Onbegrepen en miskende idealist

25 april 2014, column Bert van den Braak

Willem Schermerhorn was een internationaal vermaard cartograaf, had een leidende positie onder de politieke gijzelaars in Sint Michielsgestel, was inspirator en medeoprichter van de PvdA, nam in 1945 met Drees de verantwoordelijkheid om het zwaar geteisterde land leiding te geven bij de wederopbouw, en trachtte door onderhandelingen de kwestie-Indonesië op te lossen. En toch wordt hij nauwelijks geëerd. Zelfs in Delft, waarmee hij als hoogleraar en initiator van internationaal centrum voor luchtkartering lang was verbonden, is geen straat naar hem vernoemd.

Het beeld dat over Willem Schermerhorn bestaat, is lange tijd bepaald door diens rol in de kwestie-Indonesië. Hij had een belangrijk aandeel in totstandkoming van het Akkoord van Linggadjati in 1946 en werd door politieke tegenstanders afgeschilderd als een te toegeeflijk politicus, die de Nederlandse belangen had verkwanseld. Dat hij daarna wel de eerste politionele actie (de Nederlandse militaire operatie tegen de Republik Indonesia) verdedigde, werd hem door een deel van zijn partijgenoten weer niet in dank afgenomen. Zelf had hij, vanwege de enorme problemen waarmee zijn kabinet werd geconfronteerd, bij de formatie in juni 1945 al tegen de koningin gezegd dat het voelde alsof hij 'in de put' sprong.

De historicus Herman Langeveld, die eerder een gedegen biografie over Hendrik Colijn schreef, gebruikte het beeld 'de man die in de put sprong' als titel voor een biografie over Schermerhorn. Die biografie geeft een afgewogen relaas van het leven van de Noord-Hollandse boerenzoon Schermerhorn, die als wetenschapper min of meer bij toeval in de politiek terecht kwam.

Voor de oorlog was Schermerhorn wel aangesloten bij politieke partijen (eerst bij de Vrijheidsbond, later bij de VDB), maar een rol speelde hij daarin niet. Hij kreeg pas bekendheid als voorzitter van de beweging 'Eenheid door democratie', die zich keerde tegen antiparlementaire tendenties, met name door de opkomst van het nationaal-socialisme. In de bezetting raakte hij spoedig betrokken bij het illegale politieke overleg en in mei 1942 werd hij gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Daar kreeg hij, vooral op grond van alom gewaardeerde karaktereigenschappen, een leidende positie onder de gijzelaars. Als vrijzinnig-protestant (hij was remonstrants) wist hij in toespraken in het kamp zowel gelovigen als niet-gelovigen te inspireren en bemoedigen. Bovendien bleek hij uitstekend in staat om overleg over het naoorlogse politieke bestel (en de vernieuwing daarvan) te leiden en vorm te geven. Die 'geest van Sint-Michielsgestel' vertaalde zich na de bevrijding in de komst van de Nederlandse Volksbeweging.

Langeveld geeft een goed beeld van de verwikkelingen rond die organisatie, die uitmondde in enerzijds vorming van de Partij van de Arbeid en anderzijds een mislukte doorbraak (de doorbreking van het op zuilen gebaseerde politieke bestel). Schermerhorn was daarbij nauw betrokken, hoewel hij inmiddels ook premier was. Met Willem Drees formeerde hij in 1945 kabinet: hij als exponent van vernieuwing en Drees meer als vertegenwoordiger van de 'oude' partijen. Dat van die vernieuwing minder terecht kwam dan velen (met name koningin Wilhelmina) hadden gehoopt en gedacht, kon hem moeilijk worden verweten. Je zou het wel als een vorm van politieke naïviteit kunnen zien.

De idealistische geestesgesteldheid van velen in en na de bezetting stuitte op de harde realiteit van historisch gegroeide structuren en instituties. Schermerhorn was niet de enige die daarin teleurgesteld zou raken, maar dat hij als buitenstaander (hij had als premier geen enkele 'Haagse' ervaring) de politieke realiteit onderschatte, is zeker waar. Die handicap bleek op meer gebieden, bijvoorbeeld in zijn voorlichtingsbeleid, dat door tegenstanders spoedig werd afgeschilderd als propaganda. En het bleek nog sterker bij zijn rol in de kwestie-Indonesië. Hij was geregeld een 'onbegrepen staatsman', maar zijn eigen wisselingen van standpunt droeg daar zeker aan bij.

Langeveld besteedt terecht aandacht aan andere psychologische factoren voor het handelen van Schermerhorn. Enerzijds is er het beeld van een milde, empatische, en soms twijfelende wetenschapper, maar anderzijds waren er uitingen waarin hij zich als harde en daardoor zelfs onberekenbare politicus liet zien. Dat heeft zeker bijgedragen aan zijn kortstondige verblijf in het centrum van de politiek. Hij was vanaf 1948 nog wel vijftien jaar Tweede en Eerste Kamerlid (Langeveld is daar wel erg summier over), maar de wetenschap kreeg spoedig weer de overhand.

De biografie van Schermerhorn laat zien dat geschiedschrijving uiteraard tot oordelen mag leiden, maar vooral ook tot het verklaren van gebeurtenissen en van de rol die personen daarin speelden. Dan kom je al snel tot een veel milder oordeel dan - zeker in de jaren direct na het einde van de kwestie-Indonesië - werd geveld. Zeker in Delft zou erkenning van de verdiensten van Schermerhorn op zijn plaats zijn.


Andere recente columns