Bloemendaal en Den Helder

2 oktober 2015, column J.Th.J. van den Berg

Er zijn van die gemeenten die alle trekken hebben van onbestuurbaarheid, of waar voor langere tijd de politieke cultuur zo bedorven is geraakt, dat hun besturen niet of nauwelijks naar behoren functioneren. Gelukkig zijn het er maar heel weinig en misschien vallen ze daardoor des te meer op.

Jarenlang heeft de gemeente Delfzijl de bittere faam genoten een democratische warboel te wezen; daar is nu een periode van betrekkelijke rust ingetreden. Het zal ook iets te maken hebben met het feit dat het Groningse stadje na jaren van achteruitgang weer enig economisch perspectief ziet. In zijn periode als minister van Binnenlandse Zaken (2002–2007) heeft Johan Remkes (VVD) serieus overwogen om de gemeentelijke democratie met behulp van een bijzondere wet tijdelijk op te schorten en een ‘regeringscommissaris’ te benoemen om de gemeente tijdelijk te besturen.

De Grondwet biedt daartoe de mogelijkheid krachtens art. 132, lid 5. Er moet wel heel wat voor gebeuren: er moet sprake zijn van grove taakverwaarlozing, daaruit blijkend dat wettelijke voorschriften niet worden nageleefd of eigen autonome taken nauwelijks worden uitgeoefend. Voorts kan de lokale democratie alleen maar worden opgeschort, doordat de Staten-Generaal een voorstel van wet aanvaarden waarbij tot zulke opschorting wordt besloten. Daaraan is zoals altijd het advies voorafgegaan van de Afdeling advisering van de Raad van State. Geen kleinigheid kortom, en zo hoort het natuurlijk ook.

Een ander middel – helemaal een ultimum remedium – is de opheffing van een gemeente en de toevoeging van zijn territoir aan een (grotere) buurgemeente. Dat is wel heel definitief en dus is daar a fortiori een formele wet voor nodig en bovendien een hele procedure ter voorbereiding ervan, uitgevoerd door het bestuur van de provincie waarin de betrokken gemeente is gelegen. In het geval van Delfzijl dacht ook het provinciaal bestuur van Groningen aan ingrijpen, zij het niet via herindeling. Het koos voor een meer informele aanpak.

Wettelijke ingrepen als de genoemde hebben dus niet plaatsgehad. Het zijn dan ook onmiskenbaar paardenmiddelen. Ministers en ambtenaren vergaat al gauw de lust om de zaken echt zo aan te pakken, ook als dat nodig en heilzaam zou zijn. Het middel van de regeringscommissaris is sedert 1945 zelfs maar één keer gebruikt. In 1951 werd de in meerderheid communistische gemeenteraad van het Groningse Finsterwolde voor twee jaar uitgeschakeld. Niet eens wegens taakverwaarlozing, maar omdat de raad met enige ijver sociale maatregelen weigerde uit te voeren, zoals die vanuit Den Haag waren opgedragen. Anticommunisme was daarbij een sterker drijfveer dan respect voor een naar behoren functionerende lokale democratie.

Vervelend aan deze lijdelijkheid van regering en parlement is dat gemeenteraden en hun bestuurders gaan denken dat zij zich alles kunnen veroorloven, omdat er toch nooit zal worden opgetreden. Er zijn mede daardoor nu minstens twee gemeenten waar de democratie zo uit de hand is gelopen, dat het gemeentebestuur niet meer naar behoren functioneert: Bloemendaal en Den Helder. In Bloemendaal gaat het om een betrekkelijk recente kwaal, die aan een reeks burgemeesters en wethouders het politieke leven heeft gekost. In Den Helder gaat het om een chronische ziekte die de gemeente nu al decennia lang teistert. Pijnlijk is dat in beide gevallen de VVD in de gemeente een dominante rol speelt (in Delfzijl was dat de PvdA); ironie van het geval is dat in beide gevallen oud-minister Johan Remkes voor een moeilijke opdracht staat, nu als Commissaris van de Koning in Noord-Holland.

Misschien is nu toch het ogenblik gekomen waarop, gesteund vanuit de provincie, de wetgever de moed toont om gemeenten te laten zien dat niet alles in dit land is geoorloofd onder het mom van lokale democratie, en dat een gemeentebestuur dat niet in staat of bereid is sociale vrede te bewaren in en buiten het gemeentehuis zijn taak daardoor alleen al grovelijk verwaarloost. In het geval van Bloemendaal zou zelfs moeten worden overwogen de gemeente op te heffen – met haar 22000 inwoners verdeeld over vijf dorpen is zij sowieso te klein geworden – en toe te voegen aan Haarlem.

De gemeentelijke democratie moet worden gekoesterd en er kan niet lichtvaardig mee worden omgegaan. Dat kan echter niet betekenen dat ook automutilatie langdurig wordt toegestaan.



Andere recente columns