Dr. I.A. (Isaäc) Diepenhorst

foto Dr. I.A. (Isaäc) Diepenhorstvergrootglas

Kleine, parmantige hoogleraar, senator, minister van Onderwijs en Wetenschappen en Tweede Kamerlid uit een bekende antirevolutionaire familie. Zoon van een Tweede Kamerlid en neef van een Eerste Kamerlid. Verhief spreken tot een kunst en wist de prachtigste zinnen met zijn sonore, enigszins gedragen stemgeluid uit te spreken. Kreeg bekendheid door radio- en tv-rubrieken bij de NCRV. In 1965 minister in het kabinet-Cals en daarna in het interimkabinet-Zijlstra . Was na zijn ministerschap vier jaar Tweede Kamerlid voor de ARP en keerde daarna terug naar de Eerste Kamer, vanaf 1977 als CDA'er. Erudiete wetenschapper met een verfijnde humor.

ARP , CDA
in de periode 1952-1981: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister

Voornamen (roepnaam)

Isaäc Arend (Isaäc)

Personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 18 juli 1916

overlijdensplaats en -datum
Zeist, 21 augustus 2004

levensbeschouwing
Gereformeerd

opmerkingen over de naam en/of titel
Had als koosnaam "Iekje", volgens andere bronnen (ook) "Ietje"

Partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

Hoofdfuncties/beroepen

  • assistent van prof.mr. V.H. Rutgers, hoogleraar Romeins recht en strafrecht, Vrije Universiteit, van 1940 tot 1945 (verzorgde vanaf 1943 colleges en nam tentamens af)
  • hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 10 oktober 1945 tot 14 april 1965
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1952 tot 14 april 1965 (in 1955 opnieuw lid per 27 september)
  • rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 21 september 1960 tot 20 september 1961
  • minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 14 april 1965 tot 5 april 1967
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 10 mei 1971
  • buitengewoon hoogleraar algemene staatsleer en parlementaire geschiedenis, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 23 februari 1967 tot 28 september 1984
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 17 september 1974
  • rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1 september 1972 tot 1 september 1976
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 29 oktober 1974 tot 10 juni 1981 (in 1980 opnieuw lid per 14 oktober)

Activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich als Eerste Kamerlid in de periode 1952-1965 vooral bezig met justitie, (hoger) onderwijs en maatschappelijk werk
  • Was in 1953 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Zondagswet
  • Was woordvoerder justitie, hoger onderwijs en wetenschapsbeleid van de ARP-Tweede Kamerfractie. Voerde in 1969 het woord bij het interpellatiedebat over de bezetting van het Maagdenhuis en was in hetzelfde jaar woordvoerder bij het debat over de zgn. Excessennota over mogelijke misdragingen van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië.
  • Was in de periode 1971-1981 woordvoerder justitie van de CDA-Eerste Kamerfractie. Hield zich ook bezig met hoger en wetenschappelijk onderwijs en maatschappelijk werk.

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1952 tot de meerderheid van zijn fractie die bij de tweede lezing van de grondwetsherziening tegen het (verworpen) wetsvoorstel inzake uitbreiding van het ledental van de Tweede Kamer stemde
  • Stemde in 1956 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel over het gebruik van Fries in het rechtsverkeer
  • Stemde in 1957 als enige van zijn fractie vóór de ontwerp-Wet grootboek woningverbetering
  • In 1960 stemden hij en Schipper als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) wijziging van de Loterijwet, waardoor de voetbaltoto werd gelegaliseerd. Behoorde in 1961 eveneens tot de meerder heid van zijn fractie die vóór stemde.
  • Stemde in 1962 als enige van zijn fractie vóór de herziening van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst
  • Behoorde in 1963 tot de meerderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Wet op het Voortgezet Onderwijs ('Mammoetwet') stemde
  • In 1963 stemden hij en De Gaay Fortman als enigen van hun fractie tegen een wetsvoorstel waardoor aan economische hogescholen een juridische faculteit zou kunnen worden ingericht
  • Stemde in 1968 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel tot verhoging van de schadeloosstelling aan Tweede Kamerleden
  • Behoorde in 1972 met De Gaay Fortman en Tjeerdsma tot de minderheid van zijn fractie die tegen het voorstel tot schrapping uit de Grondwet van het artikel over de bezoldiging van predikanten stemde
  • Stemde in 1975 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel tot verlenging van de leerplicht tot tien jaar
  • In 1977 stemden hij en Christiaanse als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) voorstel-De Geer van Oudegein om de behandeling van de grondwetsherziening uit te stellen
  • Behoorde in 1979 tot de zes leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Herziening van de wet op de ondernemingsraden stemden
  • Behoorde in 1980 tot de tien leden van zijn fractie die vóór de ontwerp-Sanctiewet stemden
  • Stemde in 1980 tijdens de eerste lezing van de Grondwetsherziening tegen het voorstel over het verlenen van kiesrecht aan niet-Nederlandse ingezetenen voor de gemeenteraad

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1965 een nota naar aanleiding van de ontwikkelingsplannen van universiteiten uit. Daarin staat dat er een sterke toename van het aantal studenten is te verwachten (in 1970 25 procent meer dan in 1959 werd geschat) en dat de studieduur daarom moet worden bekort. Tevens zal het investeringsschema en bouwprogramma voor universiteiten worden herzien. (8.131)
  • Zijn wetsvoorstel tot instelling van een numerus clausus voor studenten geneeskunde en tandheelkunde werd op 7 juli 1966 door de Tweede Kamer verworpen. Vanwege de sterke stijging van het aantal medische studenten moest selectie mogelijk worden op basis van eindexamencijfers. (8.508)
  • Diende in 1966 samen met staatssecretaris Grosheide de ontwerp-Overgangswet Voortgezet Onderwijs over invoering van de Mammoetwet in. Dit voorstel werd door zijn opvolger Veringa in het Staatsblad gebracht. (8.453)
  • Stelde in 1966 een commissie-Van Walsum in die advies moest uitbrengen over de oprichting en vestigingsplaats van een achtste medische faculteit

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1966 de Wet instelling van een Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (Stb. 227) tot stand. Deze raad adviseert de regering over beleidsvraagstukken op het gehele terrein van de wetenschapsbeoefening. (8.355)
  • Bracht in 1966 een wet (Stb. 267) Bijzondere voorziening van tijdelijke aard m.b.t. de vestiging te Rotterdam van een rijksinstelling van wetenschappelijk onderwijs, omvattende de faculteit der geneeskunde tot stand. Hierdoor komt er in Rotterdam, vanwege de stijging van het aantal studenten, een zevende medische faculteit. Met de bestaande faculteiten in de economie, rechten en sociologie wordt tevens de basis gelegd voor de omvorming van de Nederlandse Economische Hogeschool naar een universiteit. (8.490)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Promoveerde bij prof. A. Anema, zijn latere fractiegenoot
  • Statige betoogtrant, doorspekt met archaïsmen, citaten en grapjes; sprak zijn lange, ingewikkelde zinnen zonder moeite uit met een kenmerkend stemgeluid met rollende 'r's en galmende domineesstem
  • Zijn broer, A.I. Diepenhorst, was hoogleraar bedrijfshuishoudkunde in Rotterdam (1962-1984). Hij overleed enkele weken vóór zijn oudere broer I.A.

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, juli 1963

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Historisch-critische bijdrage tot den leer van den christelijken staat" (dissertatie, 1943)
  • "Het probleem van de moderne oorlog"
  • "Religiedelicten" (oratie, 1945)
  • "De verhouding tusschen kerk en staat in Nederland" (1946)
  • "De oecumene" (1947)
  • "Algemeene genade en antithese" (1947)
  • "Sociale zekerheid en financiering" (1949)
  • "Kerk en communisme in Rusland" (1949)
  • "Hernieuwde bezinning: een pleidooi voor aansluiting der Gereformeerde Kerken in Nederland bij de Wereldraad van Kerken" (1950)
  • "Hoe bereiken wij de communisten met het evangelie?" (1951)
  • "De boodschap van Rusland en het Christelijk antwoord" (1951)
  • "De actuele betekenis der Reformatie" (1951)
  • "Humanisme en humanistische 'geestelijke verzorging'" (1952)
  • "Het vraagstuk van de oorlog" (1953)
  • "De lichamelijke opvoeding en de sport" (1955)
  • "Christelijke politiek" (1958)
  • "De geprangde universiteit" (1960)
  • "Vragen van reclassering" (1960)
  • "Betrekkelijk of volstrekt" (1960)
  • "Commerciële televisie in perspectief" (1961)
  • "In de schaduw der vernietiging" (1962)
  • "De emancipatie van de vrouw" (1965)
  • "Universiteit en wetenschap in beweging" (1969)
  • "De aangevochten staat" (1972)
  • "Rekenschap" (afscheidscollege, 1984)
  • "Ja heb je" (1986)

literatuur/documentatie
  • W. Slagter, "Diepenhorst, Isaäc Arend (1916-2004)", in Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (digitale versie)
  • F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970)
  • Frank Vermeulen, "Met emeritaat", NRC Handelsblad, 13 oktober 1987
  • Hans Goslinga, "Rethorisch met libertair trekje. In memoriam I.A. Diepenhorst 1916-2004", Trouw, 23 augustus 2004
  • J.M. Bik, "Marathonspreker. I.A. Diepenhorst (1916-2004)", NRC Handelsblad, 23 augustus 2004
  • W. Aantjes, "I.A. Diepenhorst (1916-2004), politicus sui generis", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005, 132
  • Ned. Patriciaat, 1962

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.