Dr. M. (Max) van der Stoel

foto Dr. M. (Max) van der Stoelvergrootglas

Vooraanstaande, bedachtzame PvdA-politicus met een grote internationale staat van dienst op het gebied van mensenrechten. Was international secretaris van de PvdA en daarna Eerste en Tweede Kamerlid. Staatssecretaris onder Luns in het kabinet-Cals . Keerde in 1967 terug in de Tweede Kamer en protesteerde toen krachtig tegen mensenrechtenschendingen door het Griekse kolonelsregime. Minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl die zich inzette voor ontspanning tussen Oost en West. Nadien als Kamerlid veel gematigder dan zijn fractiegenoten. Na een kort ministerschap in het kabinet-Van Agt II ambassadeur bij de VN, staatsraad en Hoge Commissaris voor de mensenrechten. Genoot lange tijd in het buitenland, vooral in Griekenland en Tsjecho-Slowakije, meer waardering dan bij zijn partijgenoten in eigen land. Speelde een bemiddelende rol in de kwestie-Zorreguieta.

PvdA
in de periode 1960-1993: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, staatssecretaris, minister, lid Europees Parlement (vóór 1979), lid Raad van State, minister van staat

Voornaam (roepnaam)

Max (Max)

Personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
  • Mr. M. van der Stoel, van 1947 tot 26 maart 1994
  • Dr. M. van der Stoel, vanaf 26 maart 1994 (nadat aan hem door de Rijksuniversiteit Utrecht een eredoctoraat was verleend)

geboorteplaats en -datum
Voorschoten, 3 augustus 1924

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 23 april 2011

levensbeschouwing
geen godsdienst

Partij/stroming

partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid)

Hoofdfuncties/beroepen

  • stafmedewerker WBS (Wiardi Beckman Stichting) te Amsterdam, van 16 februari 1953 tot 1 juli 1958
  • belast met de leiding van het Koos Vorrink Instituut, van 11 februari 1957 tot 22 juli 1965 (dit in 1955 ingestelde PvdA-instituut hield zich bezig met bestudering van internationale problemen)
  • internationaal secretaris PvdA, van 1 juli 1958 tot 22 juli 1965 (vanaf maart 1965 bezoldigd)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 27 september 1960 tot 5 juni 1963
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 juni 1963 tot 22 juli 1965
  • staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (belast met aangelegenheden betreffende de VN en VN-organisaties en buiten-europese aangelegenheden), van 22 juli 1965 tot 22 november 1966
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 11 mei 1973
  • lid Europees Parlement, van 22 september 1971 tot 11 mei 1973 (aangewezen door de Staten-Generaal)
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 11 september 1981
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 11 september 1981 tot 29 mei 1982
  • ambteloos, van 29 mei 1982 tot 1 juli 1983
  • permanent vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties te New York, van 1 juli 1983 tot 1 augustus 1986 (benoemd 21 januari 1983)
  • lid Raad van State, van 1 augustus 1986 tot 1 januari 1993 (benoemd bij K.B. van 27 maart 1986)
  • Hoge Commissaris inzake de Nationale minderheden van de CVSE (Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa), van 1 januari 1993 tot 1 juli 2001
  • bijzonder hoogleraar rechten etnische minderheden, Rijksuniversiteit Leiden (Cleveringa-leerstoel), van april 1999 tot april 2000
  • deeltijd-hoogleraar internationaal en Europees recht, Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van 1 januari 2001 tot 1 januari 2003

ambtstitel
  • minister van staat, van 17 mei 1991 tot 23 april 2011

Activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder buitenlandse zaken (Oost-verhoudingen, vrede en veiligheid, mensenrechten, Europese integratie) van de PvdA in Eerste en Tweede Kamer
  • Interpelleerde op 27 maart 1980 staatssecretaris Van der Mei over de besluiten van de Algemene Raad van de EEG over het vreedzame gebruik van kernenergie

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1970 met Dankert, Schuitemaker en Goedhart tot de minderheid van zijn fractie die tegen een (verworpen) motie-Van der Spek stemde over terugtrekking van Amerikaanse en Zuid-Vietnamese troepen uit Cambodja en stopzetting van de bombardementen op Noord-Vietnam
  • Stemde in 1978 als enige van zijn fractie tegen een (verworpen) motie-Van der Spek over het afzien van de voorgenomen 3% reële groei van het defensiebudget
  • Stemde in 1979 als enige van zijn fractie tegen een (verworpen) motie-Stemerdink over uitstel van de beslissing over modernisering van kernwapens totdat de regering van de VS een besluit had genomen over SALT II

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Zette zich als staatssecretaris in voor totstandkoming van een verdrag tegen de verspreiding van kernwapens
  • Verdedigde in 1966 in de Tweede Kamer het besluit om in Nederland het militair hoofdkwartier van de Amerikaanse NAVO-troepen in Europa te huisvesten
  • Gaf in 1973 de Nederlandse ambassadeur in Santiago de opdracht zo ruim mogelijk steun te geven aan personen die na de militaire staatsgreep in Chili in dat land in problemen waren gekomen en stond een ruimhartige toelating van Chileense vluchtelingen voor
  • Bracht in april 1974 een bezoek aan Moskou over besprekingen met premier Gromyko
  • Zette zich in 1974 na de Arabische olieboycot in voor verbetering van de relaties met Arabische landen. Deed dit onder meer op de grondstoffenconferentie van de Verenigde Naties in New York.
  • Zegde in 1974 na de Anjer-revolutie steun toe aan de nieuwe regering in Portugal. Bracht een bezoek aan Lissabon en ontving de Portugese minister van Buitenlandse Zaken Mario Soares.
  • Bracht in januari 1975 een bezoek aan de Volksrepubliek China en aan Japan
  • Nam in 1975 met Zweden het initiatief om binnen de Verenigde Naties tot een verklaring tegen foltering te komen
  • Zag in 1975 af van een bezoek aan Saoedi-Arabië, omdat aan de joodse journalist Jaap van Wesel een visum was geweigerd
  • Trachtte te komen tot een verdere ontspanning en ontwapening in de wereld en vervulde daarbij een voortrekkersrol binnen de NAVO
  • Tijdens zijn ministerschap vond (in 1975) de ondertekening van de slotakte van Helsinki over Veiligheid en Samenwerking in Europa plaats. Met succes maakte hij zich sterk voor opneming van de erkenning van burger- en mensenrechten.
  • Bracht in 1975 samen met staatssecretaris Kooijmans de Nota Ontwapening en Veiligheid uit. De nota spreekt zich uit voor wapenbeheersing en wapenbeperking. Met name het aantal offensieve kernwapens moet worden verminderd en er moeten kernwapenvrijezones komen. Gebruik, productie en voorraadvorming van chemische wapens moet worden verboden en conventionele wapens die buitensporig veel leed veroorzaken, moeten aan banden worden gelegd. Een verklaring van de NAVO om nooit als eerste kernwapens te gebruiken, wordt afgewezen. (13.461 )
  • Bracht in 1976 samen met staatssecretaris Brinkhorst de Nota betreffende de Internationale Culturele Betrekkingen uit. In de nota wordt alleen ingegaan op bilaterale culturele betrekkingen. Het overheidsbeleid ter zake blijft aanvullend op particulier initiatief. Gestreefd wordt naar vermaatschappelijking van internationale culturele contacten, waarbij zoveel mogelijk groepen uit de bevolking betrokken moeten worden. Uitwisselingen in onderwijs en wetenschappen worden gestimuleerd. Het internationale cultuurbeleid zal meer worden ingepast in het algemene buitenlandse beleid, waarbij bepaalde regio's of landen extra aandacht kunnen krijgen. (14.206 )
  • Bracht in 1976 samen met minister Lubbers een beleidsbrief uit over het Ultracentrifuge-project (Urenco). Deelname van Nederland aan uitbreiding van het gezamenlijke project van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk tot 2000 ton jaarcapaciteit wordt verantwoord geacht. Wel zal met de partners worden overlegd over commercieel-economische en organisatorische uitgangspunten en over waarborgen omtrent de levering van nucleair materiaal. Het besluit loopt niet vooruit op een beslissing over eventuele nieuwe kerncentrales. (14.261 )
  • Zette zich als minister in voor het verbeteren van de mensenrechtensituatie. Tijdens een bezoek aan Tsjecho-Slowakije in februari/maart 1977 ontmoette hij - tot ontstemming van de Tsjecho-Slowaakse regering - de leiding van de oppositiebeweging "Charta 77".
  • Verdedigde in 1977 samen met staatssecretaris Kooijmans met succes het wetsvoorstel-Sanctiewet in de Tweede Kamer. De wet werd in 1980 door de ministers Van der Klaauw en De Ruiter en staatssecretaris Beyen in het Staatsblad gebracht. (14.006 )
  • Droeg in de periode 1981-1982 het Nederlandse beleid uit, dat er op was gericht plaatsing van kruisraketten in West-Europa te voorkomen door concessies van de Sovjet-Unie. Verzette zich echter tegen eenzijdige Nederlandse stappen. Werd hierover bekritiseerd door de PvdA-partijraad.
  • Was in 1981 samen met minister Van Mierlo verantwoordelijk voor het besluit een Nederlands detachement te leveren voor een VN-vredesmacht in de Sinaï ter uitvoering van het Egyptisch-Israëlisch vredesverdrag (17.197 )
  • Maakte zich in 1982 sterk voor onderzoek naar de geweldadige dood op 17 maart dat jaar van vier Nederlandse journalisten in El Salvador. De betrokkenheid van reguliere Salvadoraanse troepen en daarmee van het regime werd vastgesteld. De steun van de VS aan dat regime zorgde voor spanningen in de betrekkingen met dat land.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1977 samen met staatssecretaris Brinkhorst de wet (Stb. 407) goedkeuring van de op 20 september 1976 te Brussel tot stand gekomen Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement tot stand. Vanaf 1979 worden de leden van het Europees Parlement niet meer door de nationale parlementen aangewezen, maar iedere vijf jaar rechtstreeks gekozen. (14.383 )
  • Bracht in 1982 de wet Goedkeuring Verdrag inzake de toetreding van Spanje tot de NAVO tot stand. Was als minister in 1981 betrokken geweest bij de onderhandelingen over deze toetreding.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • C. Joh. Kievit, schrijver van de kinderboeken over Dik Trom, was zijn oudoom
  • Zijn schoonvader, mr. P.J. de Kanter, was directeur juridische zaken bij de Raad van Europa te Straatsburg
  • Zijn ouders scheidden in 1937
  • Zijn vader was huisarts te Voorschoten

Publicaties/bronnen

publicaties
  • "Hulp aan ontwikkelingslanden" (rapport voor het Koos Vorrinkinstituut, 1963)
  • "Politiek en vrede" (rapport PvdA-commissie)

literatuur/documentatie
  • F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970)
  • Haagsche Courant, 8 juni 1974
  • De Tijd, 28 januari 1977
  • M. Kuitenbrouwer, "Een realistische idealist", in: D. Hellema e.a. (red.), "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw" (1999)
  • Anet Bleich, "'Gentleman' Van der Stoel streed geduldig, maar vastberaden voor vrijheid", De Volkskrant, 24 april 2011
  • Karen Zandbergen, "Voorvechter van mensenrechten. In memoriam Max van der Stoel 1924-2011", Trouw, 26 april 2011
  • Matthijs Smits, "Stille diplomaat was dé man voor complexe missies. Max van der Stoel 1924-2011", Het Financieele Dagblad, 26 april 2011
  • Herman Amelink, "Geboren als minister, getogen als bemiddelaar. Max van der Stoel (1924-2011)", NRC Handelsblad, 26 april 2011
  • Frans Timmermans, "Altijd hoffelijk en diplomatiek, maar keihard", NRC Handelsblad, 26 april 2011
  • P.H. Kooijmans, "Publiek welzijn als politiek misse. Max van der Stoel (1924-2011)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2011, 151
  • A. Bleich, "De stille diplomaat. Max van der Stoel 1924-2011" (2018)

Uitgebreide versie

uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.