Voorman en predikant van de Christelijk-gereformeerden (afgescheidenen) die korte tijd Tweede Kamerlid was voor de ARP. Was tevens secretaris van het Centraal Comité van de ARP. Had via zijn huwelijk een familierelatie met ds. De Cock, de grote man van de afscheiding van 1834. Vanaf 1875 lange tijd hoogleraar aan de Theologische Hogeschool in Kampen.