Oranje kaart

Binnenhof - Den Haag

De nationale parlementen van de EU-lidstaten kunnen bij nieuwe voorstellen voor Europese wetgeving aangeven dat het onderwerp niet op Europees niveau thuishoort, maar op landelijk, provinciaal of gemeentelijk niveau. Elk land heeft daarbij twee stemmen. In landen met twee kamers, zoals Nederland, heeft elke kamer één stem. Bij 27 lidstaten zijn er dus 54 stemmen te verdelen.

Als meer dan de helft van die stemmen (28) tegen een voorstel is, spreken we van de 'oranje kaart'. Die geldt alleen bij voorstellen die het Europees Parlement en de Raad van Ministers samen behandelen. De Europese Commissie moet het voorstel dan opnieuw bekijken en kan het intrekken, aanpassen of handhaven. Kiest zij voor handhaven, dan moet zij in een gemotiveerd advies uitleggen waarom het onderwerp wel Europees geregeld moet worden.

Daarna beslissen het Europees Parlement en de Raad. Als een gewone meerderheid in het Europees Parlement óf 55 procent van de leden van de Raad vindt dat het voorstel toch niet Europees thuishoort, gaat het van tafel. Eén van de twee is dus genoeg.

Maakt een derde van de stemmen bezwaar, dan is er sprake van een gele kaart. De oranje kaart is sinds de invoering in 2009 nog nooit getrokken.