J.W. Bergansius

foto J.W. Bergansius
bron: Het Leven/Spaarnestad/HGvN

Katholieke officier die tweemaal minister van Oorlog (in de kabinetten-Mackay en -Kuyper) was. Doorliep diverse functies bij de artillerie, onder meer als commandant van de Stelling van Amsterdam en van de vestingartillerie. Zag in 1891 zijn poging mislukken om de plaatsvervanging bij de militie af te schaffen, vooral door verzet van zijn geloofsgenoten. Krachtig, ijverig en deskundige bewindsman. Stond in hoog aanzien bij koningin Wilhelmina, die hem op persoonlijk gezag de titel minister van staat verleende uit waardering voor zijn optreden bij de Spoorwegstaking van 1903. Besloot zijn loopbaan als lid van de Raad van State.

Rooms-Katholieken
in de periode 1888-1908: minister, lid Raad van State

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Johannes Willem

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Delft, 14 augustus 1836

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 22 juli 1913

3.

Partij/stroming

stroming(en)
R.K. (Rooms-Katholieken)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (6/20)

  • minister van Oorlog, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
  • minister van Oorlog, van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
  • tijdelijk minister van Koloniën, van 15 februari 1902 tot 30 april 1902 (vanwege ziekte van minister Van Asch van Wijck)
  • minister van Koloniën ad interim, van 10 september 1902 tot 25 september 1902 (na het overlijden van minister Van Asch van Wijck)
  • minister van Marine ad interim, van 12 december 1902 tot 16 maart 1903 (na het overlijden van minister Kruys)
  • lid Raad van State, van 1 september 1905 tot 1 juli 1908 (benoemd bij K.B. van 28 augustus 1905; eervol ontslag op verzoek bij K.B. van 20 juni 1908)

ambtstitel
  • minister van staat, van 20 maart 1903 tot 22 juli 1913

officiersrangen (2/8)
  • generaal-majoor der artillerie, van 1 mei 1890 tot februari 1896
  • luitenant-generaal der artillerie, van februari 1896 tot 1 augustus 1901

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/7)

  • adjudant in buitengewone dienst koningin Wilhelmina, vanaf 31 augustus 1898
  • voorzitter Vereeniging ter Beoefening der Krijgswetenschap, van 1899 tot 1901

afgeleide functies, presidia etc.
  • ondervoorzitter van de ministerraad (kabinet-Kuyper), van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
  • lid afdeling Oorlog (Raad van State)

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/3)
  • Diende in 1890 samen met de ministers De Savornin Lohman en Dyserinck een ontwerp-Wet tot regeling van de krijgsdienst in. In het wetsvoorstel was de persoonlijke dienstplicht als uitgangspunt genomen. Het voorstel behelsde verder de instelling van een legermacht van 116.000 man, met daarnaast een Landweer, en een jaarlijks contigent van 15.000 dienstplichtigen. Het wetsvoorstel werd - na schorsing van de behandeling in de Tweede Kamer - in 1891 door zijn opvolger ingetrokken.
  • Was tijdens het kabinet-Kuyper verantwoordelijk voor de invoering van snelvuurgeschut bij het leger en voor de invoering van de in 1901 tot stand gekomen Militiewet

als bewindspersoon (wetgeving) (2/3)
  • Bracht in 1902 de Pensioen- en bevorderingswetten voor militairen tot stand
  • Bracht in 1903 een nieuw Wetboek voor Militair Strafrecht en de Wet op de krijgstucht tot stand. Door deze wetten worden vele verouderde bepalingen (uit de Criminele Wetboeken voor het Krijgsvolk te Water en te Lande) vervangen en wordt de rechtstoestand van de militairen (met name van niet-officieren) verbeterd. Er is voortaan één regeling voor het militair strafrecht voor land- en zeemacht. De doodstraf blijft gehandhaafd. Als de rechter meent dat veiligheidsgronden daarom vragen, kunnen misdrijven waarop levenslang staat worden omgezet in de doodstraf. Het Wetboek kent naast hoofdstraffen en militaire detentie tevens bijkomende straffen, zoals ontslag uit militaire dienst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen misdrijven tegen de veiligheid van de staat, tegen de ondergeschiktheid en op schending van verschillende dienstplichten. Krijgstuchtelijke straffen zijn onder meer verlaging in rang, plaatsing in een tuchtklasse en een verbod om buiten dienst wapenen te dragen. De Wet op de krijgstucht kent een regeling voor beroep. Het Wetboek van Militair Strafrecht trad pas 1 januari 1923 inwerking.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

8.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Hij was in tegenstelling tot de meeste van zijn geloofsgenoten voorstander van persoonlijke dienstplicht

uit de privésfeer (3/4)
  • In 1866 ontving hij een tevredenheidsbetuiging van de minister voor een opstel over schietkatoen
  • Nam in juni 1908 vanwege zijn gezondheid ontslag als staatsraad
  • De laatste zes jaar van zijn leven bracht hij teruggetrokken door, grotendeels verlamd en sprakeloos door beroerte. Koningin Wilhelmina vergat hem niet en liet zich regelmatig, soms met Juliaantje, langs zijn huis rijden om hem wuivend een koninklijke groet te brengen, hetgeen een uitzonderlijke conciliatie moet zijn geweest voor de geteisterde staatsman.

verkiezingen
  • Werd in 1897 bij de Tweede Kamerverkiezingen in het district Utrecht II na herstemming verslagen door J.N. Bastert (cons.-lib.). Derde kandidaat was oud-minister A.L.W. Seyffardt (lib.).
  • Versloeg in 1901 in het district Elst P. Rink (ul)

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Tweede Kamer, juli 1901 (niet aangenomen in verband met zijn benoeming tot minister)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.