Breuken niet honoreren

24 juli 2015, column J.Th.J. van den Berg

Het begint een ‘klassiek’ aantal te worden: het aantal Kamerleden dat zich van hun fractie afsplitst om voor zichzelf te beginnen. Sinds de verkiezingen van 2012 hebben PVV, VVD, PvdA en 50+ in totaal zeven leden verloren door personele breuken. Ook in eerdere Kamerperioden deden zich die voor en, of de duvel ermee speelt: meestal liep het totaal op tot zeven. Dat was het geval tussen 1982 en 1986 (Lubbers I), 1994 – 1998 (Kok I) en 2003 – 2006 (Balkenende II en III). Alleen in de periode van het kabinet-De Jong (1967–1971) was het nog erger: toen ontvielen in totaal elf leden aan hun respectieve fracties.

Over de vraag wat de Tweede Kamer met dit soort van breuken moet aanvangen is opnieuw in en buiten de Kamer discussie ontstaan. De Kamer begint er nu ook een beetje genoeg van te krijgen. Want een Kamer waar na alle ‘officiële’ fracties nog eens vijf tot zes groepjes afgesplitste dames en heren aan het woord willen komen, functioneert niet echt jofel. Dat komt vooral omdat zij ook in een toch al gefragmenteerde Kamer weinig of niets meer toevoegen aan het debat. Zij moeten voornamelijk ‘uitgezeten’ worden. Dat is geen genoegen, noch voor de Kamer noch voor de publieke tribune (ook niet die van NPO Politiek), noch voor het gezag van het parlement. Wat brekers aan spreektijd moeten inleveren (er geldt voor afgesplitste Kamerleden een extra spreektijdbeperking) kunnen zij terughalen aan de interruptiemicrofoon. Levert extra publiciteit op.

Traditioneel is er een respectabele weerstand tegen sanctionering van fractiesplitsingen door de Kamer. De vandaag vereiste fractiediscipline wordt door Kamerleden zelf en door de politieke journalisten om hen heen meer dan ooit als een keurslijf ervaren. Als de vrijheid van spreken blijkbaar klein is geworden, wordt de neiging breuken met sancties te bejegenen er ook niet groter op. Een typisch gevalletje van ‘kwaad geweten’. Mijn collega-columnist, Bert van den Braak, heeft dan ook terecht voor dat gebrek aan vrijheid aandacht gevraagd en geconcludeerd: ‘(M)isschien is het verhinderen van zelfstandig denken en handelen door individuele leden wel erger dan afsplitsingen’1).

Geen speld tussen te krijgen, maar het lost het probleem van deze breuken niet op. Eerder heeft het Onderzoeks- en Verificatiebureau van de Tweede Kamer enig internationaal vergelijkend onderzoek gedaan2) en daar kwam – niet verrassend - uit tevoorschijn dat de Tweede Kamer onevenredig vriendelijk is voor afgesplitste collega’s. Sterker nog, afgesplitste Kamerleden worden bij ons niet gestraft maar eerder gehonoreerd. Overal elders moet om als fractie te worden erkend en behandeld sprake zijn van ofwel een minimaal aantal leden ofwel, meestal zelfs, van voorafgaande legitimatie door de kiezer.

In Nederland wordt elke splitsing behandeld als nieuwe fractievorming – daar geldt het misverstand dat de wet dat zou voorschrijven – en dus krijgt het nieuwe clubje alle rechten van een fractie: fractievergoeding, fractieondersteuning, fractiehuisvesting, deelname aan internationale delegaties en eventueel zendtijd op tv en radio. De voorzitter krijgt er een (bescheiden) vergoeding voor het fractievoorzitterschap bij. De Kamervoorzitter dient hem advies te vragen over zaken betreffende de regeling van werkzaamheden en bij een kabinetscrisis worden ook brekers geraadpleegd. Zo bezien is het juist lucratief een breuk met de eigen fractie te forceren.

Oud-griffier mr. W.H. de Beaufort heeft bij zijn afscheid in 2006 al bepleit aan dit soort voorrechten een einde te maken 3). Kamerleden die een breuk met hun fractie forceren behoren hun individuele rechten als Kamerlid te behouden, want die hadden ze als lid toch al. Dat geldt voor hun inkomen (‘schadeloosstelling’), hun onkostenvergoeding en hun individuele ondersteuning. Daar moest het maar bij blijven.

Voorts dient het verplichte advies aan de voorzitter en/of informateur te vervallen. Persoonlijk zou ik er het weren aan de interruptiemicrofoon aan toevoegen. Officieel mag interrumperen niet, maar de voorzitter kan het niettemin toestaan. Daarin heeft hij of zij een zekere vrijheid voor het goede verloop van de vergadering. Dit zou ermee zijn gediend als slechts leden van (echte) fracties aan de interruptiemicrofoon zouden worden toegelaten.

Het is in ons land nog gekker: breuken worden gehonoreerd maar fusies van fracties niet. Die worden materieel afgestraft. Terwijl je met dat laatste in dit versnipperde land toch dolblij zou moeten zijn.


  • 1) 
    Bert van den Braak, Keuzevrijheid, column Parlement en Politiek, 10 april 2015.
  • 2) 
    Onderzoeks- en Verificatiebureau Tweede Kamer, Memo internationale vergelijking van de afsplitsing van fracties en het vormen van groepen, 2006.
  • 3) 
    Samenvatting van De Beauforts afscheidsrede in het memo, genoemd in noot 2.


Andere recente columns