Door Wilders op sleeptouw genomen

9 april 2021, column J.Th.J. van den Berg

Binnen vierentwintig uur lukte het Geert Wilders om, in de week van het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer, haar in zijn frame te trekken en op sleeptouw te nemen.

Allereerst door openbaarmaking te eisen van alle papieren en papiertjes die behoorden bij de verkenning door Kajsa Ollongren en Annemarie Jorritsma. Dit, nadat op ongelukkige manier het papier met de tekst: 'positie Omtzigt, functie elders' zichtbaar was geworden. Zonder nadenken ging de Tweede Kamer daar in haar geheel in mee. Openbaarheid en transparantie zijn immers hoerawoorden; je kan er niet tegen zijn. De eerste verkenning is echter juist bedoeld om in volledige vertrouwelijkheid met fractieleiders te spreken over mogelijke coalities.

Vervolgens misten de verkenners de moed om te antwoorden dat er weliswaar een velletje papier met omineuze tekst openbaar was geworden, maar dat dit niet afdeed aan de strikte vertrouwelijkheid van de gesprekken; dat zij dus moesten weigeren verdere stukken vrij te geven.

Zo kwam aan het licht dat tijdelijk fractieleider Rutte met de verkenners had gesproken over Pieter Omtzigt. Op zichzelf niets bijzonders, zulke personele vragen komen altijd in zo’n eerste gesprek ter tafel, zonder dat er overigens ooit over wordt besloten.

Het doet denken aan de situatie in 1977 toen van meet af aan alles op straat lag, in het kader van de zo gewenste openbaarheid1). Toen kon Dries van Agt al aan het begin roepen dat hij ‘nog liever door een glazen deur stapte’ dan de door de PvdA gewenste portefeuilleverdeling te aanvaarden. Die verdeling kwam er niet; de PvdA bleef uiteindelijk buiten het kabinet. Zij leerde dat er dingen zijn die niet doorgaan omdat je ze in het openbaar hebt geëist. Zij leerde echter nog niet voldoende: in 1981 probeerde zij met het CDA een coalitie te vormen zonder Van Agt, hoewel die kandidaat-premier was. Van Agt werd dus premier; de PvdA (en D66) trok haar eis net op tijd schielijk in2).

De toen geleerde lessen zijn intussen blijkbaar vergeten. De openbaarmaking van stukken werkte tot grote schade van de kabinetsformatie. Maar, dat was voor Wilders nog niet voldoende. Premier Rutte had ten onrechte beweerd dat hij het met de verkenners niet over Omtzigt had gehad, maar blijkens het verslag van zijn gesprek bleek dat wel het geval te zijn geweest. Onjuiste herinnering of aperte leugen? Ieder mag daarvan denken wat hij wil, bewijs valt er niet te leveren. Te minder, omdat de verkenners geen beter geheugen toonden dan Mark Rutte.

Wilders schiep opnieuw het frame door ongeremd van een leugen uit te gaan. Vrijwel de hele Tweede Kamer liet zich opnieuw op sleeptouw nemen. Niemand die zich afvroeg of ook andere interpretaties denkbaar waren. Er kwam een motie van wantrouwen tegen de demissionaire premier en – staatsrechtelijk novum of monstrum? – een motie van afkeuring tegen de collega, fractievoorzitter van de VVD. Er moest dus maar een kabinet komen waarin wel de VVD mocht meedoen, maar niet onder leiding van zijn politieke leidsman.

Opnieuw waren wij terug in 1981, toen het CDA van zijn mogelijke coalitiepartners, PvdA en D66, zijn kandidaat-premier moest inleveren. Heel transparant; heel openbaar. Maar daarom juist vergeefs. Rutte reageerde in de dagen erna, gesteund door zijn partijgenoten, met de mededeling dat alleen de VVD beslist over zijn premierskandidaat. Dus doet de VVD mee met inbegrip van haar lijsttrekker of zij doet niet mee, opnieuw volledig transparant en openbaar. Je kan van een partij moeilijk anders verwachten.

Over de premier valt natuurlijk best te onderhandelen zoals over zoveel andere zaken en personen, maar uiteraard niet in het openbaar. Ooit, in 1946, verjoegen de KVP'er Beel en de sociaaldemocraat Drees gezamenlijk de gedoodverfde leider van de nieuwe PvdA, Schermerhorn, uit zijn functie als minister-president; in alle vertrouwelijkheid samen onderweg per auto naar koningin Wilhelmina in Het Loo3).

Beel had die eis gesteld en Drees wist dat de KVP 'incontournable'4) was, zoals de Belgen dat noemen. De KVP viel niet te ontwijken; de PvdA eventueel wel. Schermerhorn werd afgevoerd. Niet mooi van Drees, wel erg verstandig. Zo valt nu de VVD niet te ontwijken.

Het moet gek gaan, wil er nu een einde komen aan het premierschap van Mark Rutte5): een zondig mens maar geen misdadiger.


  • 1) 
    Ed. van Thijn, Dagboek van een onderhandelaar, 25 mei-11 november 1977, (Amsterdam, Van Gennep 1977).
  • 2) 
    B.H. van den Braak en J.Th.J. van den Berg, Zeventig jaar zoeken naar het compromis. Parlementaire geschiedenis van Nederland 1946-2016, (Amsterdam, Prometheus 2017), 460.
  • 3) 
    R.J.J. Stevens e.a. (red.), De formatiedagboeken van Beel 1945-1973, (Nijmegen/Den Haag, CPG/Sdu 1994), 7-9.
  • 4) 
    J.Th.J. van den Berg, 'Incontournable', column 14 april 2017.
  • 5) 
    Joop van den Berg, 'Schrammen maar geen wonden. Premier Mark Rutte en de grenzen van de individualisering', in: Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman (red.), ‘Niet stoffig, toch?’ Terugblik op het kabinet-Rutte III (Den Haag, Montesquieu Instituut 2021), 13-26.


Andere recente columns