Inlichtingen over vredesmissies

Op grond van artikel 100 van de Grondwet moet de regering de Tweede Kamer vooraf inlichten over deelname aan militaire operaties ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde (vredesmissies). Het gaat daarbij zowel om humanitaire hulpverlening en inzet van de krijgsmacht bij een gewapend conflict.

Alleen als er dwingende redenen zijn, mag hiervan worden afgeweken. De regering moet de inlichtingen dan alsnog zo spoedig mogelijk verstrekken.

Artikel 100 is in de Grondwet gekomen na een in 2000 door beide Kamers aanvaard wetsvoorstel over wijziging van de grondwettelijke bepalingen over de verdediging. Bij die herziening werd tevens onder meer opschorting van de dienstplicht mogelijk gemaakt.

Om opneming van artikel 100 was door de Tweede Kamer gevraagd in een motie-Van Middelkoop, die op 21 december 1994 met algemene stemmen was aanvaard. De motie vroeg om een instemmingsrecht, maar dat kwam er slechts indirect.

Het kabinet-Balkenende II bracht in april 2004 een notitie uit over de politieke besluitvorming in geval van toepassing van artikel-100. (kamerstuk 29.521, nr. 1). Bij een voornemen tot deelname (of voortgezette deelname) stuurt het kabinet een zogenoemde artikel-100-brief aan de Tweede Kamer. Die kan dan worden besproken en eventueel kan via (een) motie(s) instemming of afkeuring worden uitgesproken.


Meer over