg
  • Oisterwijk, Nassaulaan 4

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 26 oktober 1981
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, november 1988

overige onderscheidingen en prijzen
  • ereburger van Noord-Brabant
  • ereburger van Tilburg

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid voetbalvereniging "T.S.C." (Tarcisius Sparta Combinatie) te Oosterhout, vanaf 1945

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • Dick Hofland, "Waar Brokx verschijnt raken de gemoederen verhit", Nieuwsblad van het Noorden, 19 februaro 1994
  • G. Braks, "In memoriam Gerrit Ph. Brokx (1933-2002)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2002, p. 132

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
  • gehuwd, 10 november 1959 (huwelijk ontbonden)
  • gehuwd (tweede huwelijk)

echtgeno(o)t(e)/partner
J.M.J. van Bekhoven, (Anny)

2e echtgeno(o)t(e)/partner
M. Uitzinger, Marjolein

kinderen
1 dochter en 1 zoon

vader
P.J.W. Brokx, Pieter Johannes Wilhelmus

geboorteplaats en/of -datum
Raamsdonk, 22 oktober 1897

moeder
P.M.A. van Rosmalen, Pieternella Maria Adriana

geboorteplaats en/of -datum
Oosterhout, 15 november 1899

broers en zusters
7 broers en/of zussen (zelf het zesde kind)

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.