De VVD en de 'wet van Murphy'

26 januari 2024, column J.Th.J. van den Berg

Toen de groep rond P.J. Oud en de Partij van de Vrijheid in 1948 fuseerden, gaf Oud de nieuwe partij de naam mee van Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Met die volkspartij – bestemd voor alle geledingen van het volk – wilde het maar niet lukken. De VVD was en bleef tot in de jaren zeventig een vrijzinnig-protestantse elitepartij, sterk in plaatsen als Wassenaar, Bloemendaal en Blaricum, maar elders een kleine minderheid.

Totdat Hans Wiegel er in de jaren zeventig alsnog een volkspartij van wist te maken, daarbij ongetwijfeld geholpen door secularisatie en individualisering. Maar, de prijs ervan was het ontstaan van vleugels in de partij, waarbij de ene bleef staan voor een zekere ‘deftigheid’ en de andere voor een meer populistische stijl. Dat kon voor interne wrijving zorgen, maar Wiegel slaagde erin de eenheid te bewaren, evenals later Frits Bolkestein en in de loop van deze eeuw lukte het Mark Rutte.

Ruttes beloning bleef niet uit: hij werd de eerste liberale premier sedert 1918 en bleef dat langer dan wie dan ook. Met uitzondering van de periode tussen 2007 en 2010 nam de VVD bijna dertig jaar deel aan de regering. De prijs daarvan was – zoals ik eerder betoogde1) – slijtage: de premier verloor aan gezag en betekenis, ook in eigen politieke kring en de partij zelf werd humeurig. Dat inspireerde mij tot de opmerking dat een tijd in de luwte van de oppositie goed zou kunnen zijn voor reflectie en herstel van veerkracht. Maar, de kans daarop was erg klein, gegeven de tendens onder de kiezers naar rechts. De VVD kwam van lieverlede terecht onder het regime van ‘Murphy’s Law’: “If things can go wrong they will go wrong”.

Het begon al met de interne oppositie tegen het stikstofbeleid van minister Christianne van der Wal tijdens een ledenraad in 2022. Nog meer oppositie kwam er tegen de voorgenomen ‘spreidingswet’, die moest leiden tot betere spreiding van asielzoekers over Nederlandse gemeenten, in het uiterste geval door toepassing van dwang. Het kabinet stond daarachter, inclusief de ministers van de VVD, en staatssecretaris Eric van der Burg werkte er keihard aan om alle betrokken partijen in politiek en samenleving van het belang ervan te overtuigen. Dat lukte hem bij vrijwel alle betrokkenen, behalve in eigen huis. Pijnlijk was ook dat veel VVD-burgemeesters, bij uitstek verantwoordelijk voor het asielbeleid in hun gemeente, sterk voor de spreidingswet bleken, maar een aantal VVD-wethouders nu juist tegen.

Er viel bijna niet te ontkomen aan het vermoeden dat de partijtop van de VVD een koers volgde van welbewuste Verelendung, zoals het heet in marxistisch jargon: welbewust de zaak in vooral Ter Apel uit de hand laten lopen en spreiding van asielzoekerscentra tegenhouden, zodat het maatschappelijk ongenoegen zou oplopen en rechts in de politiek zou bevoordelen. Dat gebeurde ook, maar anders dan de VVD zich zal hebben voorgesteld. Premier Rutte blies het kabinet op en forceerde verkiezingen, maar niet de VVD profiteerde daarvan maar, integendeel, Geert Wilders’ PVV.

De in paniek geraakte nieuwe leidsvrouw, Dilan Yeşilgöz, die tegenover de PVV sowieso een zigzagkoers volgde – wel samenwerken, niet samenwerken - kwam ineens met het voorstel dat de Eerste Kamer zou afzien van behandeling van de spreidingswet, die in de Tweede Kamer was aangenomen. Daar had die Eerste Kamer geen oren naar, die bepaalde zelf wat zij wel en niet wenste te behandelen. Het werd nog erger voor Yeşilgöz: haar eigen partijgenoten in de Eerste Kamer lieten weten vóór de spreidingswet te zullen stemmen. Vervolgens kwamen de fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Edith Schippers, en haar collega in de Tweede Kamer, Dilan Yeşilgöz met brieven aan het partijkader om uit te leggen waarom zij hadden gehandeld zoals zij dat hadden gedaan. Met het vertrek van Mark Rutte was ook het leiderschap in de VVD verdwenen.

Tot overmaat van ramp was er het besluit van de liberalen in het Europese Parlement dat de Nederlandse VVD-er Malik Azmani beter geen fractievoorzitter kon worden, omdat zijn nationale partijvrienden pacteerden met ’extreem rechts’.

Oud draait zich allicht in zijn graf om: hij kan onmogelijk de Verelendung van de VVD bedoeld hebben met zijn verlangen naar een ‘volkspartij’.




Andere recente columns