Natuurlijk kies je een parlement

29 mei 2009, column Bert van den Braak

Dertig jaar geleden mochten de kiesgerechtigde burgers van de toenmalige negen lidstaten voor het eerst rechtstreeks het Europees Parlement kiezen. Om dat mogelijk te maken, was jarenlange parlementaire aandrang nodig geweest. Vooral Nederlandse parlementsleden maakten zich sterk voor rechtstreekse verkiezing en het was tenslotte Schelto Patijn die als rapporteur voor een definitieve regeling zorgde.

In het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal uit 1951 werd al de wens vastgelegd om op termijn over te gaan tot rechtstreekse verkiezing van het parlement van dat orgaan. In het Verdrag tot oprichting van de EEG was eveneens als bepaling opgenomen dat er een volgens een in alle lidstaten gelijke procedure rechtstreeks gekozen parlement moest komen. De leden van het Europees Parlement werden, zolang er geen regeling voor rechtstreekse verkiezing was, aangewezen door en uit de nationale parlementen.

In 1960 nam het Europees Parlement een resolutie aan over rechtstreekse verkiezing op basis van een door een parlementaire werkgroep ontworpen regeling. Die regeling ging uit van verkiezing voor vijf jaar van 426 afgevaardigden. De verkiezingen moesten in alle lidstaten op dezelfde dag plaatsvinden. Dit voorstel kreeg echter geen verdere uitwerking en dat was in 1969 reden voor een nieuwe resolutie van het Europees Parlement. Daarin werd de Europese Raad gevraagd een regeling te ontwerpen. Dit werd gekoppeld aan een mogelijke gang naar het Europees Hof van Justitie in het geval de Raad in gebreke zou blijven. Op de Europese Top van 1 en 2 december 1969 in Den Haag werd onderzoek naar een regeling voor rechtstreekse verkiezing aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (de ambassadeurs van de lidstaten bij de EG) opgedragen.

In Nederland ondernam inmiddels in 1970 het KVP-Tweede Kamerlid (en europarlementariër) Westerterp een poging om via een initiatiefwetsvoorstel een afzonderlijke regeling voor rechtstreekse verkiezing van de Nederlandse Europarlementariërs tot stand te brengen. Hij koppelde dat aan versterking van de positie van het Parlement, met name op het gebied van de Europese begroting en de invoering van 'eigen middelen' in de EG. Het Parlement kende tot dan alleen een adviserende rol. Westerterp stelde dat hier het principe gold: 'no taxation without representation'. Tot afhandeling van het voorstel kwam het uiteindelijk niet, omdat het door een ander voorstel overbodig werd.

Mede vanwege de uitbreiding met drie nieuwe lidstaten in 1973 en omdat de politieke ontwikkelingen in Europa sinds 1960 dat wenselijk maakten, had het parlement in september 1973 namelijk het Nederlandse lid Patijn opgedragen om een regeling te ontwerpen. Op de Europese Top van 1974 werd afgesproken dat er vóór 1976 een definitief besluit over de rechtstreekse verkiezing moest zijn. Dit resulteerde op 20 september 1976 tot ondertekening in Brussel van de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing.

Nadat dit besluit in nationale wettelijke regelingen was uitgewerkt, konden in juni 1979 voor het eerst verkiezingen plaatsvinden.

Gelet op de opkomst zijn dat nooit bijzonder succesvolle verkiezingen geweest. Daarbij speelden niet alleen de beperkte bevoegdheden van het Parlement een rol (die werden later overigens uitgebreid), maar was vooral onbekendheid een belangrijke factor. Nu is de Europese besluitvorming ook complex; veel complexer dan op nationaal niveau. Bovendien ontbreekt een relatie met de regeringsvorming. Dat maakt het bepalen van een keuze zonder twijfel moeilijker.

Toch is de politieke samenstelling van het Parlement uiteraard van belang als het gaat om vraagstukken waar het Parlement wél zeggenschap over heeft. Er zijn nu eenmaal verschillende opvattingen over bijvoorbeeld de aanpak van de economische crisis, het milieu, de mate waarin de landbouw gesubsidieerd moet worden en over de rol van Europa bij internationale vraagstukken.

De klacht dat Europa te weinig democratische legitimatie kent, neem je als burger niet weg door niet mee te doen aan de verkiezing van het meest democratische Europese orgaan. Een orgaan dat bovendien na totstandkoming van het Verdrag van Lissabon een sterkere positie zal krijgen. Door niet te stemmen, verlies je zeker je directe invloed op de samenstelling van deze volksvertegenwoordiging.


Andere recente columns